Dat de aardbol op dat tijdstip ook al vierhonderd vijftig duizend

strekkende kilometers aan spoorwegen bezat,--hetgeen tusschen twee

haakjes gezegd, gelijk staat met elf malen den omtrek der aarde, bij

den Evenaar gemeten,--kon natuurlijk bij de vliegende machine niet

in aanmerking komen. Had zij niet het geheele luchtruim tot steunpunt!

Hebben wij thans nog noodig er bij te voegen, dat het dit luchtgevaarte

was, hetwelk de belangstelling der menigte van de twee halfronden der

aarde in de hoogste mate had beziggehouden? Ja, het was het luchtschip

van den ingenieur Robur, dat gezien was; en het was de trompet van

Tom Turner, die hare schetterende fanfare had laten hooren. Die vlag,

welke op de voornaamste gedenkteeken van Europa, Azië en Amerika

geplant was geworden, was de banier van Robur de Veroveraar, die hij

zoo fier op de _Albatros_ ontplooide.

Het is waar, tot nu toe had de ingenieur eenige voorzorgen genomen,

om niet herkend te worden en had hij bij voorkeur des nachts gereisd,

waarbij hij zijn luchtschip dan electrisch verlicht had; terwijl hij

overdag gewoonlijk achter eene wolkenbank schuil gegaan was. Maar dat

tijdperk was thans voorbij. Hij scheen nu zijne uitvinding niet meer

in een geheimzinnig waas te willen verbergen.

Hij was nu te Philadelphia gekomen en in de zittingzaal van

Weldon-Institute binnengedrongen, uitsluitend en alleen om van zijne

uitvinding mededeeling te doen en om _ipso facto_ de meest-ongeloovigen

te bekeeren en te overtuigen.

Men weet hoe hij door het bestuur en de leden ontvangen was geworden

en men zal zien welke weerwraak hij op den voorzitter en den secretaris

van die club wenschte te nemen.

Robur was intusschen zijn beide gevangenen genaderd. Deze namen het

voorkomen aan, alsof zij zich volstrekt niet verwonderden over hetgeen

zij zagen en over hetgeen zij ondervonden. Onder het schedelgewelf

van die twee Anglo-Saksische dikkoppen bestond klaarblijkelijk eene

stijfhoofdigheid, die moeielijk te ontwortelen zoude zijn.

Van zijn kant wilde Robur zelfs niet laten blijken, dat hij dit

bemerkte. Hij hernam dan ook, alsof hij een gewoon gesprek voortzette,

hetwelk toch gedurende meer dan twee uren afgebroken was geweest:

"Gij doet u zeker de vraag, heeren," zeide hij, "of dit toestel,

hetwelk zoo uitnemend geschikt voor de luchtvaart is, eene grootere

snelheid dan thans deelachtig kan zijn?"

Geen der beide aangesprokenen bewoog ook maar de lippen. Zij waren

stom als een visch.

"Mijn luchtschip zou niet waardig zijn de ruimte te beheerschen,"

ging Robur voort, "wanneer het niet in staat was, om als het ware

die ruimte te verslinden. Ik heb gewild, dat de lucht voor mij een

degelijk en vertrouwbaar steunpunt zoude zijn en, ziet, zij is het! Ik

heb begrepen, dat om den strijd tegen den wind te kunnen voeren, ik

eenvoudig sterker dan hij moest zijn, en ziet, ik ben sterker dan de

wind. Ik heb geen zeilen noodig om mij heen te voeren; ik heb geen

roeiriemen of raderen noodig om mij voort te bewegen, ook geen rails

om mij een meer gemakkelijken weg te bereiden. Ik heb slechts lucht

noodig, dat is alles. Slechts de lucht, die mij omringt, zooals het

water het onderzeesche schip omgeeft, slechts de lucht, waarin ik

mij met mijne voortstuwingsbladen inschroef als de schroeven van

een stoomschip."

De beide Philadelphiërs zwegen steeds.

