Parcival, 28; 105; 116; 325; _de Sage van Parcival en den Heiligen
Graal_, 450-493.
Paris, Gaston, 34; 131; theorie over het ontstaan der Tristan-legende,
182; 184; 185; 186; 187; 194; over den oorsprong der verhalen uit
den "Mabinogion", 352; over het "Verliegen" van den ridder, 353;
355; 357; over de trilogie van Borron, 453; over Bledhericus, 455;
over het ontstaan der Arthur-sagen, 458-459.
Pellam, Koning, 94; Balin's avontuur aan zijn hof, 116-119.
Pellinore, Koning, vader van Parcival en Lamorak, 105.
Penevric, het slot van Guivret le Petit, 395; 396.
Penning en Vostaert, dichters van den roman van Walewein, VII.
Petitcrû, het tooverhondje, 297, 302.
Philipot, Emmanuel, schrijver van eene studie over de Erec-sage, 357.
Potvin, uitgever van "Perlesvaus", 454.
Pucci, Antonio, schrijver van "Dà un exempli", 32.