Er zijn woorden die ons aantrekken als een lied. Een dezer woorden is:
"De vrouw der toekomst."
Dit lied klinkt voor mij als de poézie van een Dichter, van een
Dichter en Ziener tegelijk; van éen, wiens naam thans schittert
in het licht der morgenster, maar die, toen hij in het land der
levenden verkeerde, dien naam hoorde door het slijk sleuren--als de
naam van den godsloochenaar en oproerkraaier--terwijl de lichtstralen
van zijn genius op de vooroordeelen zijner tijdgenooten werkten als
angstwekkende bliksemflitsen,--uit de verte.
Zijn profetische dichtergeest liet hem een blik slaan in een tijd
waarin de vrouw zoude zijn:
".... frank, beautiful and kind
As the free heaven, which rains fresh light and dew
On the wide earth....
From customs evil taint exempt and pure;
Speaking the wisdom once they could not think,
Looking emotions once they feared to feel,
And, changed to all which once they dared not be
Yet being now, made earth like heaven...." [2].
Dit visioen der vrouw in de toekomst, door Shelley in zulke schoone
omtrekken geschetst, zweefde mij voor den geest, toen ik mij voornam
haar beeld in eenige meer vaste trekken te schilderen.
Zeer waarschijnlijk zal de Sturm-und-Drang-tijd der vrouwen en de
hiermede samenhangende sociale hervorming, tot ver in de volgende
eeuw aanhouden. Dit tijdperk, vervuld met twistvragen en botsingen van
allerhande soort, zal niet eer eindigen, dan wanneer de vrouw, in en
buiten het huwelijk, voor de wet gelijkstelling met den man zal hebben
verkregen; wanneer zulk eene herschepping in de samenleving zal hebben
plaats gegrepen, dat hierdoor aan de hatelijke mededinging tusschen
de beide seksen op eene, voor beide partijen bevredigende wijze,
een einde werd gemaakt; en wanneer de arbeid, zoowel het bedrijf tot
eigen onderhoud als de arbeid in de huishouding, minder zwaar op de
vrouw zal drukken dan op heden het geval is.
Het is best mogelijk dat eerst tegen het laatst der twintigste eeuw
het vrouwentype onzer dagen tot het onhoudbare zal zijn gestegen en
een nieuw type der vrouw uit dien toestand zal geboren worden. Mijn
idéaal der toekomstige vrouw--en als men zich in een droombeeld
verdiept mag men zeer ver dwalen in het rijk der fantasie!--is, dat
zij zal worden een wezen van groote tegenstrijdigheden die tot een
harmonisch akkoord worden vereenigd. Zij zal zich doen kennen als zeer
veelzijdig, maar tevens als een gesloten geheel; als een rijke schat
en volmaakte eenvoud; als een zeer beschaafd, flink ontwikkeld wezen
en toch oorspronkelijk; als eene sterk sprekende, echt menschelijke
persoonlijkheid en eene volkomen openbaring van het innig vrouwelijke.
Deze vrouw zal in staat zijn den ernst van den arbeid op
wetenschappelijk gebied te verstaan in een streng onderzoek naar de
waarheid, in een vrijen gedachtenloop, in een artistieke schepping.
Zij zal de noodzakelijkheid inzien van de wetten der natuur en de
daardoor te voorschijn geroepene ontwikkelingen; zij zal bij een
sterk gevoel van solidariteit belang stellen in hetgeen dient tot
het algemeene nut.
Omdat zij meer weet en helderder denkt dan de vrouw in onze dagen, zal
zij ook rechtvaardiger oordeelen; omdat zij krachtiger is zal zij beter
zijn; omdat zij verstandiger is, zal zij zachtzinniger wezen. Zij kan
de dingen breeder opvatten, ze in den samenhang met het groot geheel
beschouwen; het gevolg hiervan is, dat zij langzamerhand verscheidene
vooroordeelen, die men heden vrouwelijke deugden noemt, laat varen.
Zij is en blijft de ontwerpster der zeden, die zij adelt. Maar daarbij
steunt zij niet op de in de samenleving nu eenmaal gebruikelijke
vormen, maar op de wetten en geboden in eigen hart.
