Wat Kollontay en anderen mij vertelden, kwam geheel overeen met mijn
eigen indruk van wat de revolutie voor de vrouwen in Rusland had
gedaan. Onder de arbeidsters en de boerenvrouwen was een groot
ontwaken. Zij genoten de bevrijding van het enge gekluisterde leven en
het inzetten hunner eigendommelijke krachten en gaven in het wijde
maatschappelijk arbeidsveld. Ik begreep de uitdrukking van Boecharin,
die ik een poosje geleden in een artikel over een arbeidsterskongres
gelezen had. »In de menschenwereld wordt een nieuw wezen geboren«. En
ik begreep, wat mij van verschillende kanten werd meegedeeld, hoe de
frissche geest, de moedige wil en de spontane overgave van duizenden
en duizenden vrouwen een der sterkste krachten zijn, die zoowel de
Sowjetinstellingen als de communistische partij thans dragen en een
algemeene inzinking verhoeden. De mannen zijn lang voor de vrouwen--in
de revolutie telt iedere dag voor weken of zelfs maanden--in den
strijd gegaan; er is àl te veel van hen gevergd; velen hebben geen
spankracht meer, de bronnen van hun lichamelijke en geestelijke
energie zijn tijdelijk uitgeput. De vrouwen kwamen later in beweging;
zij beschikken nog over zekere krachtreserves; misschien ook gaat het
uithoudingsvermogen der vrouw, wanneer zij haar geheele hart geeft,
dat van den man te boven. Waar de mannen mij somtijds toeschenen door
overgroote vermoeidheid een weinig hard en onverschillig geworden,
voelde ik in den omgang met vrouwen telkens de weldoende warmte, het
tegelijk vurige en teedere van begin en groei.... En dit geldt niet
alleen voor de communistische vrouwen die de propaganda voeren onder
de arbeiders en boeren, of in het Roode Leger: het geldt ook voor
duizenden en duizenden vrouwen, die geen lid zijn der communistische
partij, maar die haar werk in de scholen en de vakantiekolonies en de
kindercrèches opvatten in communistischen geest, als een gewijde taak
die zij verrichten ter wille van de gemeenschap, dat is voor het
gemeenschappelijk heil. Men behoeft slechts enkele weken in
Sowjet-Rusland te zijn, om op te kunnen merken--wanneer men ooren en
oogen en verstand en gemoed openzet--welk een ontzaglijk verschil het
maakt of een groot aantal vrouwen voor het eerst maatschappelijken
arbeid verricht in een samenleving, aan alle kanten begrensd door de
burgerlijk-kapitalistische gedachte, zooals dat in West-Europa het
geval is geweest, of in eene die deze gedachte-sfeer heeft doorbroken
en bewust--wat niet noodzakelijk beteekent in een rechte lijn, noch in
een altijd-eender tempo--koers zet naar het communisme. Een ontzaglijk
verschil maakt dit voor de geheele wijze, waarop de vrouw haar taak
opvat en waarop deze op haar inwerkt; in het eene geval zullen de
individualistische en egocentrische, in de andere de altruïstische en
genootschappelijke kiemen en aandriften in haar gevoed en versterkt
worden.
* * * * *
Tegenover de vreugde en het geluk, dat talrijke russische vrouwen uit
de arbeidersklasse en den middenstand vinden in het uitslaan hunner
vleugelen, staat veel donkers en moeilijks. Het oude vraagstuk voor de
vrouw, die een huisgezin te verzorgen heeft èn maatschappelijken
arbeid verricht: hoe haar dubbele taak te volvoeren, zonder dat haar
werk, haar kinderen of haar eigen krachten er onder lijden, is in
Rusland allerminst opgelost. De verstrekking van gemeenschappelijke
maaltijden is in hoofdzaak beperkt tot Sowjet-beambten en arbeiders in
grootbedrijven; de kinderkolonies kunnen bijna alleen de weezen,
halfweezen en verwaarloosde kinderen tot zich nemen, wier aantal
ontstellend groot is. De groote meerderheid der vrouwen heeft evengoed
als bij ons, een huishouden te verzorgen en moet haar socialen
werkkring daarmee zoo goed mogelijk vereenigen. Al de gewone
moeilijkheden, het getob, de eeuwige tweestrijd, de overspanning,
komen daarbij natuurlijk voor. En ook waar voor de kinderen gezorgd
wordt, is het dikwijls hard voor de moeders om hen te moeten verlaten.
