De slagmaagden.
Odin's speciale dienaressen, de Valkyren, of slagmaagden, waren òf
zijn dochters zooals Brunhild, òf het kroost van sterfelijke koningen,
maagden die het voorrecht hadden onsterflijk en onwondbaar te blijven
zoolang zij den god trouw gehoorzaamden en maagden bleven. Zij en hunne
paarden waren de verpersoonlijking van de wolken, hare schitterende
wapenen waren de bliksemschichten. De ouden dachten dat zij naar
de aarde streken op Valfaders bevel, om onder de in het gevecht
gesneuvelden de helden te kiezen, die waardig waren de vreugde van
het Valhalla te genieten, en dapper genoeg om hulp te verleen en aan
de goden wanneer de groote slag zou bevochten worden.
Daar door een slagveld, waar de mannen sneuv'len,
Rijden zij voort, haar paarden diep in 't bloed,
Lezen de dappersten ten doode uit,
Brengen hen thuis des avonds in den hemel,
Tot vreugd der goden en tot Valhall's feest.
Balder Dood (Matthew Arnold).
Deze maagden werden voorgesteld als jong en schoon, met verblindend
witte armen en golvend gouden haar. Zij droegen helmen van zilver
of goud, en bloedroode pantsers, en met blinkende speren en schilden
snelden zij moedig door het gevecht op hare vurige witte rossen. Deze
paarden galoppeerden door de lucht en over de sidderende Bifröst,
dragende niet alleen hun schoone berijdsters, maar ook de verslagen
helden, die, nadat zij den doodskus der Valkyren ontvangen hadden,
dan onmiddellijk naar het Valhalla werden overgebracht.
De wolkenpaarden.
Daar de rossen van de Valkyren verpersoonlijkingen waren van de wolken,
moest men natuurlijk denken dat de ruige vorst en de dauw op aarde
neerdruppelden van hun schitterende manen, als zij snel af en aan
stormden door de lucht. Zij werden daarom in hooge eere gehouden,
want het volk schreef aan haren weldadigen invloed toe veel van de
vruchtbaarheid der aarde, lieflijkheid van dal en berghelling, de
pracht der pijnboomen, en de vetheid van het weideland.
Zij kiezen de gevallenen.
De Valkyren werden niet enkel naar de slagvelden op aarde gezonden,
maar dikwijls reden zij over de zee en namen de stervende Vikings
op van hun zinkende drakenschepen. Soms stonden zij op het strand
om hen er heen te wenken, een onbedriegelijke waarschuwing dat de
aanstaande strijd hun laatste zou zijn, en een die elke Noorsche held
met vreugde ontving.
Zij reden langzaam naar de kust,
En toen men kon zien hun heir,
Scheen elk op een machtig ros in rust
En te dragen een groote veêr,
En te wenken met zachte hand
Van het donker, rotsig strand
En te drillen een blinkende speer.
Toen kwam er vrede in zijnen geest,
Wetend wat dit beduidt,
Want hij kende den stoet der Nornen die leest
De gevallen krijgers uit.
Valkyriur lied (Mrs. Hemans).
Hun getal en hun werk.
Het getal der Valkyren verschilt veel volgens onderscheiden mythologen,
loopend van drie tot zestien; de meeste bronnen noemen er echter
slechts negen. De Valkyren werden beschouwd als godheden van de lucht;
zij werden ook Nornen of wenschmeisjes genoemd. Men zei dat Freya en
Skuld haar ten strijde voerden.
Zij zag Valkyren
Komen van ver,
Tot rijden gereed
Naar der goden stam;
Skuld hield het schild
Skaugel kwam toen,
Gunnr, Hildr, Gaundul,
En Geir-skaugul,
Zoo zijn geteld
De oorlogsnornen.
Saemunds Edda.
De Valkyren hadden, zooals wij gezien hebben, belangrijke dingen in
Valhalla te doen, als zij hare bloedige wapenen hadden afgedaan en de
hemelsche mee voor de Einheriar inschonken. Deze drank vervroolijkte
de zielen van de pas gekomenen, en zij heetten de schoone meisjes even
hartelijk welkom, als toen zij ze het eerst op het slagveld hadden
gezien en hadden begrepen dat zij hen zouden brengen waar zij gaarne
zouden wezen.
