NAMEN ONZER VOOROUDERS IN DEZE OORDEN.

»Vijf-en-twintig eeuwen terug, en

Nog lag Europa woest. De nevel der barbaarschheid Hing zwaar,

en dunde pas aan 't zuiden voor de schaarschheid Van enkle

stralen lichts, het oosten uitgestroomd, En boorende in die

nacht, meer dan verwellekoomd; Doch 't Noorden, overzwermd

door onbekende horden, Die als het kruid der heide, ontloken

en verdorden, Ontstonden, streden en vergingen op een boôm,

Woest als hun aart, wild als hun tochten en den toom Zoo min

gewend als zij. . . . . . . . . . .

. . . . . . . . Noord-Neêrland half in zee Bedolven, bood den

zwervers oord noch steê Dan eerst op Drenthes grond, waar

donkre boschwaranden De heuvelige hei belomren tot de stranden

Des Noorder oceaans."

Hist. Landschappen van Hofdijk, blz. 34.

»Op denzelfden voet zoude ik u kunnen aantoonen van andere

volken, dat zij van de Celten gesprooten zijn, doch deeze zijn

de voornaamsten op welke wij betrekking hebben, en er blijft

dus geen twijffel over, of de Nederlanden, die òf tot de

Gallien òf tot Germanie behooren, zijn ook door dezelve

bevolkt geworden."

De aloude Staat en Geschiedenissen der Vereenigde

Nederlanden. van E. M. Engelberts, dl. I. blz. 168.

Het is dikwijls voor velen een struikelblok geweest, als zij de namen

hunner voorouders van een oord, laat staan van een stad of dorp,

wilden bepalen. De volgende redenen zijn voornamelijk hiervoor aan

te voeren en moeten in aanmerking worden genomen:

a. Van de vroegste bewoning onzes lands bestaan geene oorkonden.

b. Men heeft zich dikwijls niet behoorlijk rekenschap gevraagd,

wanneer ons land, en strenger het oord hunner beschrijving, voor

bewoning is geschikt geworden.

c. Daar waar al van vroege bewoning wordt gesproken, wordt menigwerf

die plaats niet juist aangeduid.

d. Die dit in later tijden nog eenigzins gedaan hebben, waren

vreemdelingen--meestal Romeinen.

e. Waar die dus inheemsche plaatsnamen noemden, waren die meestal

gelatiniseerd, en hoewel soms eenige overeenkomst met de tegenwoordige

hebbende, zijn zij dikwijls zeer onkenbaar geworden.

f. Vóor, ten tijde van, en nà der Romeinen verblijf in ons land,

was het bevolkt door een aantal volksstammen, die elk hun eigen naam

hadden, hetwelk natuurlijk de verwarring vermeerderde, als men de

grenzen hunner bewoning moest aanduiden.

g. Hunne woonplaatsen waren daarenboven niet stationair: nu eens

moesten zij die verlaten door overstroomingen, dan weder door het

aandringen van nieuwe, of gepaster, andere volksstammen.

De aandachtige lezer zal dus met ons de overgroote moeijelijkheid

inzien, iets degelijks te schrijven over de namen onzer voorouders

in deze oorden.

Echter zullen wij een en ander aan dit land en dit oord toetsen.

a. Van de vroegste bewoning onzes lands bestaan geene oorkonden.

Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst · 第 69 / 178 题