Zoo is dus de apostel der wetenschap, "de nauwgezette van geest," die
zich niet achter het scepticisme verschuilt, maar in waarheid gelooft,
die den moed vindt een ideaal te scheppen en eene hooge intellectueele
en moreele waarde vast te stellen, in den grond een asceet, die
het menschelijk bestaan voor een onbekend hiernamaals negeert,
een pessimist, die zich van het leven afkeert, omdat hij zich niet
aan de illusie en de leugen, die voor alle leven noodzakelijk zijn,
wil overgeven, een nihilist, die, evenals de Christen, in waarheid
de menschheid in den afgrond des doods tracht te drijven.