nog toe aan Spanje hadden toegebracht. Te Madrid begon men zich de zaak
nu ernstig aan te trekken en men besloot, eenige schepen tot uitroeiing
der Boekaniers naar de Antillen te zenden. Men wendde zich tot Engeland
en Frankrijk om bijstand en verkreeg vandaar twee goed uitgeruste
fregatten en vier kleinere oorlogsschepen. Zoo vertrok dan een smaldeel
van zes fregatten en zeventien kleinere vaartuigen uit Cadix naar
West-Indië.
De Boekaniers hadden de nauwkeurigste berichten ingewonnen omtrent de
uitrusting en het aantal der schepen, tegen hen uitgezonden.
Lolonois liet al de manschappen, die hij maar bezat, naar het
Schildpadden-eiland komen, hij liet de haven nog meer versterken en
bereidde zich met moed en alle krachtsinspanning tot verdediging voor.
Er werd besloten dat men eerst een gevecht op zee zou beproeven en
later, in geval van nood, naar het eiland terugkeeren om daar het
uiterste te wagen.
De schepen werden dus uitgerust en »_De Vliegende Hollander_", nu ruim
een jaar in het bezit van Lolonois, zou alleen verder gaan en de
naderende vijandelijke vloot opzoeken.
Lolonois liet zijn vloot, die uit elf grootere en kleinere vaartuigen
bestond, uitloopen tot op de hoogte van St. Domingo, met bevel, om hier
zijn terugkomst af te wachten.
Niet ver van Jamaïca ontmoette Lolonois de met volle zeilen varende
vloot. Hij draaide dadelijk bij, om de schepen goed te kunnen opnemen en
hun getal en bewapening te kunnen beoordeelen. Toen hij op een mijl
afstand weer onder zeil ging, gebood het admiraalschip hem door een
kanonschot, om weer bij te draaien. Maar de trotsche Boekanier heesch
zijn vlag en, om den vijand te bespotten, daaronder de Spaansche.
Deze moedige en trotsche uitdaging bracht leven en beweging op de vloot.
Alle zeilen werden bijgezet om Lolonois terstond te achterhalen, maar
hoe ook de wind de groote zeilen deed zwellen en hoe spoedig zij ook
vorderde, bij het snelzeilende en kunstig gebouwde vaartuig mocht dit
alles niemendal baten.
Zoo achtervolgd voer »_De Vliegende Hollander_", gerust wegens den
grooten afstand van de vloot, weer naar de plek, waar Lolonois zijn
vrienden had achter gelaten. Tegen den morgen van den derden dag
bemerkte hij de toppen der masten, die boven de meer en meer onstuimig
wordende zee uitstaken. Nu liet hij alle zeilen bijzetten en ontsnapte
zijn verbaasde vervolgers als een waterspook, dat zich eenige dagen lang
met hen vermaakt had.
Het beslissende oogenblik was nu gekomen. Lolonois plaatste zich met
»_De Vliegende Hollander_" aan het hoofd van de vloot der Boekaniers en
stelde zijn schepen in den vorm van een halve maan langs het eiland in
slagorde, dat, met zijn prachtige, boschrijke bergen een heerlijken
achtergrond vormde. De Spaansche admiraal verwonderde zich ten hoogste
over de vermetelheid der Boekaniers, die aan zulk een overmacht met
zoo'n klein aantal schepen weerstand durfden bieden en gaf dadelijk
bevel tot den aanval. Een kwartier later lag hij met zijn fregat
tegenover »_De Vliegende Hollander_". De andere schepen hadden ook ieder
hun tegenpartij gevonden en nu volgde een losbarsting van geschut, die
hemel en aarde deed sidderen.
Zóó evenwel waren de Boekaniers niet gewoon te vechten. Zij enterden,
nadat zij hun vijanden eenige kogels toegezonden hadden, en toen begon
een verschrikkelijke strijd! Lolonois sprong met vijfentwintig zijner
getrouwste mannen aan boord van het admiraalschip. Hoewel de manschappen
zich moedig verdedigden drong hij de Spanjaarden terug en eer een
kwartier verloopen was daalde de admiraalsvlag en wapperde op het fregat
de roode vlag der Boekaniers van den grooten mast. Lolonois en zijn
razende Boekaniers leken voor de ontstelde Spanjaarden zooveel helsche
geesten die uit de onderwereld opgedoken waren, om hen te verdelgen.
In dit oogenblik raakte ook een Fransch fregat in brand en een kotter
van de Spaansche vloot vloog met een donderend geraas in de lucht. De
Boekaniers hieven een luiden zegekreet aan: De overwinning scheen aan
hun kant te wezen.