Eens toen wij laat in den avond van het kongres kwamen, trad een
partijgenoote ons tegemoet op het voetpad dat aan de groene graven der
gevallen strijders voorbij langs den Kremlinmuur loopt. Ik kende haar
niet, maar zij begon een gesprek, vroeg met groote belangstelling naar
wat dien dag besloten was geworden. »Ik had eigenlijk op de
alrussische konferentie voor de propaganda moeten zijn«, zei de ze;
»maar ik heb den Zondag vrij genomen om mijn kinderen te bezoeken, die
allebei ziek liggen in een kinderkolonie«. De ouders mogen hun
kinderen overal vrijelijk bezoeken, in +alle+ instellingen, scholen,
kolonies, enz.; maar die instellingen liggen soms ver van de stad, de
vervoermiddelen zijn slecht en zoo ontbreekt vaak de gelegenheid.
Zeker zijn er wel kinderhartjes, die ondanks de hartelijkheid en
teerheid der verzorgsters iets ontberen. »Waar ben je liever, hier of
bij mammie«, vroeg een onzer eens aan een klein ventje, die op de
zalige warande van een heerlijke boschschool zijn pap op te peuzelen
zat. »Bij mammie«, luidde het antwoord onmiddellijk en zonder
aarzeling. »Maar waarom dan?« »Het is zoo pleizierig bij haar«, kwam
er weer even gedecideerd uit. Het was een kind van arme, ongeschoolde
arbeiders--ik geloof dat hij zei dat zijn vader straatveger was of zoo
iets, en dat het zeker in de kolonie oneindig beter was dan thuis,
maar er was toch iets »pleizierigs« bij mammie, wat voor zijn gevoel
hier ontbrak. »Ik zie mijn dochtertje maar zelden«, zei de
kindervriendin Kalinina tegen mij, als iets geheel natuurlijks;
»meestal moet ik 's morgens héél vroeg weg en ben pas 's avonds thuis;
vaak ook kom ik in 't geheel niet overnachten; zij is overdag op
school en blijft daar eten; gelukkig woon ik samen met een vriendin,
die wat meer thuis is dan ik«.
Voor de aktieve communisten bestaat het huiselijke leven feitelijk
niet meer. Het is volkomen onvereenigbaar met het recht der partij,
haar leden te »mobiliseeren«, zonder in het minst rekening te houden
met hun persoonlijke omstandigheden. Wie communist is in Rusland,
stelt zijn of haar geheele persoonlijkheid in den dienst der partij.
Herhaaldelijk ontmoette ik vrouwelijke communisten die mij vertelden,
hoe zij door de partij naar het zuidelijk front waren gestuurd,
terwijl hun man een zending te vervullen kreeg in den Kaukasus, den
Oeral of ook wel buiten Rusland. In zulke gevallen worden de kinderen,
zoo die er zijn, natuurlijk in kolonies opgenomen. »Ik ben een jaar
getrouwd geweest, maar ik heb mijn man in dien tijd bijna niet
gezien«, zei een jonge partijgenoote tegen mij in een gesprek over
deze dingen. Ik ben vergeten of hij na dat jaar gestorven was of wel
dat zij gescheiden waren.
Natuurlijk zijn zulke gevallen betrekkelijke uitzonderingen; immers
het aantal militante communisten maakt slechts een zeer klein
percentage der bevolking uit, en deze zijn ook niet allen gehuwd. Op
het platteland, onder de boerenmassa's, zullen de vormen van het leven
nog wel weinig veranderd zijn bij vroeger, en voor de meerderheid der
proletariers-gezinnen zal dit eveneens 't geval wel zijn. Het groote
verschil met vroeger zal wel zijn: het sterk toegenomen zelfbewustzijn
der vrouw. »Bij ons in Petrograd«, vertelde partijgenoote Kutela, een
bekende propagandiste der oude garde mij, »durven de arbeiders hun
vrouwen niet meer slaan of uitschelden. Immers, wanneer zij dat doen,
zeggen de vrouwen kalm: »als je mij niet goed behandelt, ga ik
weg«--en de mannen weten, dat zij hun dreigement zullen uitvoeren
ook«.