"Ziedaar," ging Robur voort, "hoe ik het vraagstuk der vliegkunst

opgelost heb. Ziedaar, wat een ballon evenmin als ieder ander toestel,

lichter dan de lucht, nimmer zal kunnen volvoeren."

Bij deze laatste woorden keek de ingenieur zijn gevangenen uitdagend

aan. Maar dezen volhardden in hun stilzwijgen, hetgeen den spreker

niet van zijn stuk bracht. Hij vergenoegde zich even te glimlachen

en ging toen op vragenden toon aldus voort:

"Wellicht vraagt gij u nog af, of de _Albatros_ aan de kracht om zich

horizontaal voort te kunnen bewegen, ook een gelijke kracht paart om

zich in loodrechte richting te verplaatsen; met andere woorden: of mijn

luchtschip, wanneer het de bovenluchtlagen wenscht op te zoeken, met

een luchtballon zal kunnen wedijveren? Welnu, ik zou u niet aanraden

om de _Go ahead_ in het strijdperk met de Albatros te laten treden."

De beide clubgenooten hadden eenvoudig de schouders minachtend

opgetrokken. Maar dat was het juist, wat de ingenieur verwachtte.

Hij gaf een teeken. De voortstuwingsschroeven stonden oogenblikkelijk

stil. Vervolgens bleef de Albatros, na nog over eene uitgestrektheid

van eene mijl door zijne vaart voortgedreven te zijn, onbeweeglijk

zweven.

Op een tweede gebaar van Robur bewogen de opstuwingsschroeven zich

met zulk eene snelheid, dat men haar met die der sirenen, in de

gehoorkundige proeven gebezigd, zoude hebben kunnen vergelijken. Hun

frrrgeluid steeg ongeveer eene octaaf in de toonladder, hoewel de

omvang van het geluid verminderde door de toenemende ijlheid der

lucht. Het toestel steeg toen loodrecht naar boven, evenals een

leewerik, die zijn welluidend gezang door de ruimte laat weerklinken.

"Baas!.... Meester!...." riep Frycollin ten toppunt van angst uit. "Als

de boel maar niet breekt!"

Een minachtende glimlach was het eenige antwoord van Robur.

Binnen weinige minuten had de _Albatros_ een hoogte van twee duizend

zeven honderd meters bereikt, hetgeen den gezichtskring op een omtrek

van zeventig mijlen uitbreidde. Daarop steeg het luchtschip tot vier

duizend meters, hetgeen door den barometer aangewezen werd, die op

vier honderd tachtig millimeters viel.

Toen die proef genomen was, daalde de _Albatros_ weer. De vermindering

van luchtdruk in de bovenste atmospherische lagen heeft eene

vermindering van zuurstof in de lucht en bijgevolg ook in het bloed

ten gevolge. Daarin bestaat de oorzaak der ernstige ongevallen,

die sommigen luchtvaarders getroffen hebben. Robur vermeende, dat

het onnoodig was, zich aan dat gevaar bloot te stellen.

De _Albatros_ daalde dus tot op de hoogte, die zij bij voorkeur scheen

te willen houden. Toen hare voortstuwingsschroeven in beweging gesteld

waren, hernam zij hare snelle vaart in zuidwestelijke richting.

"Welnu, heeren," sprak Robur met ietwat spotachtigs in zijne stem,

"als gij u die vraag inderdaad gesteld hebt, dan zult gij haar nu

wel kunnen beantwoorden."

Daarop boog hij voorover, leunde met het bovenlijf op de verschansing

en verdiepte zich in de beschouwing van het verrukkelijke schouwspel,

hetwelk de aarde onder zijne voeten ontrolde.

Toen hij een poos later het hoofd weer ophief, stonden de voorzitter

en de secretaris van Weldon-Institute vlak voor hem.

