_Levensverzekeringsmaatschappij._
_Waarborgkapitaal twintig millioen dollars._
Hoofdagent: William J. Bidulph.
Kin-Fo duwde tegen de deur, waardoor tegelijkertijd eene tweede
tochtdeur werd geopend en bevond zich in een bureau, 't welk door eene
eenvoudige balustrade ter halver manshoogte, in twee afdeelingen was
gesplitst. Men zag er eenige kartonnen doozen, boeken met sluiting
van nikkel, eene Amerikaansche kas met geheime sluiting, twee of
drie tafels, waaraan de ambtenaren, aan het agentschap verbonden,
werkzaam waren, en eene groote secretaire, speciaal ten dienste van
mijnheer William J. Bidulph. Dat was het meubilair van het vertrek,
't welk geheel en al tehuis behoorde in eene woning in Broadway en
niet in een gebouw, aan de oevers der Wou-Sung opgericht.
William J. Bidulph was de hoofdagent in China van de
verzekeringsmaatschappij tegen brand en op het leven, welker zetel te
Chicago gevestigd was. _De Eeuw_--een goede naam, die de klanten moest
trekken--_de Eeuw_ die in de Vereenigde Staten algemeen bekend is,
bezat hulpkantoren en vertegenwoordigers in de vijf werelddeelen. Zij
maakte uitstekende en groote zaken, dank zij hare statuten die zeer
duidelijk en vrijgevig waren ingericht en die tegen alle nadeel en
gevaar verzekerden.
De Chineezen namen allengs de denkbeelden op die er in onzen tijd
toe leiden om de kassen van deze maatschappijen te vullen. Een groot
aantal gebouwen van het Hemelsche Rijk waren tegen brand verzekerd
en ook onder de contracten op het leven gesloten, kwam eene reeks van
Chineesche namen voor. De plaat van _de Eeuw_ nam reeds een plaatsje in
onder de aankondigingen bij de poorten van Shang-Haï en was o. a. ook
gehecht op de pilaren van de rijke yamen van Kin-Fo. Het was dus niet
om zich tegen brandgevaar te verzekeren dat de leerling van Wang een
bezoek kwam brengen aan den heer William J. Bidulph.
»Is mijnheer Bidulph te huis?" vroeg hij bij het binnentreden.
William J. Bidulph was daar »in persoon", altijd ter beschikking van
het publiek. Hij was een vijftiger, netjes in 't zwart, gekleede jas,
witte das, volle baard zonder knevels, een echt Amerikaansch voorkomen.
»Met wien heb ik de eer te spreken!" vroeg William J. Bidulph.
»Ik ben Kin-Fo van Shang-Haï."
»Mijnheer Kin-Fo!... een der verzekerden bij de maatschappij
_de Eeuw_... nommer van het huis... zeven en twintig duizend
tweehonderd...."
»Dezelfde."
»Mag ik weten mijnheer, waarmede ik u van dienst kan zijn?"
»Ik zou u gaarne alleen spreken", antwoordde Kin-Fo.
Het gesprek tusschen beide personen liep zeer gemakkelijk, daar
William J. Bidulph even goed Chineesch sprak als Kin-Fo Engelsch.
De rijke cliënt werd dus met den eerbied, hem verschuldigd, in een
kabinetje gelaten, dat met dikke tapijten was behangen en met dubbele
deuren gesloten; men had daar eene samenzwering kunnen beramen tot
omverwerping van de dynastie der Tings, zonder dat ook de fijnst
geslepene der spionnen van het Hemelsche Rijk er iets van bespeurde.
»Mijnheer", sprak Kin-Fo, zoodra hij in een schommelstoel voor een met
gas verwarmden haard gezeten was, »ik wenschte bij uw maatschappij
een verzekering te sluiten op mijn leven, waarvan ik u het bedrag
zoo aanstonds zal opgeven."