De nieuwe Sowjet-wetgeving maakt scheiding gemakkelijk, voor de
kinderen wordt in het ergste geval wel gezorgd. De vrouwen begrijpen,
dat ze zich niet meer alles behoeven te laten welgevallen, en ze
willen het ook niet, nu ze hun menschelijke waardigheid zijn gaan
voelen.
Dit alles is verheugend en een groote vooruitgang, maar er zijn ook
donkere plekken in het leven der vrouwen in Rusland, wreede kloven en
troebele wateren, waarvan niemand nog weet, waar ze heenvoeren: naar
een nieuwe schoone zede of naar zedelijke verwarring en verwildering.
De plotselinge verwrikking van den levensbouw heeft veel pijlers
vernield, veel stutten weggeslagen, ook op het gebied der
geslachtelijke verhoudingen, waarvoor nog niets anders en beters in de
plaats is gekomen. De ontzettende, soms in 't ondragelijke stijgende
spanningen in het sociale en politieke leven, werken natuurlijk na in
de sexueele sfeer; met de algemeene ineenstorting der oude
levensvormen verdwijnt de stadigheid der affektie; de onrust en
woeling der buitenwereld verwarren het hart, dat telkens grijpt naar
nieuwe voorwerpen, telkens nieuw-bekoord en gestreeld wil zijn. De
gemakkelijke--misschien àl te gemakkelijke--ontbinding der huwelijken
geeft aan de veranderlijkheid der neiging vrij spel.
In alle klassen en alle kringen komt deze tot uiting. Men bevalt
elkaar, huwt, gaat spoedig,--na enkele maanden, ja, soms na enkele
dagen,--weer uiteen, huwt opnieuw.... verlaat elkaar weder.... Zoo
althans is het in de groote steden. Ook voor de sexueele verhoudingen
geldt de wet, dat afbreken veel gemakkelijker is dan opbouwen. De
vernietiging van het oude voltrekt zich, wanneer zij eenmaal begonnen
is, bijna van zelf, omdat zij een aantal moeizaam aan banden gelegde
aandriften in den mensch gelegenheid geeft zich uit te vieren. Maar de
vestiging van een nieuwe zede is een werk van geslachten; immers zij
maakt de beheersching en betooming dier aandriften noodzakelijk; zij
eischt voorzichtigheid, zelfbeheersching en geduld.
Terugkeer tot de begrippen, vormen en sankties der burgerlijke moraal
op geslachtelijk gebied is uitgesloten voor elk land, waar de stroom
der revolutie de ekonomisch-sociale pijlers dier moraal geheel of
gedeeltelijk heeft weggeslagen. De maatschappij is op weg naar het
communisme; zij zal de vormen van geslachtelijk verkeer en verband
moeten zoeken, uitwerken en vaststellen die bij het communisme passen.
En aan de vrouw, de reeds onthevene van de lijdelijkheid die de zede
haar oplaadde, van het schuwe verbergen der harte-neiging en de vrees
voor de »schande« van het onwettige moederschap, zal hierbij de
zwaarste taak toevallen. Met haar hartetranen en haar hartebloed zal
zij het zoeken en tasten, het beproeven en vaststellen, moeten
betalen, zoolang tot de schoonere, hoogere vorm gevonden is en de
ruimere, mildere zede vastgesteld.
Niet tot wat de gedachteloozen en oppervlakkigen »geluk« noemen,
bevrijdt de strijd voor een nieuwe samenleving de vrouw van de oude
onzelfstandigheid en slaafsheid, maar tot het verwerkelijken van
nieuwe idealen, tot omhoog-reiking en stijging, tot bewogener
genieting en edeler levenspijn.