IX. +Slotbeschouwing+.

Wat Kollontay en anderen mij vertelden, kwam geheel overeen met mijn

eigen indruk van wat de revolutie voor de vrouwen in Rusland had

gedaan. Onder de arbeidsters en de boerenvrouwen was een groot

ontwaken. Zij genoten de bevrijding van het enge gekluisterde leven en

het inzetten hunner eigendommelijke krachten en gaven in het wijde

maatschappelijk arbeidsveld. Ik begreep de uitdrukking van Boecharin,

die ik een poosje geleden in een artikel over een arbeidsterskongres

gelezen had. »In de menschenwereld wordt een nieuw wezen geboren«. En

ik begreep, wat mij van verschillende kanten werd meegedeeld, hoe de

frissche geest, de moedige wil en de spontane overgave van duizenden

en duizenden vrouwen een der sterkste krachten zijn, die zoowel de

Sowjetinstellingen als de communistische partij thans dragen en een

algemeene inzinking verhoeden. De mannen zijn lang voor de vrouwen--in

de revolutie telt iedere dag voor weken of zelfs maanden--in den

strijd gegaan; er is àl te veel van hen gevergd; velen hebben geen

spankracht meer, de bronnen van hun lichamelijke en geestelijke

energie zijn tijdelijk uitgeput. De vrouwen kwamen later in beweging;

zij beschikken nog over zekere krachtreserves; misschien ook gaat het

uithoudingsvermogen der vrouw, wanneer zij haar geheele hart geeft,

dat van den man te boven. Waar de mannen mij somtijds toeschenen door

overgroote vermoeidheid een weinig hard en onverschillig geworden,

voelde ik in den omgang met vrouwen telkens de weldoende warmte, het

tegelijk vurige en teedere van begin en groei.... En dit geldt niet

alleen voor de communistische vrouwen die de propaganda voeren onder

de arbeiders en boeren, of in het Roode Leger: het geldt ook voor

duizenden en duizenden vrouwen, die geen lid zijn der communistische

partij, maar die haar werk in de scholen en de vakantiekolonies en de

kindercrèches opvatten in communistischen geest, als een gewijde taak

die zij verrichten ter wille van de gemeenschap, dat is voor het

gemeenschappelijk heil. Men behoeft slechts enkele weken in

Sowjet-Rusland te zijn, om op te kunnen merken--wanneer men ooren en

oogen en verstand en gemoed openzet--welk een ontzaglijk verschil het

maakt of een groot aantal vrouwen voor het eerst maatschappelijken

arbeid verricht in een samenleving, aan alle kanten begrensd door de

burgerlijk-kapitalistische gedachte, zooals dat in West-Europa het

geval is geweest, of in eene die deze gedachte-sfeer heeft doorbroken

en bewust--wat niet noodzakelijk beteekent in een rechte lijn, noch in

een altijd-eender tempo--koers zet naar het communisme. Een ontzaglijk

verschil maakt dit voor de geheele wijze, waarop de vrouw haar taak

opvat en waarop deze op haar inwerkt; in het eene geval zullen de

individualistische en egocentrische, in de andere de altruïstische en

genootschappelijke kiemen en aandriften in haar gevoed en versterkt

worden.

* * * * *

Tegenover de vreugde en het geluk, dat talrijke russische vrouwen uit

de arbeidersklasse en den middenstand vinden in het uitslaan hunner

vleugelen, staat veel donkers en moeilijks. Het oude vraagstuk voor de

vrouw, die een huisgezin te verzorgen heeft èn maatschappelijken

arbeid verricht: hoe haar dubbele taak te volvoeren, zonder dat haar

werk, haar kinderen of haar eigen krachten er onder lijden, is in

Rusland allerminst opgelost. De verstrekking van gemeenschappelijke

maaltijden is in hoofdzaak beperkt tot Sowjet-beambten en arbeiders in

grootbedrijven; de kinderkolonies kunnen bijna alleen de weezen,

halfweezen en verwaarloosde kinderen tot zich nemen, wier aantal

ontstellend groot is. De groote meerderheid der vrouwen heeft evengoed

als bij ons, een huishouden te verzorgen en moet haar socialen

werkkring daarmee zoo goed mogelijk vereenigen. Al de gewone

moeilijkheden, het getob, de eeuwige tweestrijd, de overspanning,

komen daarbij natuurlijk voor. En ook waar voor de kinderen gezorgd

wordt, is het dikwijls hard voor de moeders om hen te moeten verlaten.

