grijsaard, die op zoo toevallige wijze door hen was gered, lag uitgeput
in de boot neer.
Eindelijk hadden zij het eind van het kanaal weer bereikt. Maar ook
daarbuiten kookte en bruiste de zee. De hemel was verduisterd door
rook, stof en wolken en de woeste zee beukte schuimend tegen het
vernielde strand, overstroomde de gescheurde kaden en behalve de
gebarsten muren van de eenmaal zoo schoone Paleisstraat, waren de
huizenrijen, de ontelbare witte gebouwen die langs de glooiende
hellingen hadden gestaan, verdwenen.
Van al de honderd kerken van Messina verhief zich geen enkele meer,
verdwenen waren de San Gregorio en de Badazzia, San Francesco en San
Giovanni, universiteit en kazernes, hospitaal en schouwburg.
Tevergeefs zochten zij die in de boot zaten, met strakke blikken naar
de heerlijk schoone stad, de parel van Sicilië, een der bloeiendste,
grootste handelssteden van Italië, welke zij kort te voren stralend van
pracht en schoonheid hadden verlaten.
Het heerlijke Messina met haar 200,000 inwoners bestond niet meer!
Een rookende puinhoop, een rij treurige ruïnen van de paleizen aan de
zee—dat was alles wat in een oogenblik van vernieling het noodlot van
Messina had gemaakt.
Ook de oude man had zich opgericht. Met een glimlach vol geluk en
weemoed tegelijk hadden vader en zoon elkaar herkend. Zij omhelsden
elkaar, terwijl de gravin weenend de handen van den grijsaard kuste.
Maar het was bijna tevergeefs om te kampen tegen den golfstroom, die de
boot in noordelijke richting dreef, langs de puinhoopen van de
noordelijke Strada Vittorio Emanuele.
Plotseling greep Luigi den arm van zijn vader.
Een algemeene kreet van verbazing weerklonk.
Zelfs dezen keer, nu alles verwoest was, had het lage paleis Finori,
dat slechts één verdieping telde en door ijzeren staven werd gestut,
weerstand geboden. Het was het eenige huis, dat in zijn geheel was
blijven staan.
Met groote moeite gelukte het hun aan de vernielde kade te landen.
Nauwelijks hadden allen zich verzameld in de bibliotheek van den ouden
markies, om te luisteren haar het verhaal van zijn lotgevallen, toen
vanuit den kelder doffe slagen werden vernomen.
Allen ijlden door de kastdeur naar beneden.
Wie beschrijft de groote vreugde en verbazing van Charly, toen hij
daar, wel bleek en uitgeput en gewond door de neergevallen steenen,
maar overigens in goeden welstand, zijn vriend Lord Lister met diens
getrouwen dienaar Giannettino aantrof.
Vol eerbiedige bewondering voor zooveel heldenmoed luisterde men naar
zijn verhalen over de beleefde avonturen en de verworven schatten van
de door het noodlot vernietigde Maffia.
Eerst nu behoefden Luigi en de bekoorlijke gravin niet meer bevreesd te
zijn.
Cesare was dood!
Rillend dacht de oude markies aan de afgrijselijke uren, die hem door
zijn ontaarden zoon waren bereid. Ondanks al zijn moed en wilskracht
was in dezen nacht zijn haar sneeuwwit geworden.
Met fakkels en electrisch licht begaven zich detective Sarpi, Lister,
Charly en Giannettino nog eenmaal naar beneden naar de plaats der
verschrikkingen, vanwaar zij in verschillende pakken en bundels de
schatten haalden uit het steenen graf.
De overige 8 millioen echter werden den Syndaco ter hand gesteld, ten
bate der slachtoffers.
Kapitein Wheeler had, door het treffen van verstandige maatregelen, het
jacht weten te redden.
Lister laat het in gereedheid brengen om uit Engeland hulpmateriaal te
halen.
Als zij terugkomen en men de ramp eenigszins zal zijn te boven gekomen,
dan zal het huwelijk plaats hebben van Luigi en Marietta, een jong
geluk, ontsproten op de puinhoopen van het verwoeste Messina.
AANTEEKENING
[1] Hollandsch: Haastige spoed is zelden goed.