werkvolk, waarin hij hun mededeelde, hoe de ware schuldige ontdekt
en hoe nu de brave Pieter Pietersz in zijn eer hersteld was. Tevens
installeerde hij den jongeling als baas van de werf, en beval aan het
werkvolk hem als zoodanig te gehoorzamen. Hij liet daarbij duidelijk
doorstralen, dat het de Prins was, die tot dat alles krachtdadig had
medegewerkt en dat de benoeming van den voormaligen meesterknecht
grootendeels aan Zijne Hoogheid was te danken. Gij kunt u voorstellen,
welk een gejuich deze woorden bij het werkvolk veroorzaakten. 't Was
of er geen eind aan zou komen. Verscheidene werklieden drongen op
Pieter toe, om hem de hand te drukken en hem geluk te wenschen met
den keer, dien zijn lot had genomen: want bij allen op de werf was
de gewezen meesterknecht geacht en bemind.
Om de kroon op zijn weldaad te zetten, stelde de Prins Pieter een
som gelds ter hand, waarvoor hij het werkvolk van de werf kon
trakteeren. Denzelfden dag vertrok hij naar _Goes_. Dien avond
vierde men op de werf feest. Maar wie er vergeten werd--niet Prins
Willem Hendrik van _Oranje_, op wien menige dronk werd uitgebracht;
terwijl allen het daarin eens waren, dat Zijne Hoogheid een waardige
afstammeling was van het doorluchtig stamhuis, waaruit hij was
gesproten.
Wij zagen reeds, hoe men hier in _Holland_ over het uitstapje van den
Prins oordeelde;--wat de Raadpensionaris er van zeide, meldt ons de
historie niet. Intusschen liet de stad _Amsterdam_ in het volgende
jaar eenige geneigdheid blijken, om den Prins zitting te geven in den
Raad van State; zelfs ondersteunde burgemeester Koenraad van Beuningen
deze bevordering met alle macht; want in de hoofdstad had zich een
partij gevormd, die begon te begrijpen, dat de steden _Leiden_,
_Dordrecht_ en _Rotterdam_, door De Witt gesteund, zich te veel in
's Lands vergadering aanmatigden. _Amsterdam_ toch, dat de helft
in de belastingen betaalde, kon en wilde dat overwicht niet langer
dulden. Toch duurde het nog twee jaren, eer de Prins zitting nam in
den Raad van State. De Staten van _Holland_ echter schonken hem nog
in 1669 de vrije jacht in den omtrek van het huis te _Hondsholredijk_.
En nu, mijne lezeressen en lezers, hoop ik dat gij uit mijn boekje
zult hebben geleerd twee personen achting toe te dragen om hunne
buitengewone hoedanigheden, twee personen, die ten allen tijde de
achting zullen verdienen van allen die wèl denken:
Prins Willem III en den Raadpensionaris Johan de Witt.
AANTEEKENINGEN
[1] Dat op het ijs en dat op de werf.
[2] Zie Adolf en Clara, dertiende Hoofdstuk.
[3] Op lateren leeftijd vraagde hem een zijner veldheeren naar zijne
plannen. "Kunt gij zwijgen, mijn vriend?" vraagde de Prins.--"Als
het graf, Uwe Hoogheid!" antwoordde de andere.--"Ik ook," hernam de
Prins en vertelde hem niets.
[4] Jaarlijks is een der Hoogleeraren aan de Universiteit President
van het collegie der professoren en draagt dan den naam van Rector
Magnificus.
[5] Zie "Zeeman tegen wil en dank."
[6] Dat waren de hotels, waarin de afgevaardigden van deze steden
logeerden. Beiden stonden op het _Plein_ te 's-_Gravenhage_. Het eerste
is later tot vorstelijk paleis ingericht en thans de bewaarplaats van
's Rijks archief; het andere het ministerie van Oorlog.
[7] Zie "De Zeeman tegen wil en dank." 6e druk, blz. 177.
[8] Voor De With werd later door de Staten te _Rotterdam_ en voor
Floriszoon te _Hoorn_ een praalgraf opgericht.
[9] Zie "De Zeeman tegen wil en dank." 6e druk. Blz. 22.
[10] Zie "De Zeeman tegen wil en dank." 6e druk. Blz. 22.
[11] Aan denzelfden weg, maar verder op, had ook Jacob Cats zijne
buitenplaats _Zorgvliet_, door hem zelf aangelegd.
[12] Gij herinnert u, dat men vroeger in 's-_Gravenhage_ twee
kermissen had: de Hofkermis in Mei en de Banus- of Haagsche kermis
in September. Zie "De Weezen van Vlissingen." 6e druk. Blz. 65.
[13] Tegenwoordig de _Gevangenpoort_ geheeten. In mijn volgend werkje
(het Huisgezin van den Raadpensionaris) kunt gij daarmede nader
kennis maken.