Zij heeft den moed haar eigen gedachten over menig vraagstuk te
hebben; ook dien om de nieuwe denkbeelden van haar tijd ernstig
te onderzoeken en te toetsen. Zij durft niet alleen te kennen,
maar ook te bekennen--gewaarwordingen die zij thans onderdrukt
of verbergt. Hare volkomen vrijheid van beweging en veelzijdige
ontwikkeling als zelfstandig persoon, maken voor haar moeilijke
ondernemingen mogelijk, het wilskrachtig streven naar een bestaan,
dat in evenredigheid tot haar eigen kunnen blijken zal een hooger
doel te beoogen: Een zoodanig doel zal zij met een scherper instinct
dan zij nu bezit, weten te vinden. Zij heeft geleerd beter te werken,
krachtiger zich te verblijden over eenvoudige, voor de hand liggende
onderwerpen en op haar tijd behoorlijk en volkomen te rusten, beter
dan de vrouw in onze dagen dit kan.
Op deze wijze wordt het levensbewustzijn der nieuwe vrouw verhoogd;
hare ervaring wint aan diepte; haar gemoedsleven, haar zin voor het
schoone, haar talenten worden ontwikkeld en fijner beschaafd. Zij
wordt allengs meer gevoelig voor indrukken; zij voelt en gevoelt
levendiger en smaakt meer genot maar lijdt ook meer en heviger smart,
dan de vrouw van heden genieten en lijden kan.
Ten gevolge van dit alles zal de vrouw der toekomst de waarde verhoogen
der onderlinge samenleving, de waarde van de kunst, van wetenschap
en letterkunde.
Maar de grootste beteekenis op het gebied der cultuur zal toch
voor haar altijd daarin bestaan, dat zij door het raadselachtige
en oorspronkelijke, het profetische en voor indrukken gevoelige in
haar wezen, het menschdom beschermt tegen het ernstige gevaar van
overbeschaving.
Tegenover hetgeen wij weten kunnen stelt zij eerlijk datgene wat ons
nog niet is geopenbaard; tegenover verstandig redeneeren--het gevoel;
tegenover de nuchtere werkelijkheid, mogelijkheden; en tegenover de
ontleding, haar indruk van 't geheel.
Het is in de eerste plaats het streven der vrouw, om het hart te
veredelen--dat van den man, het verstand te ontwikkelen; aan haar,
het gebied der poézie te verwijden--aan hem meer ruimte te verwerven
voor de vruchten van geest en vernuft. Zij vertegenwoordigt en verheft
de teederheid--hij de rechtvaardigheid. Hij behaalt menige overwinning
door overmoedigheid--zij door moed.
De vrouw der toekomst zal niet alleen veel hebben geleerd, zij zal ook
zeer veel hebben vergeten, vooral van de hedendaagsche feministische
en antifeministische dwaasheden.
Zij zal met alles wat in haar is trachten het geluk der liefde te
vinden en te verhoogen.
Zij is kuisch, niet omdat zij koel, maar omdat zij hartstochtelijk
is. Zij is teer, niet omdat zij bleek is, maar omdat zij zooveel en
zoo warm stroomend bloed in hare aderen heeft. Zij is geestdriftig
en daarom ook zinnelijk; zij is trotsch en daarom eerlijk, oprecht en
waarheidslievend. Zij eischt een sterke liefde, omdat zij zich bewust
is zelve nog onverdeelder en met een nog grooter liefde te kunnen
beminnen. Het erotische problema is door haar verfijnd idéalisme vaak
zeer geheimzinnig en moeilijk op te lossen.
Hier tegenover staat, dat het geluk der liefde, als zij deze eenmaal
schenkt en gevoelt, rijker, dieper en waarachtiger is, dan alles wat
men ooit geluk had genoemd; eene nog ongekende zaligheid.
Het is niet onmogelijk, het is zelfs te verwachten, dat een aantal
hoedanigheden en trekjes die onzen echtgenooten en huismoeders eigen
zijn, bij de vrouw der toekomst te vergeefs zullen worden gezocht.
