I.

Niet het minste tochtje, geen rimpeltje verstoort de oppervlakte

der zee, terwijl geen enkele wolk, zoover het oog reikt, aan het

uitspansel is te bespeuren. De schitterende sterrenbeelden van het

zuidelijk halfrond teekenen zich met een onvergelijkelijke juistheid

tegen den hemel af. De zeilen van de _Bounty_ hangen slap langs de

masten, het vaartuig is onbeweeglijk, en het schijnsel der maan dat

verbleekt voor den dageraad die aanbreekt, verlicht het luchtruim

met een onbeschrijfelijken glans.

De _Bounty_, een schip van twee honderd vijftien ton, bemand met zes

en veertig koppen, had den 23n December, 1787 Spithead verlaten onder

het kommando van kapitein Bligh, een ervaren, maar wat ruwe zeeman,

die kapitein Cook op zijn laatste onderzoekingsreis vergezeld had.

De _Bounty_ was belast met de speciale zending om den broodboom,

die in den archipel van Taïti welig tiert, naar de Antilles over

te brengen. Na een vertoef van zes maanden in de baai van Matavaï,

had William Bligh een duizendtal dezer boomen geladen en na een

kort oponthoud op de Vrienden-eilanden, den steven gewend naar de

West-Indiën.

Meermalen had het wantrouwend en driftig karakter van den kapitein

aanleiding gegeven tot onaangename tooneelen tusschen sommige zijner

officieren en hem. Evenwel deed de rust die den 28n April, 1789 bij

het opgaan der zon aan boord van de _Bounty_ heerschte niets vermoeden

van de ernstige gebeurtenissen die weldra zouden plaats hebben.

Werkelijk scheen alles kalm en bedaard te zijn, toen plotseling zich

eene ongewone levendigheid op het vaartuig voordeed. Eenige matrozen

spreken elkaar aan, wisselen zacht een paar woorden en verdwijnen

daarna met langzame schreden.

Wordt de morgenwacht afgelost? Is er iets bijzonders aan boord

voorgevallen?

»Vooral geen rumoer, mijne vrienden," zei Fletcher Christian, de

eerste stuurman van de _Bounty_. »Bob, hou je pistool gereed, maar

schiet niet voordat ik 't je beveel. En jij, Churchill, neem je bijl

en verbreek het slot van de kajuit van den kapitein. En nog iets,

denk er aan dat ik hem levend moet hebben!"

Gevolgd door een tiental matrozen, gewapend met sabels, hartsvangers

en pistolen, sloop Christian tusschendeks; na vervolgens schildwachten

voor de kajuit van Stewart en van Peter Heywood, den equipagemeester

en den adelborst van de _Bounty_ geplaatst te hebben, bleef hij staan

voor de deur van den kapitein.

»Kom, jongens," zei hij, »helpt een handje!"

De deur week onder een krachtige drukking en de matrozen drongen in

de kajuit door.

Verrast door de duisternis en misschien denkende aan de

verantwoordelijkheid hunner daden, aarzelden zij een oogenblik.

»Holla! wat is er? Wie heeft het hart?...." riep de kapitein, uit

zijn kooi springende.

»Hou je mond, Bligh!" antwoordde Churchill. »Zwijg, en probeer niet

weerstand te bieden, of ik steek je een prop in den mond!"

»Je hoeft je niet aan te kleeden," voegde Bob er bij. "Je zult er

altijd nog goed genoeg uitzien, als je aan de bezaansmast hangt!"

»Bind hem de handen op den rug, Churchill," zei Christian, »en hijsch

hem op het dek!"

»Als men maar weet hoe met hem om te springen, is de verschrikkelijkste

kapitein nog al zoo bar niet," merkte John Smith, de philosoof der

bende op.

Daarna klom de stoet, onverschillig of ze de nog slapende matrozen

van de laatste wacht wakker maakten of niet, de trap weder op en

verschenen ze weer op het dek.