»Mijnheer", antwoordde William J. Bidulph, »niets is eenvoudiger. Twee
handteekeningen, de uwe en de mijne, onder een polis en de
verzekering is gereed, na eenige voorafgaande formaliteiten. Maar
mijnheer.... vergun mij ééne vraag,--u koestert dus den wensch om op
hoogen ouderdom te sterven, een zeer billijke begeerte trouwens?"
»Hoe zoo?" vroeg Kin-Fo. »Ik meende integendeel, dat de verzekering
op het leven in den regel een voorzorgsmaatregel was bij een te
vroegtijdigen dood..."
»O, mijnheer", riep William J. Bidulph, zoo ernstig mogelijk
uit, »deze vrees komt nooit voor bij hen, die zich in _de Eeuw_
verzekeren. De naam der maatschappij wijst het reeds uit. Die zich bij
ons verzekert, reikt zichzelf een brevet voor een lang leven uit! Ik
vraag u verschooning, maar het is zeldzaam, dat onze verzekerden
korter dan een eeuw leven..., zeldzaam..., zeer zeldzaam!... Wij
moeten hen in hun eigen belang het leven ontrukken! Wij maken dan
ook prachtige zaken! Ik verzeker u mijnheer, dat als ge u zelf bij
_de Eeuw_ verzekert, u zoo goed als zeker kunt zijn minstens honderd
jaar oud te worden!"
»Zoo!" was alles wat Kin-Fo zeide, terwijl hij zijn kouden blik op
William J. Bidulph vestigde.
De hoofdagent keek zoo ernstig als een minister en zag er volstrekt
niet uit of hij gekscheerde.
»Hoe dit zij," hernam Kin-Fo, »ik wil mijn leven verzekeren voor twee
honderd duizend dollars."
»U zegt een kapitaal van twee honderd duizend dollars," antwoordde
William J. Bidulph en schreef het cijfer in een zakboekje, zonder
ook de minste verrassing te doen blijken over het buitengewoon
hooge bedrag.
»Ge weet," voegde hij er bij, »dat de verzekering van nul of geener
waarde is en dat alle bedragen die gestort zijn, het eigendom blijven
van de maatschappij, als de betrokken persoon het leven verliest
door tusschenkomst van hem of haar, ten wiens behoeve het bedrag
wordt verzekerd?"
»Het is mij bekend."
»En voor welke gevaren wenscht ge u te verzekeren mijn waarde heer?"
»Voor alle."
»De gevaren te land en ter zee, binnen en buiten de grenzen van het
Hemelsche Rijk?"
»Ja."
»De gevaren bij rechterlijke veroordeeling?"
»Ja."
»De gevaren bij tweegevecht?"
»Ja."
»De gevaren in militairen dienst?"
»Ja."
»Dan zal het bedrag vrij hoog zijn."
»Ik zal betalen wat vereischt wordt."
»Goed."
»Maar," voegde Kin-Fo er bij, »er is nog een ander gevaar, waarvan
u niet spreekt."
»Welk gevaar?"
»Zelfmoord. Ik meende dat de _Eeuw_ ook verzekerde tegen zelfmoord?"
»Wel zeker, mijnheer, wel zeker," antwoordde William J. Bidulph,
zich de handen wrijvende. »Dit is zelfs een bijzondere goede bron
van inkomsten voor ons! U begrijpt dat onze cliënten in den regel
menschen zijn die aan het leven hechten en dat zij, die hun leven uit
overdreven voorzorg tegen zelfmoord verzekeren, zich nimmer dooden."
»Dat doet er niet toe", antwoordde Kin-Fo. »Ik wensch om persoonlijke
redenen ook de kans van zelfmoord te verzekeren."
»Zooals u verkiest; maar de premie zal zeer hoog zijn."
»Ik herhaal dat ik het bedrag zal betalen."
»Begrepen.--Laat ons kortelijk herhalen", sprak William J. Bidulph,
terwijl hij voortging met in zijn zakboekje aanteekeningen te maken,
»gevaren ter zee, op reis, voor zelfmoord...."
»Hoeveel bedraagt de premie die ik dan moet betalen?" vroeg Kin-Fo.
