»Er is daarvan door Corn. Aurelius in zijne Batavia 41, bladz. 77-79
deze volgende sage geboekt:
Een Athener Demarchus die tot de lijfwacht des keizers Constans
behoorde, kwam uit Brittannie terug en stapte op de Maas te Staelduinen
aan land. Vervolgens wijdde hij een altaar aan den god Monoschyros
of den alleen sterke. Weldra werd zoowel de hulde aan deze godheid
als zijne godspraak in Batavie en in Klein Friesland boven allen
beroemd. De toeloop was aldaar groot.
Men bood zijn kinderen denzelven aan, opdat zij sterker dan anderen
zouden worden. Daarna verhaalt hij (Aurelius) de geschiedenis eener
merkwaardige offerande door iemand uit Bodegraven nabij Oudewater.
Over de verschillende gevoelens dier geleerden omtrent de ware
beteekenis dezes woords zullen wij ons niet uitlaten; alleenlijk
hadden wij gaarne gezien, dat Westendorp het met zijne ruimte had
kunnen overeenbrengen, die offering over te nemen.
AARDGEESTEN, DWERGEN, enz.
Deze komen onder verschillende benamingen voor. Mr. van den Bergh
[81] noemt: Dreumes, Dreutel, Drol, Keutel.
Door de kaboutermannetjes is hetzelfde te verstaan.
»Dreutel," zegt laatstgenoemde schrijver, »beteekent, gelijk keutel,
de drek van schapen. Door het Christendom," vervolgt hij, »is de naam
in verachting geraakt, en, gelijk bij de Israeliten vreemde goden
drekgoden heeten, tot benaming voor het laagste en verachtelijkste
gebruikt."
»De echte beteekenis," zegt deze geleerde, »is echter nog niet geheel
versleten; ik herinner mij een kinderliedje, beginnende:
Klein, klein dreuteltje, (kleutertje, dreumesje,)
Wat doe jij in mijn hof!"
En hier doen wij van den Bergh welligt geene ondienst als wij het
vervolg daarvan ter nederschrijven, zooals de jeugd dit in Oudewater
opdreunt:
»Jij plukt al mijn bloemetjes weg,
Jij maakt het al te grof."
Dit laatste duidt op den soms lastigen aard dier wezens. Veelal
nogtans waren zij ook goed. [82]
De kleine pijpjes die in de aarde gevonden worden, zegt men, zijn
van aardmannetjes; veelal dan ook worden zij naar hen genoemd. Uit
dit alles blijkt ook weder verachting en kinderspel van het vroegere
heidendom.