D. Melksausen.

R. 152. Amandelsaus I. Op een halven liter melk neemt men een lepel

maizena en een handvol geraspte of fijngesneden zoete amandelen. Men

roert de melk gestadig in één richting, totdat ze de vereischte dikte

heeft. Als ze bekoeld is, zoet men ze naar smaak.

R. 153. Amandelsaus II. Op een halven liter melk neemt men een handvol

geraspte of gesneden zoete amandelen en drie eierdooiers. Men zet

de melk op het vuur en roert voortdurend in één richting, totdat de

saus de verlangde dikte heeft verkregen. Na bekoeling zoet men ze

naar smaak.

R. 154. Chocoladesaus. Vermeng 25 gram cacao of chocolade met 20 gram

maizena en meng het aan met wat koud water, totdat het dun vloeibaar

is geworden. Roer het vervolgens door 1/2 liter kokende melk en blijft

doorroeren gedurende 5 à 6 minuten. Suiker naar smaak.

R. 155. Melksaus I. Men roert een ei en wat suiker door de melk, laat

het mengsel koken en bindt het--zoo noodig--met wat maizena. (Bij

rijst enz.).

R. 156. Melksaus II. Men bindt de melk met wat bloem of maizena,

doet er een heel klein beetje zout in en roert er een kluitje boter

door. (Bij bloemkool, schorseneren enz. te gebruiken).

R. 157. Roomsaus. Men raspt de schil van een sina'sappel voorzichtig,

zoodat men het wit niet raakt. Men roert het geraspte door 1/2 liter

melk. Als de melk kookt, voegt men er suiker naar smaak aan toe en

bindt ze met wat maizena. Vervolgens roert men er 1/4 liter room door

en laat ze dan nog even op het vuur staan.

R. 158. Vanillesaus. Terwijl men 1/2 liter melk met een stokje vanille

op een zacht vuur aan de kook brengt, klopt men 3 eierdooiers. Daarbij

voegt men wat maizena en wat koude melk, steeds roerend in één

richting. Als de dooiers met de koude melk dun genoeg zijn, giet men ze

voorzichtig bij de kokende melk, steeds in dezelfde richting roerend,

totdat de saus de gewenschte dikte heeft gekregen. Suiker naar smaak.

E. Vla's en crêmes.

R. 159. Aalbessenvlade I. Op een halve flesch bessensap neemt men

drie geklopte eierdooiers en het water, waarin 200 gram rozijnen

een nacht te weeken hebben gestaan. Men brengt het aan de kook,

bindt het tot de vereischte dikte met maizena en laat het dan bekoelen.

R. 160. Aalbessenvlade II. In plaats van enkele bessensap neemt men

de helft bessen- en de helft frambozennat. Verder volgt men R. 159.

R. 161. Amandelvlade (crême aux amandes). Men raspt of snijdt 100

gr. amandelen fijn, die men met 7 geklopte eierdooiers en het tot

schuim geklopte wit van 2 eieren en 150 gr. witte suiker door 1/2

L. room of melk roert, nadat die gekookt heeft en van het vuur

genomen is.

Heeft de vla de vereischte dikte niet, dan kan men ze "au bain Marie"

plaatsen, onder gestadig roeren totdat ze de verlangde dikte gekregen

heeft.

Men moet steeds in dezelfde richting roeren.

R. 162. Boschbessenvlade. Men handelt als in R. 144 voor

boschbessensaus is voorgeschreven, maar neemt zooveel minder water,

dat de saus de dikte krijgt, die voor vla benoodigd is.

R. 163. Chocoladevlade. Men roert 7 eierdooiers, 250 gr. cacao of

chocolade, 250 gr. suiker en 8 lepels melk door elkaar en beslaat dit

deeg, terwijl het op het vuur staat, totdat het kokend heet is. Daarna

roert men voorzichtig het tot schuim geslagen wit der vijf eieren

door het beslag. Men kan deze vla aanwenden tot het garneeren van

taarten en ander gebak.

R. 164. Citroenvlade I (crême au citron). Men neemt van een halve

flesch room een klein gedeelte, dat men met 50 gr. bloem, 125

gr. suiker en 6 eierdooiers dooreen roert, totdat de ingrediënten

goed vereenigd zijn.

Dan voegt men er den overigen room bij, zet het beslag op een zacht

vuur en laat het nog even doorkoken. Nadat men de vla van het vuur

genomen heeft, roert men er--als ze genoeg is afgekoeld--het sap van

twee citroenen door en het tot schuim geslagen wit der eieren.

R. 165. Citroenvlade II. (Crême au citron). Een eenvoudiger recept voor

citroenvla is een vijftal eieren met suiker goed kloppen, het laten

koken met 1/4 liter water tot het de vereischte dikte heeft gekregen

en daarna het sap van drie geperste citroenen er door roeren. Suiker

naar smaak.

R. 166. Melkvlade. Men kookt een liter melk met de geraspte schil van

een citroen. Nog voordat de melk kookt, giet men er heel voorzichtig,

al in dezelfde richting roerende, een kopje melk in, waarin, zeer

fijn en dun, maizena is aangemaakt. Als de melk gaat koken, neemt

men ze af, doet er twee tot schuim geklopte eieren bij en suiker

naar smaak. Vervolgens doet men de vla op een schaal, bestrooit ze

met fijngesneden amandelen en laat ze koud worden.

R. 167. Roomvlade. Kluts drie eierdooiers met 50 gram suiker, voeg

er vervolgens 250 gram bloem bij en 1/4 liter melk, zet alles op een

zacht vuur en roer gestadig in dezelfde richting, totdat de vla de

gewenschte dikte heeft.

R. 168. Sago-Crême. Kook een halven liter versche melk met eenige

lepels suiker en een stukje citroenschil, schud daarin een eetlepel

vol sago en laat dit zacht koken tot de sago doorschijnend is. Doe

het dooier van een of twee eieren in een kom en voeg langzaam aan er

de sagomelk bij, zorgdragende, dat die niet heet is, anders schiften

de eieren. Neem er de citroenschil uit en dien het gerecht warm op.

R. 169. Vanillevla. Kook een halven liter versche melk met een stokje

vanille. Zoet de melk met bruine suiker naar smaak en voeg er wat

geel van een citroenschil bij. Als de melk kookt, bindt men ze met

maizena, maar niet te dik; ze moet nog vloeibaar zijn. Laat de vla

bekoelen op een schoteltje en garneer ze met geconfijte vruchten.

De Vegetarische Keuken Kookboek van den Nederlandschen Vegetariërsbond · 第 27 / 71 题