Eens toen wij laat in den avond van het kongres kwamen, trad een

partijgenoote ons tegemoet op het voetpad dat aan de groene graven der

gevallen strijders voorbij langs den Kremlinmuur loopt. Ik kende haar

niet, maar zij begon een gesprek, vroeg met groote belangstelling naar

wat dien dag besloten was geworden. »Ik had eigenlijk op de

alrussische konferentie voor de propaganda moeten zijn«, zei de ze;

»maar ik heb den Zondag vrij genomen om mijn kinderen te bezoeken, die

allebei ziek liggen in een kinderkolonie«. De ouders mogen hun

kinderen overal vrijelijk bezoeken, in +alle+ instellingen, scholen,

kolonies, enz.; maar die instellingen liggen soms ver van de stad, de

vervoermiddelen zijn slecht en zoo ontbreekt vaak de gelegenheid.

Zeker zijn er wel kinderhartjes, die ondanks de hartelijkheid en

teerheid der verzorgsters iets ontberen. »Waar ben je liever, hier of

bij mammie«, vroeg een onzer eens aan een klein ventje, die op de

zalige warande van een heerlijke boschschool zijn pap op te peuzelen

zat. »Bij mammie«, luidde het antwoord onmiddellijk en zonder

aarzeling. »Maar waarom dan?« »Het is zoo pleizierig bij haar«, kwam

er weer even gedecideerd uit. Het was een kind van arme, ongeschoolde

arbeiders--ik geloof dat hij zei dat zijn vader straatveger was of zoo

iets, en dat het zeker in de kolonie oneindig beter was dan thuis,

maar er was toch iets »pleizierigs« bij mammie, wat voor zijn gevoel

hier ontbrak. »Ik zie mijn dochtertje maar zelden«, zei de

kindervriendin Kalinina tegen mij, als iets geheel natuurlijks;

»meestal moet ik 's morgens héél vroeg weg en ben pas 's avonds thuis;

vaak ook kom ik in 't geheel niet overnachten; zij is overdag op

school en blijft daar eten; gelukkig woon ik samen met een vriendin,

die wat meer thuis is dan ik«.

Voor de aktieve communisten bestaat het huiselijke leven feitelijk

niet meer. Het is volkomen onvereenigbaar met het recht der partij,

haar leden te »mobiliseeren«, zonder in het minst rekening te houden

met hun persoonlijke omstandigheden. Wie communist is in Rusland,

stelt zijn of haar geheele persoonlijkheid in den dienst der partij.

Herhaaldelijk ontmoette ik vrouwelijke communisten die mij vertelden,

hoe zij door de partij naar het zuidelijk front waren gestuurd,

terwijl hun man een zending te vervullen kreeg in den Kaukasus, den

Oeral of ook wel buiten Rusland. In zulke gevallen worden de kinderen,

zoo die er zijn, natuurlijk in kolonies opgenomen. »Ik ben een jaar

getrouwd geweest, maar ik heb mijn man in dien tijd bijna niet

gezien«, zei een jonge partijgenoote tegen mij in een gesprek over

deze dingen. Ik ben vergeten of hij na dat jaar gestorven was of wel

dat zij gescheiden waren.

Natuurlijk zijn zulke gevallen betrekkelijke uitzonderingen; immers

het aantal militante communisten maakt slechts een zeer klein

percentage der bevolking uit, en deze zijn ook niet allen gehuwd. Op

het platteland, onder de boerenmassa's, zullen de vormen van het leven

nog wel weinig veranderd zijn bij vroeger, en voor de meerderheid der

proletariers-gezinnen zal dit eveneens 't geval wel zijn. Het groote

verschil met vroeger zal wel zijn: het sterk toegenomen zelfbewustzijn

der vrouw. »Bij ons in Petrograd«, vertelde partijgenoote Kutela, een

bekende propagandiste der oude garde mij, »durven de arbeiders hun

vrouwen niet meer slaan of uitschelden. Immers, wanneer zij dat doen,

zeggen de vrouwen kalm: »als je mij niet goed behandelt, ga ik

weg«--en de mannen weten, dat zij hun dreigement zullen uitvoeren

ook«.

