Er klonk een toon van zelfbewustzijn in door.--

De goede, oude dame, die volstrekt niet boos kon zijn--ze probeerde

't wel eens, maar 't ging haar nooit natuurlijk af--'t paste zoo

heelemaal niet bij haar--trok Gella even aan 't oor--heel zacht

maar--en gaf haar een tikje op den schouder.

"Zal je 't versje niet vergeten, kind?--Ik zal je nu iemand meegeven,

om je thuis te brengen, want als de zon daalt, ziet het er buiten

heel anders uit, dan wanneer zij met haar vriendelijk licht alles

verheldert en doordringt."

"O neen, dat behoeft niet; dank u wel," zei Gella parmantig. "De weg

terug is nog veel gemakkelijker te vinden dan de weg hierheen. 't Is

heelemaal niet noodig."

Maar Petemoei wenkte haar dienaar Schaduw en deze vergezelde 't meisje

zonder dat zij 't bemerkte.--

De avond daalde vlugger dan Gella 't zich zooeven had kunnen

voorstellen. Petemoei had wel gelijk gehad: Wat zag alles er buiten

nu anders uit dan vanmorgen in 't ochtendlicht! Donkere vlerken

schenen zich over de aarde te ontvouwen--'t was stil, doodstil

op de heuvels. Soms drongen van ver-af vreemde, wilde kreten tot

Gella door--zeker werden ze uitgestooten door nachtvogels, die op

buit aasden.

Gella huiverde en stapte haastig voort. Had zij ook spijt zich zoo

parmantig van geleide te hebben afgemaakt?--Neen, o neen, zij was heel

zeker van den weg en niet bang ook, welneen!--Maar toch--haar hartje

klopte sneller en van tijd tot tijd keek zij met angstige oogen rond.

Nu was zij ver van de bewoonde wereld in de groote eenzaamheid der

golvende heidelanden.--Ha! Gella haalde verruimd adem. Ginds groette

haar een lichtschijnsel, vertrouwd en bekend--een sterretje in de

donkerheid en ginds nog een en nog een en dan die groote, fonkelende,

dat was de ster, die juist boven hun huisje stond. Hoe menigmaal had

Vader haar die aangewezen!--

Dan was zij dus toch een eindje uit de juiste richting gekomen--dien

kant moest zij op en niet dezen.--

Verteluurtje · 第 23 / 28 题