Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en
spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van
Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove
houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening
(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij
den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje
(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na
het Journael volgt een nieuwe titel:
Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare
Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als //
inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno
M.DC.LXVIIJ.
Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan
het slot.
Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te
Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian
Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen
en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.:
Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de
prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders
in Korea, ondert. Toeridjéné.
't Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de
// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in
't Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER
EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm
en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/
daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den
Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van
Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny
moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer
van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn
't ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in
't Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip
in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
Landt-Reysen.
20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
2 kolommen.
Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door
van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van
Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen
door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:
Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen,
Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen,
En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen,
Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen,
In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft
Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft.
Hier nae een Beter.
Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels
wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia
(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in
de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere
reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen
met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van
Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in
het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte
inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de
dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de
olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier
te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan,
dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het
journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst
in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht
van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den
tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van
de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en
de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen.
In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad
van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis
van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden,
een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte
plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht;
op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck;
in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door
Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt,
en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en
casuarissen voorstellende.
Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch
te Rotterdam.
JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en
van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer
ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders
// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe //
noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno
1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam,
Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
2 kolommen.
Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte
Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende
spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure
geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is
veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding
van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als
zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd,
dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger
gemaakt om de ruimte te vullen.
Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en
van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op
Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen
landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van
't Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede
voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten
blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8
persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn /
achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn
aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] //
t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
2 kolommen.
Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere
uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde
voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op
p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor
de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd,
ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken
Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide
prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor
is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des
Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over
Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656",
uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan,
Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing
naar Corea overgebracht.
Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te
Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land-
en volkenk, van Ned. Indie te Delft.