C. Gerezen brood van gebuild meel.

R. 478. Wittebrood. Op een kilo tarwebloem gebruikt men 100 gram gist,

die men in lauwwarm water vloeibaar maakt. Het water mag niet te warm

zijn, daar anders de gistcellen _sterven_. Heeft men het deeg ongeveer

10 minuten met een pollepel flink beslagen, dan schept men het op een

schoonen doek, dien men met wat boekweitemeel bestrooid heeft. Ook

op het deeg strooit men wat boekweitemeel. Vervolgens dekt men het

met den doek dicht en laat het een paar uren op een warme plaats

rijzen. Daarna doet men het deeg in een vorm, die met een weinig

olie of boter bestreken is of men geeft, als het zoo lang gerezen

heeft, dat er "stand" [5] in het deeg is, er den begeerden vorm aan,

bestrooit het deeg nog wat met boekweitemeel en bakt het op een plaat,

die ook met wat meel bestrooid is.

Het is vooral van belang, dat het deeg de meeste hitte van onderen

ontvangt. Indien de inrichting van den oven dat niet toelaat, dan

kan men eerst op het fornuis in een platte pan of in een ijzeren

pot de onderkorst laten vormen, voordat men het brood in den oven

plaatst. De oven moet goed heet zijn.

R. 479. Krentenbrood. Op drie gewichtsdeelen gebuild of ongebuild

tarwemeel neemt men één gewichtsdeel krenten en één gewichtsdeel

rozijnen zonder pitten, die herhaaldelijk moeten gewasschen zijn en

van steentjes gezuiverd. Verder handele men als voor het bakken van

gerezen tarwebrood is voorgeschreven in R. 475 of in R. 478.

R. 480. Kerststollen van ongebuild tarwemeel. Tot het bakken van

kerststollen gebruikt men 2 kilo ongebuild tarwemeel, 1/2 liter

lauwwarme melk, 125 gram boter, 750 gram rozijnen, 50 gram gist,

opgelost in lauwwarm water, waarbij men nog voegt het lauwwarm

gemaakte water van de den vorigen dag te weeken gezette rozijnen en

zooveel lauw water als men voor een week deeg noodig heeft. Men laat

het deeg zoo lang rijzen, totdat er "stand"1 in is, geeft er dan den

stollenvorm aan en laat het in een flink gestookten oven gaar bakken.

R. 481. Kerststollen van tarwebloem. Men neme 3 kilo zuivere bloem,

200 gram gist in lauwwarm water opgelost, 1/2 liter lauwwarme melk,

1 1/2 kilo rozijnen zonder pitten, 1/2 kilo amandelen, eerst in

heet water gebroeid om ze gemakkelijk van de schil te ontdoen en

dan fijngemalen, 1 kilo roomboter, 250 gram sucade. Nadat het deeg

goed beslagen is, laat men het rijzen totdat er "stand" (zie noot op

bladz. 155) in gekomen is, geeft er dan den stollenvorm aan en bakt

het in een flink gestookten oven.

De Vegetarische Keuken Kookboek van den Nederlandschen Vegetariërsbond · 第 42 / 71 题