I
Van Vader Cats kwam in 1637 uit zijn "'s Werelts begin, midden, eynde,
besloten in den Trov-ringh, met den proef-steen van den selven." [1]
't Is een vervolg op een vroeger werk, 't Houwelick; "door een
vorigh Boeck" heeft hij "de gronden van een goet houwelyck geleyt,
en een afkeer gepooght te maken van quade gangen die in soodanigen
gelegentheyt sigh openbaren"; en daarom heeft hij het "dienstigh
geacht, by dese jegenwoordige (z)ijne oeffeninghe de sake door
exempelen meerder klaerheyt te geven." [2] Immers "de wegh tot
wetenschap is lang door regels, kort door exempels, seyter een
wys schryver." [3] En Cats zijn "ooghmerck is geweest... onse
Landts-genooten met vermakelickheydt wat goets te doen lesen, en
daer door bequamer te maken tot het huyselick en borgerlick leven,
en een gelucksaligh sterven." [4]
De Trouringh vermeerderde de populariteit van de meest populaire
nederlandse dichter. Zijn werken werden bij duizendtallen
verspreid;--van het Houwelyck "bij de vijftigh duysent... van d'
Emblemata, Maegde-plicht, Zelf-strijt en Manlyke Achtbaerheyt... weynig
min".. wat buitengewoon is als men in aanmerking neemt dat Nederland
in die tijd maar een paar miljoen bewoners had; velen in 't Noorden
en Oosten nog hun eigen taal alleen verstonden; bovendien het aantal
niet-lezers veel groter was dan nu.
Dit werk, "hoe wel verscheyde jaren na d'andere werken uytgekomen"
(die telkens herdrukt waren), overtreft dat getal (van 25,000
eksemplaren, die alleen van de "Spieghel" verspreid werden), "en is
in twee besondere Steden weer op de pers", zo schrijft de uitgever
van Alle de Wercken in 1655: een jaar of 16 na de eerste uitgave.
Het buitengewoon in-trek-zijn van Cats, bij aanzienlik en gering, bij
geleerd en ongeleerd, is te bekend om er hier over uit te weiden. [5]