Al strekte ik ook nog zoo smeekend mijn armen naar haar uit----

Zooals op een doffen dag de uren ongebruikt vergaan, gleed zij heen;

niets dan de veeren van den witten reiger bleven nog een poosje

achter, toen losten ook deze zich op, eerst in nevelen en toen zacht

verfladderend grijs in grijs------en afgemat en bedrukt en hopeloos

stond ik plots voor een nieuwen, nuchteren ochtend op aarde.

Met smeulende onrust in het hart, rende ik voort achter de dragers

aan, door de dorre oerwouden, op ongebaande wegen, over heg en steg;

en de gloeiende zon broeide onbarmhartig over den dag. Alleen Aris

bleef sterk en goed gestemd. Voortdurend gaf hij beschrijvingen ten

beste (voor mijn opvoeding bedoelde hij!) "Beelden uit het leven

van een anderen blanke in het naakte land", bij wien hij vroeger

gediend had. Zijn woorden tooverden een keurigen bungalow voor mijn

verblinde oogen, het huis van den anderen toean, midden in een zwerm

kleine bamboehutten die als kippetjes om een haan heen draaiden. En

tientallen beeldschoone vrouwen van alle rassen drentelden daar

tusschen door------.

Toen viel ik heftig uit: "Zwijg!" wat Aris maar niet kon begrijpen!

In het rijk van Siameezen en Maleiers · 第 66 / 68 题