"Ingenieur Robur," sprak Uncle Prudent, die te vergeefs trachtte

zijne zelfbeheersching te bewaren, "ingenieur Robur, wij hebben ons

geene zoodanige vragen gesteld, als gij schijnt te gelooven. Maar wij

wenschen u een vraag te doen, en wij rekenen er op, dat gij haar zult

willen beantwoorden."

"Spreek!"

"Krachtens welk recht hebt gij ons in Fairmont Park te Philadelphia

aangevallen? Krachtens welk recht hebt gij ons hier in eene cel

opgesloten? Krachtens welk recht vervoert gij ons tegen onzen

wil,--versta mij goed: tegen onzen wil--aan boord van dit vliegende

werktuig?"

"En krachtens welk recht, heeren ballonisten," vroeg Robur op zijne

beurt, "hebt gij mij in uwe Club beleedigd, uitgejouwd, bedreigd,

en wel zoodanig, dat het mij verwondert, dat ik levend buiten uwe

vergaderzaal geraakt ben?"

"Ondervragen is niet antwoorden," hernam Phil Evans gebelgd.

"Dat is eene onbetwistbare waarheid; maar...."

"Kom, kom, geen praatjes!" viel de driftige secretaris in. "Gij

hebt slechts te antwoorden op de vraag: krachtens welk recht hebt

gij gehandeld?"

"Wilt gij dat weten?"

"Als je blieft."

"Welnu, krachtens het recht van den sterkste."

"Dat is hondsch!"

"Toegegeven; maar het is zoo!"

"En hoelang, burger ingenieur," vroeg Uncle Prudent, die ten lange

laatste losbarstte, "en hoelang zult gij de vermetelheid hebben,

om dat recht van den sterkste uit te oefenen?"

"Maar, mijne heeren," antwoordde Robur ironisch, "hoe kunt gij mij

toch zulke vraag doen, wanneer gij slechts uwen blik naar beneden te

wenden hebt, om een schouwspel te genieten, dat zijns gelijken op de

geheele wereld niet heeft?"

"Gij spot, mijnheer!" kreet de voorzitter van Weldon-Institute verwoed.

"Volstrekt niet. Kijk slechts!"

De _Albatros_ spiegelde zich toen in de onmetelijke oppervlakte

van het meer Ontario. Zij was over de streken gezweefd, die door

Fenimore Cooper zoo dichterlijk beschreven zijn. Daarna volgde het

luchtschip den zuidelijken oever van dat uitgestrekte zoetwaterbekken

en richtte zijn koers naar de beroemde rivier, die hem het water van

het Erie-meer toevoert en die ter halve wege tusschen de beide meren,

den prachtigsten waterval der geheele wereld vormt.

Gedurende een oogenblik steeg een plechtig geluid, een gegrom als van

een verwijderd onweder naar het luchtschip op. De atmospheer koelde

zeer merkbaar af. Het was alsof een kille vochtige neveldamp zich in

de lucht uitspreidde.

Onder de _Albatros_ stortten zich vloeibare massa's in den vorm van een

hoefijzer naar beneden in de diepte. Men zou gemeend hebben een stroom

van gesmolten kristal te zien, te midden van duizenden regenbogen,

die door de weerkaatsing, welke de zonnestralen ontleedden, gevormd

werden. Dat was inderdaad een verheven schouwspel.

Voor den waterval verbond een loopbruggetje, dat, van uit de hoogte

gezien, zich als een gespannen draad voordeed, den eenen oever

met den anderen. Een weinig verder op een afstand van drie mijlen

benedenstrooms, was eene hangbrug gespannen, waarop toen juist een

spoortrein voort scheen te kruipen, die van den Canadaschen oever

naar den Amerikaanschen stoomde.

"De Niagara-waterval!" riep de secretaris Phil Evans bewonderend uit.

Die kreet ontsnapte hem, terwijl de voorzitter Uncle Prudent hem met

een verwijtend oog aankeek en voor zich zelven alle moeite deed om

niets van die wonderen te bewonderen.