Het was een formeele opstand. Van al de officieren aan boord was Young,

een der adelborsten, de eenige, die gemeene zaak met de muitelingen

gemaakt had.

Wat de equipage betreft, de weifelaars moesten voor het oogenblik

toegeven, terwijl de anderen, ongewapend, zonder hoofd, toeschouwers

bleven van het treurspel dat onder hunne oogen zou afgespeeld worden.

Allen waren in stilte op het dek geschaard; zij keken naar hun kapitein

die, half naakt, met opgeheven hoofde voorwaarts trad te midden van

die mannen die gewoon waren om voor hem te beven.

»Bligh," zei Christian ruw, »je bent van je kommandement ontzet."

»Ik ken je het recht niet toe...." antwoordde de kapitein.

»Laat ons geen tijd in nuttelooze protestaties verliezen," riep

Christian uit, die Bligh in de rede viel. »'k Spreek op 't oogenblik

uit naam van de geheele equipage der _Bounty_. We hadden nauwlijks

Engeland verlaten of we hadden ons reeds over je beleedigende

vermoedens, je brutale handelingen te beklagen. Als ik zeg wij,

dan meen ik daarmee zoowel de officieren als de matrozen. Niet

alleen konden we ons nooit rechtvaardigen, maar je verwierpt onze

klachten met minachting! Zijn we dan honden om alle oogenblikken

gehoond te worden? Kanaljes, roovers, leugenaars, dieven! Je had

geen uitdrukking die grof genoeg, geen beleediging die gemeen genoeg

voor ons was! Men zou geen mensch moeten zijn om een dergelijk

bestaan langer te verdragen! En ik, ik je landgenoot, ik die je

familie ken, ik die al twee reizen onder je bevelen gemaakt heb,

ben ik door je gespaard geworden? Heb je me niet gisteren nog

beschuldigd je eenige armzalige vruchten ontstolen te hebben? En

de bemanning! Voor niets, in de boeien! Voor een bagatel, vier en

twintig met het eindje! Welnu, loontje komt om zijn boontje! Je

bent te mild voor ons geweest, Bligh! Nu is 't onze beurt! Al die

beleedigingen, die onrechtvaardigheden, die onzinnige beschuldigingen,

die zedelijke en lichamelijke pijnigingen, waarmee je je equipage

anderhalf jaar lang overladen hebt, zullen we je betaald zetten,

en met woeker! Kapitein! allen, die je beleedigd hebt, hebben je

veroordeeld.--Is het niet zoo, kameraden?"

»Ja, ja, ter dood!" riepen de meeste matrozen, hun kapitein

bedreigende.

»Kapitein Bligh," hernam Christian, "eenigen hadden er van gesproken om

je aan een eind touw tusschen hemel en water op te hijschen. Anderen

stelden voor je met het eindje zoolang te geeselen, tot je er dood

bij neerviel. Ik weet wat beters. Je bent overigens niet de eenige

schuldige hier. Zij die altijd getrouw je bevelen hebben opgevolgd,

hoe wreed ze ook waren, zouden wanhopig zijn onder mijn kommando over

te gaan. Zij hebben verdiend je te vergezellen overal waar de wind

je voeren zal.--Laat de sloep in zee!"

Een afkeurend gemor deed zich bij deze laatste woorden van Christian

hooren, die er zich evenwel niet om scheen te bekommeren. Kapitein

Bligh, die door deze bedreigingen niet uit het veld geslagen was,

maakte van een oogenblik van stilte gebruik om het woord te nemen.

