»Wie naar Rusland komt«, zeide Trotzky op het kongres, »om onze
instellingen te bewonderen, die is geen goed communist«. Een
eigenaardige uitspraak uit den mond van een der leiders van
Sowjet-Rusland, en toch volkomen logisch en begrijpelijk. Trotzky
bedoelde, dat wie gelooft in Sowjet-Rusland de communistische
inrichting van het leven, al is 't ook slechts op een bepaald
onderdeel van het maatschappelijk gebied, kant en klaar en tot
volkomenheid gebracht te vinden, blijk geeft niets van de wording
eener nieuwe samenleving te begrijpen.
In de burgerlijke maatschappij is sedert vele jaren alles betrekkelijk
stabiel en »af«, d.w.z. de staatkundige en maatschappelijke
instellingen staan in hun groote omtrekken vast, enkel aan de details
wordt nog geprutst, dat zijn de zgn. hervormingen.[1] In het land waar
nieuwe klassen, die der arbeiders en boeren, de macht veroverden, is
dit alles anders. Het geheele leven, in zijn volle oppervlak en zijn
verborgen diepten, is in beweging geraakt en die beweging is
tweeledig. Er is de elementaire drang der massaas naar land, naar
vrijheid, naar kennis, naar schoonheid en er is de bewuste
communistische wil om nieuwe levensvormen te scheppen. Tastend gaat
men voorwaarts, doet een stouten sprong vooruit, komt op zijn schreden
terug, richt op en breekt weer af. Kortom, men experimenteert
voortdurend, niet doelloos en in het wilde weg, maar doelbewust,
uitgaande van bepaalde grondbeginselen en bepaalde richtsnoeren
volgend. Niemand in Rusland gelooft dat de inrichtingen, de
instellingen, de wetten, de scholen, de kunstwerken, die in deze jaren
geschapen worden, het laatste woord van communistische wijsheid en
schoonheid zijn;--maar wel zijn zij er het eerste gestamel van en als
zoodanig onze belangstelling, liefde en bewondering overwaard.
Over eenige instellingen, die ik bezocht, eenige samenkomsten, die ik
bijwoonde en waarin de eerste kiemen van nieuw leven en nieuwe
schoonheid zich manifesteeren, wil ik hier iets mededeelen. Dat ik
juist deze bezocht of bijwoonde, was geheel toevallig; wat ik zag was
niet opzettelijk »klaargemaakt« om aan vreemde gasten vertoond te
worden, maar behoorde tot het dagelijksche, normale leven van
Sowjet-Rusland. De hier volgende beschrijvingen zijn als het ware het
resultaat van proefpunkties in dat groote lichaam, die evengoed op tal
van andere plaatsen hadden kunnen worden verricht.