De _Albatros_ had eene minuut later de rivier overschreden, die de

grensscheiding uitmaakt tusschen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika

en de Britsche kolonie Canada, en zweefde thans boven het uitgebreide

grondgebied van de onmetelijke Republiek.

VIII.

WAARIN BESPEURD ZAL WORDEN, DAT ROBUR EINDELIJK BESLUIT, ANTWOORD TE

VERLEENEN OP DE GEWICHTIGE VRAAG, DIE HEM GESTELD IS.

In een van de hutten van de achterroef hadden Uncle Prudent en zijn

secretaris Phil Evans twee heerlijke kooien of couchetten aangetroffen,

alsmede linnengoed en verdere kleedingstukken in voldoenden voorraad,

zoo ook mantels en de noodige reisdekens. Een Transatlantische stoomer

zou hun niet meer gemakken hebben kunnen aanbieden. Als zij niet goed

sliepen, dan had dit tot reden: òf minder goede wil van hun kant,

òf werkelijke onrust, die hun nachtrust kwam storen.

In welk avontuur waren zij toch in Godsnaam verward geraakt?

Van welke reeks van proefnemingen waren zij genoodzaakt deel uit te

maken, als deze woordspeling geoorloofd is?

Wat zou het einde van dat avontuur zijn, en wat wilde de ingenieur

Robur eigenlijk toch?

Al die vragen gaven inderdaad aanleiding tot veel hoofdbreken.

Wat Frycollin betreft, die logeerde vooruit in eene hut, welke aan

die van den kok van de _Albatros_ grensde. Die nabuurschap was hem

niet onaangenaam. Hij hield er van, om met de machtigen der aarde

om te gaan. En in zijn oog was hij, die over de keuken heerschte,

een zeer machtig persoon. Toch moet erkend worden, dat wanneer hij

insliep, hij slechts droomde van vallen, van voortgeslingerd te

worden, en dit veroorzaakte voortdurend bij den armen drommel eene

afschuwelijke nachtmerrie.

En toch was er niets kalmers uit te denken, dan die reis te midden

van een atmosfeer, welker stroomingen bij het vallen van den avond

als het ware ingesluimerd waren. Buiten het frr frr en gedruisch

der schroefbladen, was geen enkel gerucht in deze bovenluchtlagen

waarneembaar. Soms werd een schel gefluit van eene locomotief, welke

zich langs een of andere spoorbaan voortbewoog, vernomen, soms ook het

gehuil van huisdieren, zooals honden en katten. Zonderling instinct

bij die dieren! Zij voelden als het ware de vliegende machine over

zich heen zweven en schreeuwden van angst bij haren overgang.

Den volgenden morgen--14den Juni--wandelden de voorzitter Uncle Prudent

en Phil Evans om vijf uur reeds op het platform of beter gezegd op het

dek van het luchtschip. Niets was sedert den vorigen dag veranderd:

vooruit stond een man op uitkijk, achteruit stond de roerganger.

Waarom toch een man op uitkijk?

Was er dan eene botsing met een toestel van dezelfde soort te vreezen?

Klaarblijkelijk neen; want Robur had nog geen navolgers gevonden.

En wat de aanvaring met een luchtballon betreft, die in de ruimte

zou zweven, de kans daartoe was zoo gering, dat die gerust buiten

rekening mocht blijven.

In ieder geval zou dat des te erger voor den ballon zijn--de strijd van

den ijzeren met den aarden pot. De _Albatros_ zou van zulke aanvaring

niets te duchten hebben.

Maar zou een ander gevaar kunnen voorkomen?

Ja, het was niet onmogelijk, dat de _Albatros_ strandde als een gewoon

schip, wanneer een berg, dien zij niet had kunnen omtrekken of daarvoor

had kunnen uitwijken, haar den weg afsloot. Dat waren de luchtklippen,

die ontweken moesten worden, zooals het schip de zeeklippen ontwijkt.