Maar er hadden zich nog verscheidene schepen van de Spaansche vloot
buiten gevecht gehouden. De kapiteins van die schepen schoten nu de
andere vaartuigen te hulp, een groot oorlogsschip ging naast het
admiraalschip liggen en niettegenstaande den wanhopigen tegenstand der
Boekaniers kwamen er vijftig dappere soldaten aan boord. Zoodra die zich
in het gelid konden plaatsen richtten zij een verschrikkelijk geweervuur
op Lolonois en zijn woeste metgezellen, en van het andere schip
overlaadde men »_De Vliegende Hollander_" met kogels. Doordat deze met
enterhaken aan het fregat geketend was, kon hij met zijn kanonnen niets
uitrichten. Ook in het midden werd de strijd weer met nieuwen moed
begonnen, daar een Spaansch schip in de plaats van het brandende
Fransche fregat was gekomen, waardoor dit in staat was, het vuur van
zijn zeilen en tuig te blusschen.
Een der schepen van de Boekaniers zonk plotseling, twee werden er,
ondanks den woedenden tegenstand geënterd en door de Spanjaarden
genomen, zoodat het gewonnen voordeel al weer heel spoedig verloren
ging.
Maar nog was alles niet verloren, nog bleven de andere Boekaniers moedig
op hun plaats.
Plotseling scheidden zich twee schepen, die vreeselijk door het vuur van
de groote Engelsche fregatten geleden hadden. De Boekaniers die er op
waren zetten alle zeilen bij en sloegen op de vlucht. Dit besliste
alles. Lolonois die met onuitsprekelijke inspanning, volharding en
doodsverachting tot nog toe het Spaansche fregat had mogen behouden,
bemerkte met diep leedwezen wat er plaats had. Ook zag hij, dat de
Engelschen, in plaats van de vluchtenden te achtervolgen zich omwendden
en naderbij kwamen, om de schepen die nog overgebleven waren, tusschen
twee vuren te nemen en in den grond te boren. Hij werd door
moedeloosheid overvallen, gaf het sein tot den aftocht en liet de andere
Boekaniers, die zich nog met de grootste dapperheid verdedigden, weten,
dat zij zich redden moesten zoo goed zij konden. Hij zelf, als de laatst
overgeblevene, stak het admiraalschip in brand onder het fluiten van
tallooze Spaansche kogels, waarop de naar beneden gevluchte manschappen
weer aan dek verschenen, doordat zij bemerkten, dat er hulp opdaagde.
Hierop liet hij de enterhaken waarmee »_De Vliegende Hollander_" aan het
admiraalschip vast zat, wegnemen, het schip onder het kanonvuur van het
vijandelijk fregat alle zeilen bijzetten, die het zwaar beschadigde
vaartuig maar voeren kon en vluchtte weldra uit het bereik van het
admiraalschip dat, in brand en geheel in wanorde, niet in staat was hem
te vervolgen.
Zoodra Lolonois een eind verder in zee was en zich buiten den kruitdamp
bevond, die overal op de golven lag, zag hij vol ontzetting, dat de
meeste schepen der Boekaniers omsingeld waren en in gevaar, genomen te
worden. Hij was echter niet in staat te helpen en zoo moest hij met een
gevoel van onmacht zien, dat er drie schepen veroverd en twee in den
grond geboord werden.
Behalve zijn eigen vaartuig en de drie vluchtende waren ze allemaal te
gronde gegaan of in handen van de vijanden gevallen.
Verscheidene schepen van den zegevierenden vijand probeerden het nu, om
Lolonois te achterhalen, maar de hevige strijd had ze allen zoo'n schade
toegebracht, dat geen enkel meer zeil kon voeren. Bovendien begon de
lucht meer en meer te betrekken en uit het Noordwesten dreigde een
hevige storm.
De Spaansche bevelhebber gaf daarom aan zijn schepen last, dat zij hem
zoo goed zij konden, moesten volgen en zeilde vooruit naar de straat,
die het Schildpadden-eiland van Haïti afscheidt. Hij had hiermee de
bedoeling zoowel een schuilplaats voor het naderend onweer te zoeken als
om van den eersten schrik gebruik te maken, ten einde de volksplanting
der Boekaniers te verwoesten. De gevangen Boekaniers moesten als gidsen
dienen.
De vernieling van de vloot der Boekaniers had men van hier ook gezien en
al wat maar vluchten kon trok diep de bosschen in, waarmee toenmaals het
grootste gedeelte van het eiland nog bedekt was.
De Spanjaarden kwamen dus ongehinderd in de baai.
