Ik zou niet graag
Alleen, vandaag,
Door hoven gaan van love'ren schoone,
Als ik niet kon
De lucht, de zon
En waar zij óp schijnt, aan u toonen.
Hoe licht de schijn
Der zonne rein
Langs 's werelds eeuw'ge kleurenweelde!
Maar wat zou mij
Dit hooggetij
Der schoonheid zijn, zoo gij 't niet deelde?
Want uw gelaat
In schoonheid gaat
Der wereld schoon zóó zeer te boven,
Waar dat niet is
Blijft droefenis
Op 't blauw der lucht, op 't groen der hoven.
* * * * *