De ingenieur had, wel is waar, den koers opgegeven, zooals een

gezagvoerder doet, en had daarbij rekening gehouden met de noodige

hoogte, om de uitstekende toppen van de landstreek te kunnen

vermijden. Maar daar het luchtschip nu weldra boven een bergachtig

land zoude zweven, was uitkijken toch de boodschap, vooral voor het

geval, dat het luchtschip eenigszins van den weg afdwaalde.

Toen zij de landstreek beschouwden, die onder hen als het ware

voorbijdreef, ontwaarden Uncle Prudent en zijn secretaris Phil

Evans een uitgestrekt meer, waarvan de _Albatros_ de uiterste punt,

naar het zuiden gekeerd, ging bereiken. Zij maakten daaruit op, dat

zij gedurende den nacht over het geheele Erie-meer in zijne volle

lengte gezweefd hadden. Dus, daar het luchtschip nu meer rechtstreeks

westwaarts aanhield, zou men weldra het uiteinde van het meer Michigan

bereiken.

"Er is geen twijfel meer mogelijk, Uncle Prudent!" riep Phil Evans

eensklaps uit.

"Waaromtrent is geen twijfel mogelijk, Master Phil Evans?" vroeg de

voorzitter van Weldon-Institute steeds nurksch.

"Wel die verzameling van daken, dat is...."

"Welnu, dat is?"

"Chicago!"

"Och, kom! Waar dan toch?"

"Daar! daar! In westelijke richting!"

En, inderdaad, de secretaris Phil Evans vergiste zich niet. Dat was

daar wel de stad, waarheen zeventien spoorwegen voeren, als zoovele

stralen naar een centrum. Ja, dat was de koningin van het Westen, de

groote vergaarbak van de landbouw- en nijverheidsvoortbrengselen van

de Staten Indiana, Ohio, Wisconsin, Missouri en van al de gewesten,

die het westelijk gedeelte van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika

uitmaken.

Uncle Prudent, voorzien van een uitnemenden scheepskijker, dien hij

in zijne hut aangetroffen had, herkende gemakkelijk de voornaamste

gebouwen en monumenten der stad. Zijn lotgenoot was in staat hem de

kerken, de openbare gebouwen aan te duiden, als ook de voornaamste der

talrijke "elevators" of beter gezegd mechanische graanzolders. Hij

toonde hem het onmetelijk hôtel Sherman, hetwelk zich eigenaardig

genoeg als een grooten dobbelsteen voordeed, waarop de vensters

honderden oogen op ieder der zichtbare vlakken vormden.

"Welnu, daar het dan toch Chicago zijn moet," zei Uncle Prudent,

"zoo ligt daarin het bewijs, dat wij te veel westwaarts heengevoerd

zijn, om...."

"Om wat?" vroeg de secretaris.

"Wel, om tot ons uitgangspunt terug te komen. Gij blijft toch steeds

onbevattelijk, Phil Evans."

Deze keek boos; maar zweeg tegen zijne gewoonte in. Waarschijnlijk

rekende hij, dat een gekibbel tusschen voorzitter en secretaris thans

minder passend zoude zijn.

De opmerking van Uncle Prudent, hoewel barsch geuit, was toch volkomen

juist. De _Albatros_ verwijderde zich in rechte lijn van de hoofdstad

van Pensylvanië.

Wanneer het evenwel Uncle Prudent's voornemen was geweest, van den

ingenieur Robur te vergen, dat hij zijne gevangenen naar Philadelphia,

dus in oostelijke richting, terug zou voeren, dan zou hem daartoe

de gelegenheid ontnomen zijn, althans voor het oogenblik. Want de

gezagvoerder van de _Albatros_ scheen dien morgen volstrekt niet

gehaast te zijn, om zijn kajuit te verlaten; hetzij dat hij zich

met eenige werkzaamheden bezighield, hetzij dat hij nog sliep. De

beide leden van Weldon-Institute waren derhalve genoodzaakt te gaan

ontbijten, zonder hem gezien te hebben.