»Mijn waarde heer", antwoordde de hoofdagent, »onze premiën zijn
met een wiskundige zekerheid berekend, die de maatschappij tot eer
verstrekt. Zij berusten niet meer, zooals vroeger op de tafels van
Deparcieux.... Kent u Deparcieux?"
»Ik ken Deparcieux niet."
»'t Is een door en door knap statisticus, maar zeer oud.... zoo oud
reeds dat hij dood is. Toen hij zijn beroemde tafels vaststelde,
die nog aan de meeste Europeesche, zeer achterlijke maatschappijen
ten grondslag strekken, was de gemiddelde levensduur lager dan
tegenwoordig, dank zij den vooruitgang in alle dingen. Wij gronden
onze berekeningen op een verhoogden levensduur, en dus zijn zij
voordeeliger voor den verzekerde, daar hij minder betaalt en kans
heeft op langer leven...."
»Hoe hoog is het bedrag van de premie die ik betalen moet?" viel
Kin-Fo den ijverigen agent, die geen gelegenheid liet voorbijgaan om
zijne maatschappij _de Eeuw_ op te hemelen, in de rede.
»Mijnheer", antwoordde William J. Bidulph, »ik moet de onbescheidenheid
begaan u te vragen hoe oud u zijt?"
»Een en dertig jaar."
»Welnu, op een en dertigjarigen leeftijd zoudt u, als het alleen de
gewone verzekering gold, bij iedere maatschappij twee en drie en
tachtig honderdsten percent moeten betalen. Maar bij _de Eeuw_ is
het slechts twee en zeventig honderdste, 't geen voor een kapitaal
van tweehonderdduizend dollars, een premie geeft van vijfduizend
vierhonderd dollars."
»En onder de voorwaarden, die ik wensch?" vroeg Kin-Fo.
»Daaronder begrepen alle kansen, ook de zelfmoord?"
»De zelfmoord vooral."
»Mijnheer", antwoordde William J. Bidulph zoo beleefd mogelijk, nadat
hij een tabel in zijn zakboekje gedrukt, had nageslagen, »wij kunnen
de premie niet lager stellen dan vijf en twintig percent."
»Hoeveel beloopt dat?"
»Vijftig duizend dollars."
»En hoe is de storting der premie geregeld?"
»Of jaarlijks, of per maand, dat staat aan de keuze van den
verzekerde."
»Dit zou dus voor de twee eerste maanden bedragen?"
»Acht duizend drie honderd twee en dertig dollars, die, als zij
heden--30 April--gestort werden, mijn waarde heer, ter verzekering
zouden strekken tot 30 Juni aanstaande."
»Mijnheer", antwoordde Kin-Fo, »uw voorwaarden komen mij billijk
voor. Hier is het bedrag voor de twee eerste maanden van de premie."
En hij haalde een bundeltje papieren dollars uit den zak en legde
dat op tafel.
»Goed.... mijnheer.... zeer goed!" antwoordde William J. Bidulph. »Maar
voor de polis geteekend wordt, moet er nog een formaliteit vervuld
worden."
»Welke?"
»De geneesheer van de maatschappij moet u een bezoek brengen."
»Waartoe dient dit bezoek?"
»Om te constateeren dat u goed gezond zijt, dat u niet lijdt aan een of
andere ziekte of een organisch gebrek waardoor uw leven meer speciaal
gevaar loopt kortom dat u ons den waarborg geeft van een lang leven."
»Waartoe moet dit dienen! ik verzeker mijn leven zelfs tegen
tweegevecht en zelfmoord," deed Kin-Fo opmerken.
»Wel, mijn beste heer," antwoordde William J. Bidulph, altijd
glimlachend, »een ziekte waarvan u de kiem bij u draagt en die u in
eenige maanden wegraapt, zou ons tweehonderdduizend dollars kosten!"
»Maar als ik mij zelf van kant maakte, zou het u niet minder kosten,
onderstel ik!"