»Officieren en matrozen," zeide hij met vaste stem, »in mijne

hoedanigheid als officier van de koninklijke marine, kommandant van

de _Bounty_, protesteer ik tegen de behandeling die je me wilt doen

ondergaan. Hebt ge je te beklagen over de wijze waarop ik mijn kommando

gevoerd heb, dan kan je me voor een krijgsraad roepen. Maar je hebt

stellig niet gedacht aan het gewicht van de daad die je op het punt

staat te volvoeren. Denkt er aan dat de hand aan je kapitein te slaan,

een daad is die je in verzet doet komen tegen de bestaande wetten,

een daad is die je allen terugkeer naar je vaderland onmogelijk maakt,

een daad eindelijk die je blootstelt om als zeeroovers behandeld te

worden! Vroeg of laat wacht je een schandelijke dood, de dood van

verraders en oproerlingen! In den naam van de eer en de gehoorzaamheid

die je me gezworen hebt, sommeer ik je tot je plicht terug te keeren!"

»We weten volkomen waaraan we ons blootstellen," antwoordde Churchill.

»Genoeg, genoeg!" schreeuwde de equipage, gereed om tot gewelddadigheid

over te gaan.

»Nu, goed," zei Bligh, »als je dan een slachtoffer wilt, laat ik het

dan zijn, maar ik alleen! Diegenen mijner kameraden, die je evenals

mij veroordeelt, hebben slechts mijne bevelen uitgevoerd!"

De stem van den kapitein verloor zich in een koor van verwenschingen

en hij moest het opgeven om die meedoogenloos geworden harten te

vermurwen.

Gedurende dien tijd werden beschikkingen genomen om de bevelen van

Christian ten uitvoer te brengen.

Intusschen was er een vrij hevig geschil gerezen tusschen den eersten

stuurman en verscheidene oproerlingen die kapitein Bligh en zijne

metgezellen aan hun lot wilden overlaten zonder wapenen, zonder brood

of ander voedsel.

Eenigen,--en dit was ook de meening van Churchill,--vonden dat

het aantal van hen die het schip moesten verlaten, niet groot

genoeg was. Men moest zich, zeide hij, ontdoen van allen die, al

hadden zij niet rechtstreeks aan het komplot deelgenomen, toch niet

veilig waren. Zij die slechts tevreden waren met de zaken zooals zij

zich voordeden, waren niet te vertrouwen. Wat hem aangaat, zijn rug

smartte nog van de zweepslagen die hij gekregen had omdat hij op Taïti

gedeserteerd was. Het beste en het snelste middel om hem te genezen

was, hem dadelijk aan den kommandant over te leveren!--Hij zou zich

wel weten te wreken, en met eigen hand!

»Hayward! Hallett!" riep Christian, zich tot twee officieren richtende,

zonder op de woorden van Churchill te letten, »klimt af in de sloep."

»Wat heb ik je gedaan, Christian, om me zoo te behandelen?" zei

Hayward. »'t Schijnt dat je mijn dood wilt!'

»Kom, kom, geen tegenspartelingen! Gehoorzaam, of...! ...Fryer,

scheep je ook in!"

Doch in plaats van zich naar de sloep te begeven, naderden deze

officieren kapitein Bligh, terwijl Fryer, die de stoutmoedigste scheen,

hem het volgende toefluisterde:

»Kommandant, wilt u beproeven om het schip te hernemen? We hebben wel

is waar geen wapens, maar als we de muitelingen onverhoeds aanvallen,

zullen ze geen weerstand bieden. Wat kan 't ons schelen, al worden

er eenigen van ons gedood! We kunnen een coup wagen! Wat dunkt u?"

En werkelijk maakten de officieren zich gereed om zich op de

muitelingen te werpen die bezig waren om de sloep uit haar davids

te tillen, toen Churchill, wien dit onderhoud, hoe kort ook, niet

ontgaan was, hen met eenige goed gewapende mannen omsingelde en hen

met geweld deed scheep gaan.

»Millward, Muspratt, Birket, en jelui daar," zei Christian, zich

tot eenige matrozen wendende die geen deel aan den opstand genomen

hadden, »gaat tusschendeks, en zoekt uit wat je 't liefst meeneemt! Je

vergezelt kapitein Bligh. Jij, Morrison, bewaak me daar die snaken

eens! Purcell, je kunt je timmermanskist meenemen."