De eerstgenoemde wil altijd de geliefde blijven en alleen als de
zoodanige wil zij moeder worden. Aan den grootschen maar moeilijken
plicht om geliefde en moeder te gelijkertijd te zijn wijdt de laatste
haar beste krachten; het wordt haar godsdienst, om met alles wat in
haar is, 's levens genot tot zaligheid te verheffen. Juist omdat zij de
groote voorrechten van schoonheid en gezondheid kent en op hoogen prijs
stelt, op geestelijk en lichamelijk gebied, zal zij met meer ernst en
door een dieper gevoel van verantwoordelijkheid geleid worden, bij de
keuze van den vader harer kinderen. Zij zal aan gezonde, krachtige
menschen het leven geven en dezen naar haar beste weten voeden,
verzorgen, opvoeden, en daarbij zal zij zelf hare bekoorlijkheid en
hare jeugd langer behouden dan de vrouw in onze dagen.
Zij wil haar geheele leven door behagen, omdat het altijd haar wensch
is het leven schoon en aantrekkelijk te maken. Maar zij wenscht
alleen te behagen door op elken leeftijd zich te toonen zooals zij,
daarmede in overeenstemming, is; haar hoogste bekoorlijkheid, hare
eeuwige jeugd, openbaart zij uitsluitend aan hem dien zij bemint. Zij
weet dat de bekoorlijkheid des geestes de diepste gevoelens opwekt en
uit de volheid van haar rijk gemoed put zij bestendige hernieuwing
van die bevalligheid; telkens onverwacht en in, tot het oneindige
afwisselende, schakeeringen van hare persoonlijke gratie.
Eenvoudig door haar bijzijn verjaagt zij de dwaze en zinledige
vormen, den dwang der gewoonten en vervangt deze door van haar
oorspronkelijk uitgaande en door haar zielenadel verfijnde, manieren
en uitingen, zoowel in de samenleving als in het huisgezin, en in
den vertrouwelijken vriendenkring.
Waarschijnlijk zal zij veel minder redeneeren dan de vrouw in onze
dagen, maar haar stilzwijgen en haar glimlach zal welsprekender
zijn, dan lange voordrachten en debatten in de vergaderingen door de
hedendaagsche vrouwenbeweging belegd.
Zij zegt altijd duidelijk verstaanbaar wat zij te zeggen heeft en
spreekt altijd gematigd; zij kiest hare woorden onveranderlijk en
blijft bij hetgeen zij gezegd heeft, in schijnbaar zeer gewone, maar
inderdaad zorgvuldig gekozene, doeltreffende, uitdrukkingen. Er gaat
een opgewekte en opwekkende, gezonde strooming van haar uit; frisch
als de beek in het bosch die van de bergen stort, maar als deze, aan
een bepaalde grens gebonden. Hoe ver zij ook schijnt zich te laten
medevoeren--in den roes der vreugde of in den hartstocht van hare
liefde; in buitengewoon genot of bij de wanhoop der smart--nimmer
vergeet zij zichzelf. Zij vereenigt vele vrouwen in éen persoon,
hetzij dat zij lacht en schertst, hetzij dat zij lijdt en ook
dan glimlacht; dat zij een bloeiende gezondheid geniet of aan een
ongeneeselijke wonde verbloedt; kalm is of ontroerd; of zij juicht
of weent; of er zonneschijn is in heur hart of nachtelijk duister;
koelte of vuurgloed--altijd is zij de ideale vrouw.
Reeds sedert lang leeft de vrouw der toekomst in de droombeelden van
den man en zij wordt geschapen naar het beeld dat hij van haar heeft
gemaakt. Het vrouwelijk idéaal van den modernen man is geenszins
de mannelijke vrouw, maar de veelzijdig ontwikkelde openbaring van
"Das ewig Weibliche". Dit nieuwe vrouwentype is bij tusschenpoozen
verschenen, niet alleen in onze dagen, maar in verschillende vroegere
tijdperken.
In de middeleeuwen schreef zij Heloïse's brieven; in den tijd der
Hervorming schilderde Leonardo haar als Mona Lisa en in de achttiende
eeuw hield zij haar salon als Mademoiselle de Lespinasse. In onze eeuw
heeft zij het lied der liefde gezongen als Elisabeth Barett Browning;
zij heeft van het tooneel tot ons gesproken als Eleonore Duse;--en
als een edel gesteente is haar wezen gekristalliseerd door het woord
van den dichter dat Rahel's persoonlijkheid uitdrukte:
"Still und bewegt."