"De oppervlakte der aarde, onze woonplaats, is bij lange
na niet altijd in dien toestand geweest, waarin wij haar
tegenwoordig kennen."
Dr. W. C. H. Staring.
"Laat andren Holland plat en laag en leelijk noemen,
Mij lokt de rijke wei met witte en geele bloemen;
Ik min het vette rund, dat aan den waterkant
Een heldren spiegel vindt met loovers om den rand.
Ik roei graag door de vaart waar waterlelies groeijen,
'k Hoor graag des kiewits roep, of zie den kemphaan stoeijen;
Niet in een apentuin gekortwiekt en verminkt,
Maar op een biezenland naar 's diertjes vrij instinkt,
Waar 't zwarte waterhoen en de pleviertjes wonen,
Die schuilen aan den kant of zich ter noô vertoonen.