Twee masten met de zeilen, eenige spijkers, een zaag, een half

stuk zeildoek, vier kleine vaatjes, honderd vijf en twintig liters

water inhoudende, honderd vijftig pond beschuit, twee en dertig pond

pekelspek, zes flesschen wijn, zes flesschen rum, de likeurkelder

van den kapitein, was alles wat zij mochten medenemen. Men wierp

hun daarenboven twee of drie oude sabels toe, maar men weigerde hun

vuurwapenen van welken aard ook.

»Waar zijn toch Heywood en Stewart?" zei Bligh, toen hij zich in de

sloep bevond. »Hebben die me ook verraden?"

Zij hadden hem niet verraden, maar Christian had besloten hen aan

boord te houden.

De kapitein werd toen een oogenblik door een gevoel van vergeeflijke

ontmoediging en zwakheid overvallen, 't welk echter niet lang duurde.

»Christian," zeide hij, »ik geef je mijn woord van eer dat ik alles zal

vergeten wat er gebeurd is, als je dat verfoeielijk plan opgeeft! 'k

Bid je, denk toch eens aan mijn vrouw en kinderen! Wat zal er van de

mijnen worden, als ik dood ben!"

»Als je een beetje eergevoel gehad hadt," antwoordde Christian, »zou

het nooit zoover gekomen zijn. Als je wat meer aan je eigen vrouw en

kinderen en aan de vrouw en kinderen van de anderen gedacht hadt, zou

je niet zoo hard en zoo onrechtvaardig voor ons allen geweest zijn!"

Ook de bootsman op zijn beurt, trachtte op het punt van scheep te

gaan Christian tot andere gedachten te brengen, doch te vergeefs.

»'k Heb al veel te lang geleden," antwoordde deze laatste bitter. »Je

weet niet welke kwellingen ik gehad heb! Neen! dat kon geen dag meer

duren en daarenboven weet je dat ik gedurende de geheele reis, ik,

de eerste stuurman van dit vaartuig, als een hond behandeld ben! Toch

wil ik, op het oogenblik me van kapitein Bligh te scheiden, dien

ik waarschijnlijk nooit meer zien zal, uit medelijden hem niet alle

hoop op redding benemen.--Smith! ga naar de kajuit van den kapitein,

en haal hem zijne kleederen, zijn journaal en zijn portefeuille. Breng

hem daarenboven mijn zeekaarten en mijn eigen sextant. Hij heeft dan

eenige kans zijn metgezellen te redden en zich zelf te helpen!"

De bevelen van Christian werden ten uitvoer gebracht, doch niet zonder

eenig verzet.

»En nu, Morrison, gooi het touw los," beval de eerste stuurman,

die nu kapitein geworden was, »en Gode aanbevolen!"

Terwijl de oproerlingen kapitein Bligh en zijne ongelukkige lotgenooten

spottenderwijs een laatst vaarwel toeriepen, kon Christian, tegen

de verschansing geleund, zijne oogen niet afhouden van de sloep,

die zich verwijderde. Deze brave officier, wiens gedrag altijd flink

en rond geweest was en daarom ten volle den lof verdiend had van

al de kommandanten onder wie hij gediend had, was thans niets meer

dan het hoofd eener bende zeeroovers. Het zou hem nooit meer vergund

zijn zijne oude moeder, noch zijne verloofde, noch de kusten van het

eiland Man, zijn vaderland weder te zien. Hij gevoelde zich verlaagd

in zijn eigen oogen, onteerd in de oogen van iedereen! De kastijding

volgde reeds op den misstap!

Wonderlijke avonturen van een Chinees, gevolgd door Muiterij aan boord der 'Bounty' · 第 31 / 36 题