BEOORDEELINGEN.

Het Handelsblad van 9 Junij 1858 kondigde de eerste aflevering aldus

aan, na de aandacht zijner lezers op de advertentie verwezen te hebben:

"Uit den daar vermelden korten inhoud van het werk mag men veel

goeds verwachten, en de eerste aflevering stelt deze verwachting niet

te leur."

De Amsterdamsche Courant van 9 Julij 1858 laat zich er aldus over uit:

"De reeks plaatsbeschrijvingen van belangrijke gedeelten onzes lands,

hetwelk zoo velerlei gewigtige stoffe tot dergelijke bearbeiding

oplevert, is vermeerderd met een werk getiteld: "Oudewater en omtrek,

geologisch, mythologisch en geschiedkundig geschetst" door W. C. van

Zijll, Jz. Het werk zal in zestien à twintig afleveringen compleet

zijn; de eerste ziet het licht. Op het gewoonlijk door de geologen

betreden voetspoor vangt de schrijver aan met eenige verklaringen

van het diluvium en alluvium. In den loop der behandeling daarvan

schetst hij de geschiedenis van den Hollandschen IJssel, en deelt

naar aanleiding daarvan zijne meening mede over den naamsoorsprong van

Oudewater, volgens hem komende van Oudewaarden. Opmerkenswaardig is,

ook uit een oogpunt van nijverheid, hetgeen de schrijver aangaande

het veen en de verschillende aard- of kleisoorten van den bodem

zegt. Zaakrijk zonder te groote wijdloopigheid, stemt deze eerste

aflevering gunstig voor het geheel en regtigt ons aanvankelijk tot de

onderstelling, dat zoo de schrijver zijne taak conscientieus blijft

volvoeren, hij een goed werk kan leveren."

Terwijl het Handels- en Effectenblad van 14 Maart 1859, Aflevering

1-4 aldus aankondigde:

"Bijna iedere stad bevat eene topographie, doch de meeste daarvan

tellen reeds eene of meer eeuwen en zijn dus voor den tegenwoordigen

tijd, waarin de wetenschap en een naauwkeurig onderzoek ons vele zaken

van een geheel ander standpunt hebben doen kennen, en, daar zij de

geschiedenis van den lateren tijd niet behandelen, op dit punt al

zeer onvolmaakt.

Het was dus wenschenswaard, dat die werken omgewerkt en bijgewerkt

werden of nieuwe topographiën in het licht kwamen, ten einde in de

bestaande gebreken te voorzien, en het schijnt, dat deze tijd aan dien

wensch voor een groot gedeelte zal te gemoet komen. Onlangs immers

nog maakten wij melding van het voortreffelijke werk van Dr. Koronel:

"Middelburg voorheen en thans," en thans zijn ons toegezonden 5

afleveringen van het bovenstaande werk.

Den inhoud van deze afleveringen hebben wij met belangstelling

en naauwkeurigheid nagegaan, en het is ons gebleken, dat het werk

in eene behoefte des tijds voorziet, en voor iedereen ten sterkste

aan te prijzen is. Ten einde dit ook aan onze lezers aan te toonen,

willen wij den korten inhoud der vier eerste afleveringen opsommen,

en zullen dan gaarne wanneer er meer afleveringen in het licht gekomen

of het geheele werk compleet zal zijn, in eene verdere beschouwing

treden, daar met de vijfde aflevering de afdeeling Geschiedenis een

aanvang neemt.

Na eene korte inleiding, begint de schrijver zijne geologische

beschouwing, met een duidelijk begrip te geven van de woorden diluvium

en alluvium, en wat men onder diluviale en alluviale gronden moet

verstaan, en geeft daarna een overzigt van de verschillende grondlagen,

die in en bij Oudewater te vinden zijn.

De geschiedenis van den Hollandschen IJssel hangt hiermede in naauw

verband, en het was dus natuurlijk, dat deze onmiddellijk daarna

behandeld werd. In deze afdeeling worden verschillende naamsafleidingen

gegeven, die zeer belangrijk zijn, als: IJssel van IJsala, water

(IJ) loop (sala); Waard van worden, grondwording, en Oudewater van

Oudewaerd, oude grond, oud eiland.

De tweede groote afdeeling handelt over de mythologie, de feesttijden,

feesten en volksgebruiken, en is voor den oudheidkundige, maar vooral

voor iedereen, die van de met mythen doormengde godsdienst onzer

voorvaderen en van den oorsprong der volksfeesten en nog heerschende

gebruiken iets wil weten, van hoog belang. Daarna komen wij aan

het hoofdstuk plaatsnamen, en wordt hierin de naamsoorsprong van

Haastrecht, Montfoort, Heeswijk, Roosendaal en andere omliggende

plaatsen uitvoerig behandeld. Wij hadden deze afd. echter liever

gewenscht vóór het hoofdstuk Mythologie, want dan zou de afdeeling

feesten en feesttijden, die grootendeels hun oorsprong hebben uit de

mythologie, in verband gestaan hebben met de woudendienst, de planten-

en boomendienst, de waterdienst, de vuurdienst, de dierendienst,

vogelvereering, gedrochten, aardgeesten, luchtgeesten, woud-, veld-

en huis-geesten, allen afdeelingen, die in de 4de aflevering behandeld

worden. Deze aflev. besluit met eene opgave van de bewijzen, dat

de plaats en omtrek, waar nu de groote kerk en toren staan, welligt

aan Heidensche eeredienst gewijd waren, er stellig eene Heidensche

begraafplaats was, waarbij tevens de begrafenisplegtigheden van

voorheên en thans opgegeven worden.

Door deze korte beschouwing meenen wij gerust tot de conclusie te

mogen geraken, dat het werk der lezing waard is, en wenschen wij

den schrijver geluk met zijne onderneming. Dat de uitgave goed

is, behoeven wij niet te zeggen; de heer van Zijll heeft, èn als

schrijver, èn als uitgever, voor het welslagen zijner pogingen de

uiterste zorg gedragen."

Het laatstgenoemd blad besluit eene nadere zeer gunstige beoordeeling

van dit werk in zijn nummer van 20 October 1859, met deze woorden:

"Wij durven dit werk aan iedereen aan te bevelen en zijn verzekerd,

dat de belangrijkheid, gepaard aan den niet hoogen prijs, menigeen

zal aansporen, het zich aan te schaften."

Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst · 第 173 / 178 题