Van Tarsala op weg naar Hoey Yot, ontmoette ik bij een bocht van den
weg plotseling drie vrouwen.
"Mai mi p'ha!--Ik heb mijn borstdoek niet om!" verontschuldigde
zich tot mijn groote verwondering een der drie, druk krijschend,
half lachend, half beschaamd, verrast.
Ze kwamen er aan, zooals marktvrouwen loopen, alleen die eene op dat
oogenblik niet. Het bizondere was: Zij strekte op dat moment nog
bovendien juist haar beide armen omhoog, om de mand op haar hoofd
vast te grijpen.
Misschien verbeelding, maar zij leek mij zóó werkelijk nog iets
naakter dan de anderen.----
Om haar te troosten, riep ik haar daarom toe: "Mai pen a'rai!--'t
Hindert niets!" en dacht (in stilte en alleen voor mijzelf): Hoewel
jij het eigenlijk bitter noodig zoudt hebben!--