Op een warmen voorjaarsmorgen
Dat ik door de velden ging
Zong er, in mijn hart verborgen
't Liedje, waar ik nú van zing:
"Daar toch niets te weten is,
Laat het vreeselijke leeren,
Leef niet langer in ontberen
Door der liefde zwaar gemis.
Weten is een klein vertroosten
Voor het menschelijk gemoed,
Liefde troost het onverpoosd en
Vult het leven met haar gloed.
Wie zijn hart in boei geslagen
Leeft het korte leven door
Klaagt aan 't einde zijner dagen
Om de vreugd, die hij verloor."