I.

Op een warmen voorjaarsmorgen

Dat ik door de velden ging

Zong er, in mijn hart verborgen

't Liedje, waar ik nú van zing:

"Daar toch niets te weten is,

Laat het vreeselijke leeren,

Leef niet langer in ontberen

Door der liefde zwaar gemis.

Weten is een klein vertroosten

Voor het menschelijk gemoed,

Liefde troost het onverpoosd en

Vult het leven met haar gloed.

Wie zijn hart in boei geslagen

Leeft het korte leven door

Klaagt aan 't einde zijner dagen

Om de vreugd, die hij verloor."

Gedichten(#15273) · 第 71 / 100 题