Ofschoon de over verschillende tijdschriften en boekwerken verspreidde
litteratuur over het eiland Seran (Ceram) oogenschijnlijk vrij groot
is, blijkt bij nader onderzoek, dat nog geen samenhangende beschrijving
van land en volk werd gegeven, terwijl de gedane mededeelingen dikwijls
zeer vluchtig of zelfs geheel onjuist zijn.
Civiel gezaghebber zijnde op een tijdstip dat de Regeering besloot
zich rechtstreeksch met de binnenlanders te gaan bemoeien, had ik
de gelegenheid gedurende een vierjarig verblijf op Seran het eiland,
waarvan het binnenland bijna geheel onbekend was en zijne bewoners,
uit eigen aanschouwing te bestudeeren en werden de verzamelde gegevens
tot achterstaande ethnographische schets uitgewerkt.
Maar daarom maakt ook dit werkje nog volstrekt geen aanspraak op
volledigheid. Voor den wetenschappelijken natuuronderzoeker blijft
natuurlijk nog zeer veel te vorschen over.
Indien het echter mag bijdragen tot het verspreiden van meer kennis
omtrent dit belangrijkste eiland der Molukken en tot het opwekken van
belangstelling daarvoor, dan heeft het aan zijne bestemming voldaan.
Daar eene kaart op niet te kleine schaal, te omvangrijk zou worden
voor het formaat van het boek, zoo werd slechts een overzichtskaart
gegeven waarop om de duidelijkheid, slechts de voornaamste negorijen,
alsmede die in achterstaande beschrijving genoemd, werden aangegeven.
Hem, die eene meer volledige kaart wenscht te beschouwen verwijzen wij
naar de door ons vervaardigde schetskaart van de Afdeelingen Wahaï en
West-Seran (zie literatuuropgave) en naar de door het Topographisch
Bureau te Batavia uitgegeven schetskaart van het geheele eiland.
De spelling van Alfoersche woorden geschiedde klanknabootsend terwijl
wordt opgemerkt, dat de klemtoon (op een zeer enkele uitzondering na)
op de voorlaatste lettergreep valt.
De e wordt ietwat kort, é geheel helder uitgesproken, terwijl e
toonloos is.
Mijn oprechten en hartelijken dank breng ik hier aan den Hoogleeraar
K. Martin, die mijn werkje wel met een voorwoord heeft willen
verrijken, hetgeen als komende van een oud Seran-reiziger vooral,
die zelf een fraai werk over zijne reizen op dat eiland schreef,
door mij op hoogen prijs gesteld wordt.
Ook betuig ik wel mijne erkentelijkheid aan den heer W. C. Muller,
die zijn bekwame hand leende tot het samenstellen van het register
en aan mijn kameraad van het Hollandsche Leger J. W. van Oorschot,
die de natuurgetrouwe omslagfiguur teekende.