255. De moeder, hiertoe (door Constance) verzocht, komt met de dokter,
die te hulp geroepen is, binnen; Constance gaat op hun toe en neemt
hun alleen.--Vgl.:
De vrijster wel geçiert, na datse was gebeden;
Quam uyt haer stil vertreck, en in de kamer treden,
Haer vader ginger by, en nam haer metter hant,
En seyde.....
262. _gaf hem dese reden_, sprak hem zo aan.--Rose, 8833: "(de
man) _geeft_ hare menichge quade hoere."--Vgl. Diefenbach, _dare_,
o. a. sprechen--_rede_, Kil. spraecke, sermo, verbum.--_redenen_,
verba facere.--Vgl. Gloss. Bern.: edere, seegen. = sprechen, reden
(Dief).--Vgl. ook 936.
270. _d. heb i. w. t. w._, moet in het verband betekenen: dat weet
ik maar al te goed.--Vgl. ook:
"Wat is er menig wijf, dat liever heeft te praten
Die liever heeft te gaen laveyen achter straten
Als met een stillen geest haer kint te wysen aen
Wat nu, wat naderhant is nut te zijn gedaen."--
"Ick sitte meest den ganschen dagh
En hebbe liever wat te staen."
Vgl.? Dit heb ik je te zeggen dat je dat doet; en: Dat heb ik te weten,
dat dit gebeurt.