Het slot te Heidelberg. Reeds vroeger (Aarde, jaargang 1869,
bladz. 146 en volg.) gaven wij onzen lezers eene korte beschrijving
van dit beroemde slot. Wij mogen thans volstaan met de verwijzing naar
deze schets, tot toelichting ook van de fraaie plaat op bladz. 317,
die u den hoofdingang van het kasteel te aanschouwen geeft. Is de
zoo schoon gerestaureerde Wartburg een geheel eenig monument onder
de vorstelijke burgten in Duitschland: het slot te Heidelberg, niet
zonder recht de duitsche Alhambra genoemd, kent evenmin hare wedergade
onder de burgtruïnen waaraan het vaderland onzer oostelijke naburen
toch zoo overrijk is. En niet minder dan Eisenach aan den Wartburg,
dankt Heidelberg voor een goed deel zijne beroemdheid aan zijn slot.
Nabij de oude poolsche hoofdstad Krakau, die als vrije stad nog het
langst de herinnering aan het aloude rijk heeft bewaard, verrijst
op een heuvel het eenvoudige gedenkteeken voor Thaddeus Kosciuszko,
den laatsten veldheer, den laatsten verdediger van Polen. Eene edele,
belangwekkende figuur, deze Kosciuszko, in wien al de schitterende,
ridderlijke eigenschappen van zijn nobel, maar door eigen roekeloosheid
en tuchteloosheid zoo ongelukkig volk waren saamgevat. Met onbezweken
heldenmoed heeft hij gekampt om, ware het nog mogelijk geweest, zijn
zinkend vaderland van het verderf te redden; en toen hij, met wonden
bedekt, op het slagveld van Maciejowice nederzonk, was zijn uitroep
_Fins Poloniae!_ wel inderdaad de stervenskreet van het rampzalige,
toch eenmaal zoo machtige en roemrijke land. Maar niet minder groot
toonde Kosciuszko zich hierin dat hij, getrouw aan zijn woord, bij
zijne vrijlating den keizer van Rusland gegeven, nimmer medeplichtig
is geworden aan eenigen aanslag, hetzij in het openbaar, hetzij in het
geheim tegen den overwinnaar van Polen beproefd, al hield hij niet op,
zijn invloed aan te wenden om het lot van zijn volk zooveel mogelijk
te verzachten. Hij stierf, tengevolge van een val met zijn paard in
een afgrond nabij Vevay, den 15den October 1817. In het volgende jaar
werd zijn lijk, op kosten van keizer Alexander, van Solothurn naar
Krakau gevoerd, en daar in de domkerk bijgezet.
Het gedenkteeken, door vrijwillige bijdragen van alle standen en
rangen der poolsche natie, door eene aanzienlijke gave ook van keizer
Alexander, voor den held opgericht, is een eenvoudige, kunstmatige
heuvel, met bloemen en plantsoen en met zijn voortreffelijk borstbeeld
versierd. Van den top der hoogte, waarop deze heuvel verrijst, heeft
men een prachtig panorama over de stad Krakau en de oevers van den
kronkelenden Weichel. De plek is eene geliefkoosde wandeling voor de
burgers der stad.