Toen verwoestten en verbrandden zij de meeste gebouwen, nadat zij alles
afgeplunderd hadden. De weinige overgebleven Boekaniers weken naar
eenige eilanden, om nooit weer naar hun vorige kolonie terug te keeren.
Lolonois had nauwelijks zóóveel zijner manschappen gered, als tot den
dienst van zijn vaartuig noodig waren. De anderen hadden den dood in den
strijd gevonden en lagen op den bodem der zee. Vervolgd en bedreigd, zag
Lolonois in, dat het voor hem niet geraden zou zijn, nog langer in
Amerika te blijven. Hij verliet dus de Antillen en zeilde naar Bahia,
waar hij de schade aan zijn schip herstelde. Eer hij daar nog geheel mee
gereed was, werd hij met gevangenschap en dood bedreigd, want door een
toeval was zijn naam ontdekt. Hij lichtte dus de ankers en koos zee,
hoewel hij twee van zijn manschappen, waarvan hij de terugkomst niet kon
afwachten, aan wal moest achterlaten.
En sedert zwierf Lolonois, uit nood en verbittering nu een werkelijk
zeeroover, op schier alle zeeën rond. Hij leerde zijn vaartuig
voortdurend beter kennen en hoe langer hoe meer waardeeren; hij bedreef
met dit schip ongehoorde daden en werd de schrik van iederen eerzamen
koopvaarder. De buitengewone vlugheid van zijn vaartuig stelde hem in
staat ieder schip in te halen, iederen vervolger te ontvluchten, en met
een bijna spookachtige snelheid zich op plaatsen te bevinden, waar men
hem somtijds honderden mijlen van verwijderd waande.
Was reeds bij het leven van Van Halen die snelheid van het schip een
raadsel geweest, nu vereenigden zich met dat onbegrijpelijke nog de
vreemde naam en de vrees voor de bloedige wreedheid der bemanning.
En zoo ontstond onder het zeevolk van die tijden langzamerhand
gemakkelijk de legende van het spookschip »_De Vliegende Hollander_".
Want geen mensch was toenmaals bijgelooviger dan de zeeman: Hoevele
natuurverschijnselen deden zich ook aan hem voor! Verschijnselen die
tháns door de wetenschap verklaard worden, maar vroeger wel aan den
invloed van goede of booze geesten moesten worden toegeschreven.
Het eenzame, stille van den nacht maakte des zeemans gemoed ontvankelijk
voor allerlei fantastische indrukken. In den wind, die door het want
suisde, klonken hem de stemmen van bovenaardsche wezens tegen, nu eens
lispelend, jolig en blij, dan weer weemoedig, huilend, snerpend.
Uit de grillige wolkgevaarten, uit het schuim der golven, in dartelend
gespeel met het licht der maan, of dreigend uit den pikdonkeren nacht
opstijgend en weer wegdompelend in de diepte, tooverde zijn
verbeeldingskracht hem nu eens de liefelijkste en dan weer de
afgrijzelijkste gedaanten voor den geest, en bracht hem al het
wonderlijke in herinnering, dat hij van zijn jeugd af reeds had hooren
verhalen.
Wat hij destijds bij zulk een verhaal voor zijn verbeelding zag, meende
hij nu werkelijk te zien en vandaar ook dat er toen maar weinig zeelui
waren die niet zwoeren bij hun ziel en zaligheid, dat zij op hun reizen
een of meermalen het spookschip »_De Vliegende Hollander_" waren tegen
gekomen.
De manschappen waren slechts vier in getal: de kapitein, de bootsman, de
kok en één matroos, allen stokoude grijsaards die stadig in de kajuit om
elkanders ziel zaten te dobbelen tot op den jongsten dag, terwijl hun
schip rusteloos voortsnelde, in zijn vaart verlicht door vlammen, die
langs de masten en de raas rondflikkerden.
De zeilen waren grauw als aarde, en de vlaggen waren vaal als de
verbleekte kleuren van doodskransen. Leeg was het dek, geen stuurman
stond aan het roer. De vaart van het schip geleek een vlucht; het te
ontmoeten was als een vloek en voorspelde onheil aan den bodem, dien dat
te beurt viel.
Gelijk een stormvogel vloog het voort, ook zelfs bij volkomen
windstilte, en allen die het aanschouwden ging een ijskoude rilling door
de leden.
Zóó ijlde het spookschip de wateren over en zóó moest het _blijven_
voortijlen tot in eeuwigheid.
[Illustratie]
»IN DE VACANTIE."
Bibliotheek voor Jongens en Meisjes.
Prijs per deel ingenaaid [f] 1,--, in prachtband [f] 1,50.
