Weldadigheid is in het algemeen zeer te prijzen, doch ook hierin moet
men bedachtzaam te werk gaan; opdat wij niet soms onwaardigen helpen,
terwijl anderen, die het wezenlijk verdienen, daarvoor achter moeten
staan.
Dit bedacht de gravin, weshalve zij haren zoon nu ernstig afvroeg, of de
knaap het ook _verdiende_? "Want," zeide zij, "ik moet eerst stellig
weten, of onze gaven goed en nuttig zullen gebruikt worden."
"Wij kunnen ons geld onmogelijk beter besteden!" riep de jonge graaf
levendig uit. Hij deelde daarop aan zijne moeder het gesprek mede dat
hij met den wagenmaker gevoerd had, die het wiel op dien avond had
gemaakt. "Dan," voegde hij daarbij, "ik wilde nog zekerder gaan, en
schreef daarom aan den predikant van het dorp waar de knaap woont, en
won bij dezen narigt over hem in. Ik had een van onze bedienden met den
brief gezonden, en ik ontving dadelijk antwoord. Vergun mij, dat ik u
dien brief voorleze, daar ik hem bij mij heb. Hij luidt aldus:
"In antwoord op uw schrijven haast ik mij, u het volgende te antwoorden.
"Gij kunt onmogelijk een grooter werk van barmhartigheid verrigten, dan
door den armen Dirk Snel in staat te stellen tot het leeren van een
ambacht. Hij is een knaap van bijzonderen aanleg, en daarenboven heeft
hij een uitmuntend hart en leidt eene onberispelijke leefwijze. Zoolang
ik mij herinner, heeft niemand onze dorpsschool bezocht, die hem
overtrof. Ik zoude zelfs gaarne gezien hebben, dat hij zich uitsluitend
op eenig vak van studie had toegelegd; doch zijn vader is een arm man,
en mijne middelen waren te beperkt, dan dat ik hem daartoe in de
gelegenheid had kunnen stellen. Hij leest, schrijft en rekent zoo goed
als de schoolmeester zelf. Ook heeft hij dit niet enkel geleerd, maar
hij schept veel behagen daarin. Toch kan ik niet ontkennen, dat hij voor
eigenlijke studie, waarmede ik meer diepe en onafgebroken studie bedoel,
geen lust gevoelt. Zoo lang stil te zitten, zegt hij, kan mij maar in
het geheel niet bevallen! Hij heeft daarom meer zin in eenig handwerk,
waarbij men zijn verstand wel moet gebruiken, maar waarbij de handen en
het ligchaam tevens in beweging blijven. Van de ambachten, voor zoover
die hem bekend zijn, vindt hij dat van den wagenmaker het aangenaamst.
Ik zelf geloof, dat dit voor hem het best zou wezen. In het voorbijgaan
wil ik de vrijheid nemen u den wagenmaker van ons dorp als eenen
ijverigen en kundigen werkman, en tevens als een zeer braaf mensch, te
noemen.--Gij kondt welligt voor den armen Dirk Snel iets willen
doen.--Mogt zulks het geval zijn, en wildet gij mijnen raad inwinnen,
dan zou ik u verzoeken, hem in staat te stellen om bij den genoemden
wagenmaker als leerling geplaatst te worden. Dit zou eene wezenlijke
weldaad, een godgevallig werk wezen.
"Vergun mij u, ten slotte, de woorden van onzen Heiland te mogen
herinneren: _wie zulk een kind aanneemt in mijnen naam, die neemt mij
aan_!"
"Zoo luidt het schrijven van den predikant," eindigde de jonge graaf,
"en daarom houd ik mij overtuigd, dat wij het geld onmogelijk beter
kunnen besteden."
"Welaan dan!" sprak nu de gravin, "ik wil thans bij de vijftig gulden,
welke gij gegeven hebt, nog vijftig andere voegen. Dan heeft de knaap
zijne honderd gulden voltallig, en kan, bij zijne tehuiskomst, zijnen
vader met deze blijde tijding verrassen. Deze kan echter niet aangenamer
verrast worden, dan ik door het onverwachte gezang van den nachtegaal,
door uwe mij daaruit blijkende liefde, en vooral door uwe edele
weldadigheid en goedheid van hart!"
"De natuur is voor ons onuitputtelijk rijk aan schuldelooze genoegens,"
vervolgde zij, terwijl zij zelve op dat oogenblik een levend bewijs was
voor de waarachtigheid harer woorden. "Al onze zinnen worden hier op
deze plek even aangenaam bezig gehouden. De heldere glans van het
maanlicht, dat door de schaduw der boomen nog meer uitkomt; het
heerlijke gezang van den vogel, ons door de plegtige stilte van den
nacht nog meer bekoorende; de liefelijke geur der bloemen, die ons
omringen; de thans zoo aangenaam afgekoelde lucht, welke ons na eenen
zoo warmen dag nog meer schijnt te verkwikken: deze room, deze
aardbeziën--o, geen kunstvol schilderstuk, geen vuurwerk, geene
prachtige verlichting, geen concert, geen geur van reukwerken, geen
vorstelijke maaltijd kan mij zooveel genoegen verschaffen, als ik hier
nu smaak!"
"En dubbel schoon," zoo eindigde de edele vrouw, "dubbel schoon wordt
voor mij toch nog al het genot, dat ik bij dezen onzen landelijken
maaltijd smaak, wanneer ik bedenk, dat ik het, door Gods vaderlijke
goedheid, aan de liefde mijner kinderen te danken heb. De vreugde welke
de schoone natuur ons aanbiedt, moet nog veel meer verheven, nog
oneindig meer hartverheffend voor ons worden, wanneer wij daarbij het
bewustzijn omdragen van wel gedaan te hebben; wanneer wij weten, dat
sommigen onzer medemenschen bij ons troost en hulp en opbeuring
vonden!--En nog oneindig hooger wordt zij dan, als wij weten en dankbaar
erkennen, dat een Vader daarboven, een Vader van alle menschen, zijnen
kinderen met een hart vol liefde al die heerlijke vreugde bereidt; en
wanneer wij zóó leven, dat wij met grond mogen denken: die goede God,
die gemeenschappelijke Vader ziet met welgevallen op ons neêr!"
Dus sprekende sloeg zij hare oogen vroom ten hemel. "Daarboven," zeide
zij toen diep bewogen, "daar, in Zijnen hemel, is het nog oneindig
schooner en zaliger, dan hier op aarde. Daar, bij den Hemelvader,
verbeidt mij, zoo als ik hoop en vast vertrouw, mijn onvergetelijke
echtgenoot, uw brave vader, dien wij zoo spoedig moesten missen. Ach,
van het uur af, waarop de Alwijze hem tot zich nam, zijt gij, lieve
kinderen, mijne eenige, mijne grootste vreugde op aarde! O, blijft mijne
grootste vreugde! Daarom bid ik den goeden God elken dag, dat hij u
leide en sterke, opdat gij altijd vroom en braaf moogt blijven, zoodat
wij allen eenmaal in den hemel, in zalige vreugde, voor eeuwig mogen
vereenigd worden!"