Nu komen in schaduw zeer rijzige gestalten,
Heur handen als sneeuwvlokken blinken in 't maanlicht;
Zij wenken, zij fluisteren, "O! met moed omgorden,
U wachten de gasten--mee schuimt in 't Valhalla."
Finn's Saga (Hewitt).
Wieland en de Valkyren.
Men meende dat de Valkyren dikwijls naar de aarde vlogen in
zwanenveeren, die zij afdeden als zij aan een eenzamen stroom kwamen,
om een bad te nemen. Als een sterveling ze dus verraste en hare veeren
wegnam, kon hij ze beletten, de aarde te verlaten en deze trotsche
maagden zelfs dwingen hem ter wille te zijn, als hij dat begeerde.
Men vertelt dat drie van de Valkyren, Olrun, Alvit en Svanhvit, eens in
het water speelden, toen plotseling de drie broeders Egel, Slagfinn
en Völund of Wieland de smid bij ze kwamen, en hare zwanenveeren
wegnemend, dwongen de jonge mannen ze op aarde te blijven en hun
vrouwen te worden. De Valkyren, zoo vastgehouden, bleven bij hare
mannen negen jaren, maar op het eind van dien tijd deden zij hare
veêren weer aan of werd op andere wijs de betoovering verbroken,
en gelukte het haar te ontvluchten.
Daar zij toefden
Zeven winters lang;
Maar in den achtsten
Greep heimwee allen;
En in den negenden
Scheidde ze 't lot;
De meisjes smachtten
Naar 't donker woud.
Völundlied.
De broeders voelden het verlies hunner vrouwen buitengewoon, en twee
hunner, Egil en Slagfin, deden hun sneeuwschoenen aan en gingen hunne
geliefden zoeken, terwijl zij in de koude en mistige streken van het
Noorden verdwenen. De derde broeder Völund echter bleef thuis, wetend
dat alle zoeken niets baten zou, en hij vond troost in de beschouwing
van een ring, dien Alvit hem als liefdeteeken had geschonken, en
hij voelde de vaste hoop dat zij zou terugkeeren. Daar hij een knap
smid was en de mooiste versierselen van goud en zilver kon maken,
even goed als tooverwapenen die geen slag kon breken, gebruikte
hij nu zijn vrijen tijd om zeven honderd ringen te vervaardigen,
die alle precies gelijk waren aan den eenen, dien zijn vrouw hem had
gegeven. Toen deze klaar waren, bond hij ze samen; maar toen hij 's
nachts van de jacht thuis kwam, merkte hij dat iemand een ring had
weggenomen, en zijn verwachtingen werden opnieuw aangewakkerd, want
hij hield zich zelf voor, dat zijn vrouw er geweest was en spoedig
voor goed zou terugkeeren.
Dienzelfden nacht echter werd hij verrast in zijn slaap en gekneveld
en gevangen genomen door koning Nidud van Zweden die zijn zwaard in
bezit nam, een prachtig wapen, met tooverkracht bedeeld, dat hij voor
zijn eigen gebruik behield, en den liefdering, uit zuiver Rijngoud
gemaakt, dien hij later gaf aan zijn eenige dochter Bodvild. Wat den
ongelukkigen Völund zelf betrof, hij werd als gevangene weggevoerd
naar een naburig eiland, waar, na lam gemaakt te zijn, opdat hij
niet zou ontsnappen, de koning hem voortdurend aan het werk hield om
wapenen en versierselen tot zijn gebruik te smeden. Hij liet hem ook
een ingewikkeld labyrinth bouwen, en tot dezen dag is een doolhof op
IJsland bekend als "Völund's huis".
Völund's woede en wanhoop namen toe bij elke nieuwe beleediging, hem
door Nidud aangedaan, en dag en nacht peinsde hij, hoe hij zich zou
kunnen wreken. Ook vergat hij niet te zinnen op zijn ontsnapping, en
als hij niet werkte, maakte hij een paar vleugels die geleken op die
welke zijn vrouw als Valkyre gebruikt had, en deze wilde hij aandoen
zoodra hij aan zijn wraak toe was. Op zekeren dag kwam de koning zijn
gevangene bezoeken en bracht hem het gestolen zwaard om het te maken;
maar Völund stelde er handig een ander wapen voor in de plaats dat
zóó volkomen op het tooverzwaard geleek, dat het den koning misleiden
moest als hij het kwam terug vragen. Eenige dagen later lokte Völund
's konings zonen in zijn smidse en doodde ze, waarop hij knaphandig
drinkschalen uit hun schedels vervaardigde en juweelen uit hun oogen
en tanden, die hij bestemde voor hun ouders en zuster.
