195. _u swacke maegh met suycker overlast._ De suiker, die nu vaak
overdreven aangeprezen wordt, stond vroeger minder goed bekend;
vgl. I. van Beverwyck, Schat der Gesontheyt, met veersen verçiert door
de Heer Jacob Cats... (1651), blz. 116; "Als het grof bruyn Suycker
door de scherpe Looghe van Kalck ghemaeckt, ghesuyvert wort, ende de
vuyle en swarte Syroop, daer uyt-gedreven is, soo krijght het eenen
vreemden scherpen smaeck, waer af het bloedt verbrandt wert, ende
het hooft beswaert.... Soo dat het ongesuyvert ofte _Grof-Suycker_
somtijdts beter is, dan 't ghene dat de scherpigheyt van de Looge,
in het suyveren behouden heeft. Daerom sal men eer het bruynachtigh
en tamelijcken wit verkiesen."