De snelheid van beweging was sedert den vorigen dag niet gewijzigd. Bij

de doorstaande richting van den wind, die uit het oosten blies, was

die snelheid geenszins hinderlijk, en daar de thermometer slechts één

graad per honderd zeventig meters stijging daalt, was de temperatuur

volkomen dragelijk. Onze voorzitter Uncle Prudent en onze secretaris

Phil Evans wandelden dan ook, nadenkende en koutende, alsof zij

straks niet verstoord op elkander geweest waren, en in afwachting

dat de ingenieur Robur zoude verschijnen, het dek op en neer onder

hetgeen men de schaduw zou kunnen noemen der schroefbladen, die

toen in eene zoodanige draaiende beweging gebracht waren, dat hunne

rondzwiepende uitstraling in een beeld versmolt, hetwelk den vorm

eener half doorzichtige schijf aannam.

De Staat Illinois werd zoo langs zijne noordelijke grens in minder

dan twee en een half uur voorbijgestevend of beter overzweefd. Men

overschreed den Vader der Wateren, de Mississippi, waarop de

stoombooten met hare twee verdiepingen, van uit die hoogte gezien,

zich niet grooter voordeden dan als eenvoudige sloepen.

Daarna kwam de _Albatros_ boven den Staat Jowa te zweven, en kreeg

tegen elf uur in den morgen Jowa-City in het gezicht.

Eenige heuvel-ketens, in die streken "bluffs" genoemd, slingerden door

het grondgebied van den Staat, zich in hoofdzaak van het zuid-oosten

naar het noord-westen uitstrekkende en door de aardrijkskundigen

als Prairiën-Plateau aangeduid. De mindere hoogte van die heuvels

maakte geene stijging voor het luchtschip noodzakelijk. Die bluffs

daarenboven zouden weldra verdwijnen, om plaats te maken voor de

onmetelijke vlakten van Jowa, die zich over het geheele westelijke

gedeelte van dat grondgebied en over den Staat Nebraska tot aan den

voet van het Rotsgebergte in de Staten Wyoming en Colorado uitstrekken.

Hier en daar werden rio's ontwaard, toevoerrivieren van de Missouri,

die zelf eene nevenrivier van de Mississippi is en daarin bij Sint

Louis uitmondt. Langs de oevers van die nevenrivieren ontwaarden de

passagiers der _Albatros_ steden en dorpen, die evenwel al zeldzamer

en zeldzamer werden, naarmate het luchtschip het Far West naderde.

Niets bijzonders deed zich dien dag voor. Uncle Prudent

en zijn secretaris Phil Evans bleven geheel aan zich zelven

overgelaten. Ternauwernood zagen zij Frycollin, op het voorschip,

lui uitgestrekt, die daarbij nog de oogen sloot om maar niets te

zien. En toch moet erkend worden, dat de neger volstrekt niet aan

duizeligheid onderhevig was, zooals men soms mocht meenen. Daarenboven,

die duizeligheid zou zich door gebrek aan gezichtssteunpunten niet

hebben kunnen openbaren, zooals dat op den top van een hoog gebouw,

bij voorbeeld een toren geschiedt. De afgrond trekt niet aan, wanneer

men hem van uit een schuitje van een ballon of van het dek van een

luchtschip beheerscht. Of beter uitgedrukt, het is geen afgrond,

die zich onder den luchtreiziger uitholt, het is integendeel de

gezichteinder, die stijgt en hem van alle kanten omgeeft.

Tegen twee uur stevende de _Albatros_ boven Omaha op de grenzen van

Jowa en Nebraska. Omaha-City kan als middelpunt gelden van den Stille

Zuidzee-Spoorweg, die eene lange aaneengeschakelde baan van rails van

vijftien honderd uren gaans vormt, getraceerd tusschen New-York aan

den Atlantischen Oceaan en San-Francisco aan de Groote Stille Zuidzee.

Men kon voor een oogenblik de gele wateren van de Missouri-rivier

ontwaren; daarna kreeg men de stad in het gezicht met hare houten

geraamten met baksteenen aangevuld. Zij verscheen in dat rijke

bekken als eene gesp aan den ijzeren gordel, die Noord-Amerika om

het midden omsluit.

