HOLLAND.

Zie 'k Holland weer met zijn bestraalde vaarten,

Rivieren blankend tusschen 't spichtig groen,

Waar, in den glorierijken zomernoen

Goude' iris, tusschen riet en paardestaarten,

En 't breede bloemscherm 't daglicht zingen doen,

Dan doet er in mijn ziel een zaal'ge klaarte

--Zooals de zon stijgt trotsch uit wolkgevaarten--

Der Schoonheid blijde wederkeer vermoên.

Ik ben de zoon van Holland! O, niet de eerste,

Want ik weet wel: met oogen die beminden,

U eeuwen lang der menschen ziel bezag,

Maar toch gevoel ik me onder de allerteerste

Van al Uw Liefde' en, sinds 'k U zóó mocht vinden,

Denk ik: heil hem, die daarvan zingen mag.

* * * * *

Gedichten(#15273) · 第 94 / 100 题