* * * * *
Serie A. Jongensboeken:
1. JAEPIE-JAEPIE, Vierde druk,
door C. Joh. Kieviet--Geïllustreerd door A. Rünckel.
2. KAREL VERMEER, Tweede druk,
door Ch. Krienen--Geïllustreerd door W. K. de Bruin.
3. FRANS VAN DORENTIL, Vierde druk,
door C. Joh. Kieviet--Geïllustreerd door A. Rünckel.
4. TOCH NAAR ZEE,
door N. W. C. Kuyk--Geïllustreerd door Frans van Noorden.
5. DE AVONTUREN VAN VIER PRETMAKERS, Derde druk,
door Ch. Krienen--Geïllustreerd door Joh. Braakensiek.
6. TWEE ECHTE JONGENS, Derde druk,
door Ch. Krienen--Geïllustreerd door C. van der Sluis.
7. JONGENSLEVEN,
door Mevr. van Woerden-Pop.--Geïll. door J. H. Isings Jr.
8. HET JONGENSKAMP, Tweede druk,
door Chr. van Abkoude--Met 6 fraaie platen.
9. DE CLUB DER JONGE KANINEFATEN, Tweede druk,
door N. W. C. Kuyk--Geïllustreerd door W. K. de Bruin.
10. OP DE VLOOT VAN ADMIRAAL VERHUELL, Tweede druk,
door J. G. Kramer--Geïllustreerd door J. H. Isings Jr.
11. VAN EEN DIEFJESMAAT EN EEN SCHOOLJONGEN,
door Joh. H. Been--Geïllustreerd door O. Geerling.
12. MIJN JONGENSJAREN, Tweede druk,
door Koen van Dam--Geïllustreerd door Joh. Braakensiek.
13. INSTITUUT SPARRENHEIDE, Tweede druk,
door Chr. van Abkoude--Geïllustreerd door Jan Rinke.
14. UIT DE VLEGELJAREN VAN HENKIE SNIP, Tweede druk,
door N. W. C. Kuyk--Geïllustreerd door O. Geerling.
15. JAN BLOEMER,
door A. M. v. d. Linden-v. Eden--Geïllustreerd door O. Geerling.
16. DE KLEINE HAMBURGERS OP REIS,
door E. Gaehtgens--Geïllustreerd.
17. LANGS DEN WATERKANT,
door Cor Bruijn--Geïllustreerd door Frans van Noorden.
»ONS GENOEGEN."
Bibliotheek voor Jongens en Meisjes.
Prijs per deel ingen. [f] 0,65, gecart. [f] 0,90,
in prachtband [f] 1,10.
* * * * *
Serie A. Jongensboeken:
1. WILLEM VAN DEN MOLENAAR, Vierde druk,
door P. Elzer--Geïllustreerd door A. Rünckel.
2. MARC EN ZIJN OOM, Derde druk,
door L. van der Meer--Geïllustreerd.
3. DE TWEE BROEDERS, Vierde druk,
door C. Joh. Kieviet--Geïllustreerd door A. Rünckel.
4. BERT EN BRAM, Derde druk,
door Chr. van Abkoude.--Geïllustreerd door A. Rünckel.
5. VRIENDSCHAP, Derde druk,
door W. Brouwer--Geïllustreerd door A. Rünckel.
6. WILLEM'S VERJAARSGESCHENK, Tweede druk,
door Chr. van Abkoude--Geïllustreerd.
7. DE KAPITEIN VAN MURAT, Derde druk,
door W. P. de Vries--Geïllustreerd door Jan Rinke.
8. BOB-ZONDER-ZORG, Derde druk,
door Chr. van Abkoude--Geïllustreerd door W. K. Prins.
9. DERTIEN JAAR KRIJGSGEVANGEN, Tweede druk,
door J. G. Kramer--Geïllustreerd door J. H. Isings Jr.
10. EEN ONGELUKSVOGEL, Derde druk,
door Chr. van Abkoude--Geïllustreerd door W. K. de Bruin.
11. FRANS BRANDER,
door W. Brouwer--Geïllustreerd door Jos. Rovers.
12. PETER DE VERSPIEDER, Tweede druk,
door J. Gunst--Geïllustreerd.
13. EEN AMSTERDAMSCHE JONGEN, Tweede druk,
door H. W. Sonnega--Geïllustreerd door C. Jetses.
14. DE VOETBALCLUB, Tweede druk,
door Chr. van Abkoude--Geïllustreerd door O. Geerling.
15. VOLHARDING BEKROOND, Tweede druk,
door W. Brouwer--Geïllustreerd door Frans Lazarom.
16. VAN TWEE VRIENDEN,
door B. Knoop--Geïllustreerd door Frans van Noorden.