r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in
voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert
het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in
Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst
van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het
lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde
gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden
sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen
dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men
daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo
den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten
hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven
in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een
somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt:
Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr à f 14 pr mt. f 300.
Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250.
Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200.
Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180.
Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150.
Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150.
Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300.
------
f 1530.