Maar hun schedels
Onder het haar
Zette hij in zilver,
Gaf ze aan Nidud;
En uit hun oogen
Vormde hij edelsteenen,
Die aan Nidud's
Sluwe vrouw hij zond
Maar van de tanden
Maakte hij borsttooi,
Zond dien aan Bödvild.
Lied van Völund.
De koninklijke familie vermoedde niet, van waar zij kwamen; en zoo
werden deze geschenken met vreugde aanvaard. Wat de arme jonge mannen
betrof, men meende dat zij naar zee waren gedreven en verdronken waren.
Kort daarop bezocht ook Bodvild, die haar ring hersteld wilde hebben,
de hut van den smid, waar, toen zij er wachtte, zij onvoorziens een
tooverdrank te drinken kreeg, die haar deed inslapen en in Völund's
macht gaf. Toen zijn laatste daad van wraak vervuld was, deed Völund
onmiddellijk de vleugels aan die hij voor dezen dag in gereedheid
had gebracht, en zijn zwaard en ring nemend steeg hij langzaam in de
lucht. Hij vloog naar het paleis, hield zich buiten bereik en vertelde
zijn misdaden aan Nidud. De koning, buiten zich zelven van woede, riep
Egil, Völund's broeder, die ook in zijn macht was gekomen, en beval
hem zijn wonderlijke behendigheid als boogschutter te gebruiken om
den onbeschaamden vogel neer te leggen. Gehoorzamend aan een wensch
van Völund, mikte Egil op een knobbel onder zijn vleugel waar een
blaas vol met het bloed der prinsen verborgen was, en de smid vloog
triomfantelijk weg zonder letsel, zeggend dat Odin zijn zwaard zou
geven aan Sigmund--een voorspelling die volkomen uitkwam.
Völund ging toen naar Alf-heim, waar, als men de legende mag gelooven,
hij zijn geliefde vrouw vond, en weer gelukkig met haar leefde tot
de godenschemering.
Maar zelfs in Alf-heim ging deze knappe smid voort met zijn handigheid
te toonen, en tal van ondoordringbare rustingen, die hij zou hebben
gemaakt, worden in latere heldendichten beschreven. Behalve Balmung
en Joyeuse, de beroemde zwaarden van Sigmund en van Karel den Groote,
zegt men dat hij Miming vervaardigd heeft voor zijn zoon Hermie,
en vele andere merkwaardige wapenen.
Het is gelijk aan Miming
Aller zwaarden vorst,
En Wieland wrocht het,
Bitterfer zijn naam.
Angelsaksische Poëzie.
Er zijn tallooze andere verhalen van zwaanmeisjes of Valkyren die met
stervelingen zouden hebben verkeerd; maar het meest populaire is dat
van Brunhild, de vrouw van Siguro, een afstammeling van Sigmund en
den meest beroemden van de Noorsche helden.
William Morris, in "het Land ten Oosten der Zon en ten Westen der
Maan," geeft een prachtige bewerking van een andere dezer Noorsche
legenden. De geschiedenis behoort tot de schoonste der verzameling in
"Het Aardsche Paradijs".
Brunhild.
De geschiedenis van Brunhild vindt men in velerlei vorm. Sommige
bewerkingen beschrijven de heldin als de dochter van een koning die
Odin aannam om in zijn Valkyrenschaar te dienen, anderen als opperste
der Valkyren en zijn eigen dochter. In Richard Wagners verhaal "De
Ring van den Nibelung" geeft de groote toonkunstenaar een bijzonder
aantrekkelijke, zij het ook een meer moderne conceptie van de opperste
Strijd-maagd, en haar gehoorzaam zijn aan het gebod van Odin toen
zij den jeugdigen Siegmund moest roepen van de zijde zijner geliefde
Sieglinde naar de hallen der Gezaligden.