»Mijn waarde heer," antwoordde de hoofdagent zoo vriendelijk mogelijk,
terwijl hij de hand van Kin-Fo nam en daar zachtjes op tikte, »ik
had reeds de eer u te zeggen dat vele van onze cliënten zich tegen
zelfmoord verzekeren, maar zich nooit van kant maken. Daarbij komt
dat wij het recht hebben hen te doen bewaken... natuurlijk, met de
meeste bescheidenheid!"
»Ah!" liet Kin-Fo hooren.
»Dan moet ik er nog bijvoegen, dat, naar mijn eigen ondervinding te
oordeelen, juist zij het zijn die het langst de premie betalen. Maar
kom, laten we onder ons eens even nagaan om welke reden de rijke heer
Kin-Fo zich zelf van kant zou maken?"
»En waarom zou de rijke heer Kin-Fo zich zelf verzekeren?"
»Wel," antwoordde William J. Bidulph, »om de zekerheid te hebben
dat hij zeer oud zal worden in zijn hoedanigheid als verzekerde van
_de Eeuw_!"
Er viel tegen den hoofdagent van de beroemde maatschappij niet te
redeneeren. Zoo zeker was hij van alles wat hij zeide.
»En", voegde hij er bij, »ten bate van welken persoon zal de
verzekering van twee honderd duizend dollars gesloten worden? Wie is
de bevoordeelde?"
»Er zijn twee bevoordeelden," antwoordde Kin-Fo.
»Beide voor de helft?"
»Neen, niet voor gelijke deelen. De een voor vijftig duizend dollars,
de ander voor honderd vijftig duizend."
»Wie voor vijftig duizend."
»Wang."
»De philosoof Wang?"
»Dezelfde."
»En voor honderd vijftig duizend?"
»Mevrouw Lé-ou te Peking."
»Te Peking," zeide William J. Bidulph, de namen van de rechthebbenden
in zijn zakboekje neerschrijvende. Vervolgens hernam hij:
»Hoe oud is mevrouw Lé-ou?"
»Een en twintig jaar," antwoordde Kin-Fo.
»Die jonge dame zal zeer oud zijn als zij het bedrag van het verzekerde
kapitaal in handen krijgt!" liet de agent hooren.
»En waarom als ik vragen mag?"
»Wel, omdat u ouder zult worden dan honderd jaar, mijn beste heer. En
hoe oud is de philosoof Wang?"
»Vijf en vijftig jaar?"
»Die goede mijnheer Wang kan er zeker van zijn dat hij nooit iets
zal ontvangen."
»Dat zal nog te bezien staan, mijnheer!"
»Mijnheer," antwoordde William J. Bidulph, »als ik op vijf en
vijftigjarigen leeftijd de erfgenaam werd van een man van een en
dertig die honderd jaar oud zal worden, dan zou ik niet zoo onnoozel
zijn om op mijn erfdeel te rekenen."
»Uw dienaar, mijnheer," zeide Kin-Fo, zich naar de deur van het
kabinet begevende.
»Aangenaam kennis gemaakt te hebben, mijnheer!" antwoordde de deftige
William J. Bidulph, en boog voor den nieuwen cliënt van _de Eeuw_.
Den volgenden dag bracht de geneesheer het voorgeschreven bezoek aan
Kin-Fo. »Een ijzeren gestel, stalen spieren, longen als blaasbalgen,"
las men in het rapport. Er stond dus niets meer in den weg om het
contract aan te gaan. De polis werd daarop geteekend door Kin-Fo,
ten voordeele der jeugdige weduwe en van den philosoof Wang, door
William J. Bidulph, als vertegenwoordiger der maatschappij.
Noch Lé-ou noch Wang mochten, behoudens onvoorziene omstandigheden,
ooit vernemen hetgeen Kin-Fo ten hunnen behoeve gedaan had, vóór den
dag waarop de _Eeuw_ verplicht zou worden het kapitaal uit te keeren,
hun door de edelmoedigheid van den ex-millionnair verzekerd.