5. Henderik Henderikse was hoogstwaarschijnlijk alhier priester in
1515, ten minste op de bewaarplaats der oude stedelijke archieven,
berust de originele acte waarbij Heer Henderik Henderikse, priester,
overdraagt aan het Gasthuis van Oudewater een viertel land, gelegen
op de noordzijde van Linschoten, tegen eene jaarlijksche uitkeering
van vijftien Rijnsche Guldens, naar inhoud van den brief door
Gasthuismeesters hen daarvan gegeven dd. 29 October 1515.
6. Jan Ottoszoon was alhier in 1537 onder-pastoor. Deze hoewel onder
de priesters in dienst bij de kerk in 1543 en 1544 niet genoemd
wordende, was toen alligt in geestelijke bediening bij het nonnen-
of bagijnenklooster, doch later nog in dienst der kerk geweest.
In het resolutieboek van den magistraat dezer stad 1 Julij 1584 vindt
men het volgende aangeteekend--den erfgenamen van Heer Jan Ottosz wordt
volgens hun lieder bescheid van dato 28 Januarij 15.? toegelaten het
erf van patershuis, kelder en alle reliquien van het convent tot hen
lieder behoef te mogen gebruiken, aanvaarden enz. enz.