311. _Ké_, Kil.: ah. Interiectio varios affectus explicans.--Passim
in de XVIIe eeuw. 't Zou ontstaan zijn uit _wetecree_, _wetekey_ =
wete kerst, sciat Christus: vgl. de Vries, Taalzuivering, 166.
316. prees het goede meisje, maar zo dat er niets of niet veel van
geven kwam.
321. Gyralde echter, nu ondertrouwd, gaf aan het aardig meisje 100
pistoletten, als bruidsgeschenk. Gawoonlik was dit het geschenk aan de
meid, die onder de beide speelmakkers en beide speelmeisjes de bruid in
't biezonder diende. Schotel, Oud-Holl. Huisgezin, 258. Vgl. Warenar,
389, 1318.
324. in dit te verhalen een aangename tijdkorting, of
genoegen.--Vgl. Kil. tijdverdrijf, oblectamentum, delectamentum,
dilitiae.
335. _een openbare feest_, vgl. een drofelike cleet, een coude bat,
etc. bij Van Helten, Vondels Taal, § 85c (slot).
338/9. Die met schoon gezang en vlug dansen (vgl. saltare) alles zou
overtreffen.--_sweven boven al_, vgl. Mned. Wdb. i. v. bovensweven.
341. Houten of ivoren kleppers, die de vorm hadden van twee grote op
elkaar passende notedoppen, waren door een band aaneengebonden, die
men om de vingers wond. Door de andere vingers snel langs de randen
van de kleppers te laten strijken, ontstaat een klikkend geluid,
dat de dansrythmus aangeeft. Castagnetten: kastanjes n. d. vorm.