Er liepen geruchten, dat zich bij de Bereneilanden walvisschen hadden

vertoond. Daar ik zeer verlangde, de jacht van nabij gade te slaan,

begaf ik mij aan boord van een der walvischvaarders die naar die streek

vertrok. Het stoomschip droeg vóór op den boeg het kanon, waarvan

men zich thans bedient om de dieren te dooden. Vroeger vervolgde

men den walvisch met booten, waaruit de onverschrokken jagers den

harpoen wierpen, doch waarbij zij het grootste gevaar liepen, door de

beweging van het water, veroorzaakt door de stuiptrekkingen van het

dier, te worden omgeworpen en in de diepte gesleurd. In de 17de eeuw

kwamen de Hollanders op het denkbeeld het werptuig uit een geweer

te schieten. Toen omstreeks 1860 in Indië de jute ontdekt werd,

een vezelplant, die zeer in waarde wint door een behandeling met

walvischtraan, werd ook de walvischvangst weer met ijver bedreven. Een

eenvoudige robbenjager, de noorsche kapitein Svend Foyn uit Tonsberg,

vond het middel, om den harpoen uit een kanon te schieten, zóó, dat

het werptuig door een lang touw aan het schip blijft verbonden, en

het dier, eenmaal getroffen, niet meer ontsnappen kan. In den regel

sterft het aan de bekomen verwondingen. Het geschut is draaibaar;

wordt door een man bediend, en van voren geladen. Vóóraan is de harpoen

bevestigd, die bestaat uit twee sterke, een meter lange staven, met

een ring in het midden, waaraan een touw bevestigd is, en die aan de

buitenzijde zijn voorzien van scherpe weerhaken, die zich diep in het

vleesch boren van den kolos. In het jaar 1867 doodde kapitein Foyn op

die wijze zijn eersten walvisch; in het volgende jaar maakte hij er

reeds een dertigtal buit; waarna hij patent nam op zijn uitvinding en

een groot vermogen verwierf. In het jaar 1878 ving hij niet minder

dan 100 walvisschen, die elk 40000 kronen waard waren. Hij bleef

echter bij zijn eenvoudige levenswijze en vestigde zich op zijn 70e

jaar te Vadsö, waar hij in een ruw-houten huisje woonde en ijverig

in den Bijbel las. Zijn groot vermogen liet hij na aan liefdadige

instellingen. Later werden meerdere maatschappijen opgericht, die de

walvischvangst in het groot ondernamen, in 1886 waren ruim veertig

booten hiertoe in gebruik, verdeeld over 22 stations. In het jaar

1885 werden aan de laplandsche kust 1400 walvisschen gevangen. Door

die rustelooze vervolging zijn de dieren schuw geworden. Zij nemen

thans de vlucht als zij een walvischvaarder zien naderen, 't geen

zij vroeger niet deden; het bewustzijn van gevaar schijnt dus door

overerving te worden voortgeplant.

Lang zwierven we rond zonder iets anders te zien dan een menigte

dolfijnen van allerlei grootte, die rondom het schip dartelden, totdat

eindelijk een der matrozen, die gespannen in de verte tuurden, bij het

eerste morgengrauwen uitriep: "en Hwal!"--De boeg van het schip wendde

zich in de richting waar het dier zich vertoonde, en met een vaart

van 20 mijlen in het uur ging het voorwaarts. Nu en dan verdween de

reus, dan weer zagen wij een zuil water omhoog spuiten. Hij moest ons

hebben bespeurd; want hij scheen te vluchten. Doch wij haalden hem in

en kregen hem onder schot. Daar vliegt uit den loop van het dreunend

kanon de harpoen, die in den breeden rug blijft steken. De visch duikt

onder en komt weer boven, het schip voortslepend, dat bij iederen stoot

kraakt in zijn voegen. De golven zijn rood gekleurd. Nog een laatste

slag met den staart, een bruisend geweld--en de buit is vermeesterd.

Ik keerde terug op de Hedda, als de allerlaatste passagier. Nòg hooger

naar het Noorden stevenden wij, tot aan den rand dier geweldige witte

woestenij van nimmer smeltend ijs, waarin de pool ligt. Had door een

wonder die muur kunnen vaneensplijten, dan zouden wij, langs open

water, in enkele etmalen het veel omstreden punt hebben bereikt. Want

wij bevonden ons thans op 81°1'12'' N.B.

Lang stond ik stil, zonder een woord te spreken, roerloos. Alle besef

van eigen lichamelijkheid was verdwenen, om plaats te maken voor

de loutere gedachte.--In dezen kerker had Frithjof Nansen verwijld,

terwijl Noorwegen wachtte op dien sterken strijder voor haren roem en

hare onafhankelijkheid. Hierheen drong Lodewijk van Savoye om nieuwe

wegen te ontdekken in Italië's naam. Hier bleef zijn trouwe metgezel

Francesco Querini, noode gemist door zijn vaderstad Venetië, la buona

madre, getrouwelijk wachtend op hare zonen, die zij niet met eigen

oogen sterven zag....

In dat uur, bij dien aanblik, zonk voor mij al het kleine en drukkende,

alle bitterheid van het leven weg, om plaats te maken voor blijmoedige

berusting.

AANTEEKENING

[1] Tekst en illustraties zijn ontleend aan Gino Bertolini. Die Seele

des Nordens. Berlijn, Dietrich Reimer (Ernst Vohsen).

End of Project Gutenberg's De Ziel van het Noorden, by Gino Bertolini

De Ziel van het Noorden De Aarde en haar Volken, 1917 · 第 3 / 3 段