De nieuwe Sowjet-wetgeving maakt scheiding gemakkelijk, voor de

kinderen wordt in het ergste geval wel gezorgd. De vrouwen begrijpen,

dat ze zich niet meer alles behoeven te laten welgevallen, en ze

willen het ook niet, nu ze hun menschelijke waardigheid zijn gaan

voelen.

Dit alles is verheugend en een groote vooruitgang, maar er zijn ook

donkere plekken in het leven der vrouwen in Rusland, wreede kloven en

troebele wateren, waarvan niemand nog weet, waar ze heenvoeren: naar

een nieuwe schoone zede of naar zedelijke verwarring en verwildering.

De plotselinge verwrikking van den levensbouw heeft veel pijlers

vernield, veel stutten weggeslagen, ook op het gebied der

geslachtelijke verhoudingen, waarvoor nog niets anders en beters in de

plaats is gekomen. De ontzettende, soms in 't ondragelijke stijgende

spanningen in het sociale en politieke leven, werken natuurlijk na in

de sexueele sfeer; met de algemeene ineenstorting der oude

levensvormen verdwijnt de stadigheid der affektie; de onrust en

woeling der buitenwereld verwarren het hart, dat telkens grijpt naar

nieuwe voorwerpen, telkens nieuw-bekoord en gestreeld wil zijn. De

gemakkelijke--misschien àl te gemakkelijke--ontbinding der huwelijken

geeft aan de veranderlijkheid der neiging vrij spel.

In alle klassen en alle kringen komt deze tot uiting. Men bevalt

elkaar, huwt, gaat spoedig,--na enkele maanden, ja, soms na enkele

dagen,--weer uiteen, huwt opnieuw.... verlaat elkaar weder.... Zoo

althans is het in de groote steden. Ook voor de sexueele verhoudingen

geldt de wet, dat afbreken veel gemakkelijker is dan opbouwen. De

vernietiging van het oude voltrekt zich, wanneer zij eenmaal begonnen

is, bijna van zelf, omdat zij een aantal moeizaam aan banden gelegde

aandriften in den mensch gelegenheid geeft zich uit te vieren. Maar de

vestiging van een nieuwe zede is een werk van geslachten; immers zij

maakt de beheersching en betooming dier aandriften noodzakelijk; zij

eischt voorzichtigheid, zelfbeheersching en geduld.

Terugkeer tot de begrippen, vormen en sankties der burgerlijke moraal

op geslachtelijk gebied is uitgesloten voor elk land, waar de stroom

der revolutie de ekonomisch-sociale pijlers dier moraal geheel of

gedeeltelijk heeft weggeslagen. De maatschappij is op weg naar het

communisme; zij zal de vormen van geslachtelijk verkeer en verband

moeten zoeken, uitwerken en vaststellen die bij het communisme passen.

En aan de vrouw, de reeds onthevene van de lijdelijkheid die de zede

haar oplaadde, van het schuwe verbergen der harte-neiging en de vrees

voor de »schande« van het onwettige moederschap, zal hierbij de

zwaarste taak toevallen. Met haar hartetranen en haar hartebloed zal

zij het zoeken en tasten, het beproeven en vaststellen, moeten

betalen, zoolang tot de schoonere, hoogere vorm gevonden is en de

ruimere, mildere zede vastgesteld.

Niet tot wat de gedachteloozen en oppervlakkigen »geluk« noemen,

bevrijdt de strijd voor een nieuwe samenleving de vrouw van de oude

onzelfstandigheid en slaafsheid, maar tot het verwerkelijken van

nieuwe idealen, tot omhoog-reiking en stijging, tot bewogener

genieting en edeler levenspijn.

Uit Sowjet-Rusland: Beelden en beschouwingen · 第 26 / 43 题