[14] Zie "De zeeman tegen wil en dank." 6e druk. Bl. 91.
[15] Later met den Prins gehuwd.
[16] Zeker Fransch reiziger, die des winters 's-_Gravenhage_ bezocht,
schreef dan ook in zijn reisverhaal: "_La Haye_ est située sur un
grand lac." De plaats, waar vroeger het veldijs lag, is nu bebouwd
met huizen, straten en pleinen.
[17] Je maintiendrai. Ik zal handhaven (volhouden).
[18] Op de dorpen, vooral in _Overijsel_ en _Drente_, heerscht
die gewoonte nog altijd. Echter is het hier wel eenigermate te
vergoêlijken, omdat tal van vrienden en bloedverwanten uit naburige
dorpen, soms van ver verwijderde, ter begrafenis komen. Deze moeten
toch eten en drinken.
[19] Zie "De weezen van _Vlissingen_", 6e druk, blz. 146.
[20] Deze klerk heette Jan van Meesen; hij verried de geheimen aan
's Graven rentmeester Dirk van Ruyven. Door voorspraak van Johan de
Witt werden zij slechts gebannen: Van Meesen voor zijn leven en Van
Ruyven voor 10 jaren.
[21] De beide andere kinderen van Willem Frederik waren Amalia,
later gehuwd met Johan Wilhelm van Saksen-Eisenach, en Sophia Hedwig,
in hare kindsheid gestorven.
[22] Koeriers.
[23] Zie "De weezen van _Vlissingen_", 6e druk. Blz. 5.
[24] Later onder den naam van Jacobus II koning van _Engeland_
geworden.
[25] Gij weet immers, dat er, behalve de vier hoofdwindstreken Noord,
Oost, Zuid en West, nog acht-en-twintig tusschenstreken op het kompas
zijn; dus twee-en-dertig in het geheel.
[26] In 1665 was die voor de _Hofbuurt_ 10 Cts. per week.
[27] Nog in mijn tijd--ofschoon de buurtvereenigingen hadden
opgehouden--had het begraven door de bewoners der buurt plaats. De
buurtknecht ging met de penningen rond bij hen, die volgens den
rooster (lijst) volgden. Wie niet kon of wilde dragen, betaalde een
daalder boete voor de buurt; in het tegenovergesteld geval nam hij
den penning aan, volbracht zijn buurtplicht en kreeg het draaggeld,
dat soms wel f 7 bedroeg; meestal echter minder. De buurtknecht kreeg
van den drager een fooi, en ook fooien met Kermis en Nieuwjaar. Voor
de laatste gaf hij een almanak.
[28] Zie "De weezen van Vlissingen" 6e druk, blz. 68.
[29] De Prins was een aartsliefhebber van oesters.
[30] Voor dezen maaltijd had de heer Pauw; President van den Hoogen
Raad, een bassijn (fruitschaal) met druiven voor Zijne Hoogheid
gezonden.
[31] Plaatsvervanger.
[32] De Luitenant-Admiraal was den 18den November in _Den Haag_
gekomen, ten einde aan de Staten-generaal verslag te doen van zijne
expeditie. De Witt, de geruchten dat hij met den zeeheld in onmin was,
willende tegenspreken, noodigde hem aan zijn huis. Zoolang De Ruyter
in _Den Haag_ bleef, logeerde hij bij hem.
[33] Zie Bladz. 88.
[34] Het Oude Hof, vroeger het paleis van koning Willem I en thans
dat van onze tegenwoordige koningin, in het _Noordeinde_.
[35] De Heer Buat was ritmeester van een regiment, dat in _Bergen op
Zoom_ lag en slechts bestond uit een luitenant, een sergeant en een
werf-officier, om in tijd van nood voltallig te worden gemaakt.
[36] Leiding.
[37] Grondregels of instellingen.
[38] Hetgeen hier volgt, is grootendeels in de resolutiën van den
2den tot den 15den April vervat. Ik neem ze hier maar bij elkander.
[39] Krachtige.
[40] Toen de Staten bezig waren over dit onderwerp, zeide een voornaam
Lid van hunne Vergadering: "De geachte spreker meent te maken van den
Prins een _kind van den Staat_. Maar ik vrees, dat het niet lang zal
duren, of de Staat zal zijn een _kind van den Prins_."
[41] Kanonnen.
[42] Guillaume Blaeuw, 1571-1638.--J.H.
[43] De volgende rekenkunstige opgaaf is van De Witt.
[44] Tiendeelige breuken.
[45] Blijft.
[46] Vermoeden.
[47] Bewijst.
[48] In het oog te houden.
[49] Lichamelijk bewijs.
[50] Bevestigen.
[51] Voorafgaande bewijzen.
[52] Volgens mijn oordeel.
[53] Toepassen.
[54] Redenen.
End of Project Gutenberg's De Prins en Johan de Witt, by P. J. Andriessen