Terwijl de passagiers van de _Albatros_ al die bijzonderheden

opmerkten, moesten de bewoners van Omaha-City buiten allen twijfel ook

het luchtschip, dat vreemdsoortige gevaarte opmerken, en voorzeker

waren zij niet meer verbaasd bij dien aanblik dan de voorzitter en

de secretaris van Weldon-Institute verwonderd waren over hunne eigene

tegenwoordigheid aan boord.

In ieder geval zweefde daar eene onbetwistbare daadwerkelijkheid,

die ongetwijfeld door de dagbladen van de geheele Vereenigde Staten

besproken en gecommenteerd zoude worden.

Men zou thans de opheldering krijgen van het tot nu toe onverklaarbare,

waarmede de geheele wereld zich bezig hield en waarin zij ten zeerste

belang stelde.

De _Albatros_ had een uur later Omaha-City overschreden.

Het bleek toen evenwel overtuigend, dat het vaartuig meer oostwaarts

aanhield en zich daarbij van de Platte-rivier verwijderde, door

welker dal de Pacific-Railway in de Prairie kronkelt. Zoo iets was

niet geschikt, om den voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris

Phil Evans genoegen te doen.

"Het schijnt dus ernstig te zijn," zei de een.

"Wat?" vroeg de andere.

"Dat plan om ons naar het land der tegenvoeters te voeren!"

"En dat tegen onzen wil!"

"Juist, tegen onzen wil!"

"O! dat die Robur oppasse!...."

"Ja, dat hij oppasse!"

"Want ik ben de man er niet naar," zei Uncle Prudent ziedend van toorn,

"om hem zoo maar zijn gang te laten gaan. Neen, waarachtig niet!"

"En ik ook niet!" zei de secretaris. "Maar geloof mij, Uncle

Prudent...."

"Wat moet ik gelooven, Phil Evans?"

"Tracht u te bedwingen."

"Mij te bedwingen!.... Duivels!...."

"Bewaar uwen toorn, tot het oogenblik, dat hij nuttig zal te voorschijn

kunnen treden, dan zal zijne losbarsting effect sorteeren."

Tegen vijf uur zweefde de _Albatros_, na het Zwarte Gebergte,

hetwelk met dennen en met ceders getooid is, overschreden te hebben,

boven dat grondgebied, hetwelk men zoo terecht de Slechte Gronden

van den Staat Nebraska genoemd heeft. Die Slechte Gronden bestaan

uit een mengelmoes, een ware chaos van heuvels, die eene okerkleur

vertoonen, van brokstukken van bergen, die men van boven zou hebben

laten vallen en die zich bij hunnen val verbrijzeld zouden hebben. Van

verre gezien, namen die blokken de grilligste vormen aan. Hier en

daar, ontwaarde men nu eens alsof het een overgroot bikkelspel was,

dan weer of het bouwvallen van groote steden uit de middeleeuwen

waren, met kasteeltorens, met burchten voorzien van machicoulis en

peperbusvormige bastions. Maar in werkelijkheid zijn die Slechte

Gronden slechts een groot kerkhof, een onmetelijk knekelveld, waar

de overblijfselen van dikhuidigen, van dieren, die tot de familie der

zeeschildpadden behooren en, zooals beweerd wordt, zelfs van fossilen

of voorwereldlijke menschengeslachten, die daar door de een of andere

natuurkracht der eerste tijden verzameld werden, liggen te bleeken.

Toen de avond viel, was dat geheele bekken van de Platte-rivier

overschreden. Nu spreidde zich de vlakte tot aan de uiterste

grenzen van den gezichteinder uit. En die grenzen lagen ver, zeer

ver verwijderd, nu de _Albatros_ langzamerhand in hoogere luchtlagen

gestegen was.

Robur de Veroveraar · 第 7 / 20 段