VERDORDE ZIELEN

Van Tarsala op weg naar Hoey Yot, ontmoette ik bij een bocht van den

weg plotseling drie vrouwen.

"Mai mi p'ha!--Ik heb mijn borstdoek niet om!" verontschuldigde

zich tot mijn groote verwondering een der drie, druk krijschend,

half lachend, half beschaamd, verrast.

Ze kwamen er aan, zooals marktvrouwen loopen, alleen die eene op dat

oogenblik niet. Het bizondere was: Zij strekte op dat moment nog

bovendien juist haar beide armen omhoog, om de mand op haar hoofd

vast te grijpen.

Misschien verbeelding, maar zij leek mij zóó werkelijk nog iets

naakter dan de anderen.----

Om haar te troosten, riep ik haar daarom toe: "Mai pen a'rai!--'t

Hindert niets!" en dacht (in stilte en alleen voor mijzelf): Hoewel

jij het eigenlijk bitter noodig zoudt hebben!--

In het rijk van Siameezen en Maleiers · 第 46 / 68 题