Teelaarde

genaderd. Weinig zijn de geologische veranderingen, die in dezen

tijd daarin worden aangebragt. Hier en daar vermeerdert, ja, de

steigeraarde, verhoogt en mengt de vlijtige landbouwer zijn akker

met plantaardige en dierlijke meststoffen, of werkt zijn bouwgrond

ondereen met uitgebaggerde derrie, die hij daarna "welige grond" noemt,

doch alles kan van luttel beteekenis geacht worden tot vervorming

van ons alluvium.

Zeevloeden en doorbraken van rivieren woelen thans niet meer, geholpen

door hunnen bondgenoot, de wind, verdelgend en woest over weiland en

bouwakker; want door middel van dijken en sluizen heeft men hen als

het ware gedwongen, zijne aangewezen grenzen niet te overschrijden:

bosschen zijn uitgeroeid; veenachtige drassige grond in de schoonste

beemden herschapen; alomme prijken lusttuintjes met schoone bloemen

beplant en lieve priëeltjes voorzien, waarin men zoo gaarne eene

wijle verblijft; in één woord, de trotsche woestheid der natuur van

weleer, heeft ook in Oudewater en omtrek plaats gemaakt voor de orde

en regelmaat der 19de eeuw.

Deze eerste afdeeling zouden wij nu als geëindigd kunnen beschouwen,

ware het niet dat wij nog eene aanmerking hadden te berde te

brengen. Zij is deze: de lezer heeft wel in aanmerking te nemen, dat de

beschrevene alluviale lagen niet zijn gevormd met die opeenvolgende

orde, welke is aangeduid; alleenlijk moest er verdeeling gemaakt

worden, om geregelder de schets te kunnen vervolgen, en alzoo zijn

er grenzen bepaald, die in de natuur vaak niet bestonden. Zoo vormde

zich o. a. derrie op klei, en klei op derrie, en daarenboven weten wij,

dat de wording van ijzeroer en veen bij daartoe gunstige omstandigheden

nog steeds aanhoudt.

Alzoo sluiten wij deze geologische schets. In onze verbeelding zetteden

wij voet op het diluvium over wiens wording reeds eeuwen en eeuwen

henenrolden, en ook het alluvium, welks vorming, hoe weinig in dit

oord ook, nog steeds aanhoudt, werd der aandacht gewijd.

In alles bespeurt men echter de wijze hand van den grooten Schepper

en Bestuurder der geheele natuur, door Wien alleen alle krachten en

hulpmiddelen konden zamenwerken tot vervorming van den bodem.

Ten volle zijn wij overtuigd, voor den geleerde weinig nieuws

geschreven te hebben, misschien zelfs betraden wij hier en daar het

dwaalspoor, of bezigden te onduidelijke uitdrukkingen; doch aan onze

plaatsruimte eenigzins bepaald, konden en ook durfden we niet te lang

de aandacht onzer lezers op dit punt bepalen. Mogten evenwel deze

weinige regelen, eenig denkbeeld hebben gegeven van de geologische

kennis onzer vaderstad.

Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst · 第 14 / 178 题