zon had zelfs in zijn jong hart een straal geworpen, en wanneer hij
op het punt was te zeggen: "Ik niet, ik ben het niet geweest, het
was niet mijne schuld!" dan verrees een rijkdom van donkere krullen
voor zijn oog, juist zooals hij ze dien avond had uitgespreid gezien,
toen hij zijne blikken er niet van af had durven wenden.
Hare beenen waren op het oogenblik een der hoofdonderwerpen van Baby's
gedachten, want zij was juist van korte kousjes tot lange gepromoveerd,
en allen, die zich deze gebeurtenis in hun eigen leven herinneren,
zullen begrijpen hoe gewichtig zij voor haar was.
Nell scheen iederen dag mooier te worden. Pip had de handen vol
met zijne pogingen om haar voor inbeelding te behoeden; wanneer
broederlijke op- en aanmerkingen iets kunnen baten, dan moet zij wel
altijd even nederig van zich zelf gedacht hebben, als wanneer zij
vuurrood haar en een hemelwaarts strevenden neus gehad had.
Esther zeide, dat zij wenschte ergens een paar jaren te kunnen koopen,
een ernstig uiterlijk en groote hoeveelheden waardigheid--dan zou er
eenige kans zijn, dat Misrule eindelijk bij zijn deftigen doopnaam
"Rivierzicht" genoemd werd.
Maar vreemd genoeg scheen niemand met dien wensch in te stemmen.
De kapitein rookte nooit meer zijn sigaar in de veranda op zijde van
het huis; het slecht onderhouden grasveld deed hem altijd denken aan
eene kleine gestalte in een rose japonnetje met een gedeukten hoed,
die in het blakerende zonlicht stond te maaien. Judy's dood deed hem
zijne zes overblijvende kinderen dierbaarder zijn dan ooit, maar hun
zijne genegenheid op hartelijker wijze toonen dan vroeger--daartoe
kon hij toch niet komen.
De Generaal werd iederen dag aardiger en liever. Het is geene
overdrijving, wanneer ik zeg, dat zij allen dit kleine wezentje in
zijne koninklijke jonkheid aanbaden, want het leven was hem tweemaal
geschonken geworden, en de tweede maal was het Judy's gave, en daarom
onschatbaar.
Mijne pen heeft zich moeielijk en langzaam bewogen onder het schrijven
van deze twee laatste hoofdstukken; zij weigert licht en vrij over
het papier te glijden, en dus zal ik haar, uit vrees u anders treurig
te stemmen, ter zijde leggen.
Een ander maal, als dit u welkom zou zijn, zal ik u gaarne van
mijne kleine Australiërs verder vertellen, een gering aantal jaren
overspringend.
Tot dien tijd, vaarwel en tot weerziens!
AANTEEKENING
[1] Naam van de vrouw van Punch (Jan Klaassen).
End of Project Gutenberg's Zeven kleine Australiërs, by Ethel Turner