298. Imperat. = toon-jij; vgl. 299: kleed-jij.

311. _Ké_, Kil.: ah. Interiectio varios affectus explicans.--Passim

in de XVIIe eeuw. 't Zou ontstaan zijn uit _wetecree_, _wetekey_ =

wete kerst, sciat Christus: vgl. de Vries, Taalzuivering, 166.

316. prees het goede meisje, maar zo dat er niets of niet veel van

geven kwam.

321. Gyralde echter, nu ondertrouwd, gaf aan het aardig meisje 100

pistoletten, als bruidsgeschenk. Gawoonlik was dit het geschenk aan de

meid, die onder de beide speelmakkers en beide speelmeisjes de bruid in

't biezonder diende. Schotel, Oud-Holl. Huisgezin, 258. Vgl. Warenar,

389, 1318.

324. in dit te verhalen een aangename tijdkorting, of

genoegen.--Vgl. Kil. tijdverdrijf, oblectamentum, delectamentum,

dilitiae.

335. _een openbare feest_, vgl. een drofelike cleet, een coude bat,

etc. bij Van Helten, Vondels Taal, § 85c (slot).

338/9. Die met schoon gezang en vlug dansen (vgl. saltare) alles zou

overtreffen.--_sweven boven al_, vgl. Mned. Wdb. i. v. bovensweven.

341. Houten of ivoren kleppers, die de vorm hadden van twee grote op

elkaar passende notedoppen, waren door een band aaneengebonden, die

men om de vingers wond. Door de andere vingers snel langs de randen

van de kleppers te laten strijken, ontstaat een klikkend geluid,

dat de dansrythmus aangeeft. Castagnetten: kastanjes n. d. vorm.

Spaens Heydinnetie · 第 34 / 59 题