V.

En vader, o, met wat een moed, met wat een hart werkte nu vader! Niet

enkel volbracht hij zijn taak met een gloed zonder weerga, maar ook nog

wel gedeeltelijk die van zijn zoon, wien hij moest op de hoogte stellen.

Op proef was Miel genomen, had de meesterknecht gezegd; en 't was voor

vader een dubbele zaak van eer en van belang, dat mijnheer Stevens zoo

tevreden werd over den arbeid van zijn zoon als hij het was over den

zijne. En, waarlijk, men begreep niet waar vandaan vader de krachten

haalde, die hij nu zoo ruim te pand stelde. Hij hoestte steeds een

weinig, en, sinds den aanvang van het werkseizoen, was hij aanzienlijk

verbleekt en vermagerd--gelijk trouwens alle arbeiders in 't begin van

dat lastig werk--maar hij bleef opgeruimd van geest en wakker van

bewegingen; het was of hem iets immateriëels bezielde, dat hem een

kracht van weerstand gaf, boven zijn lichamelijk vermogen.

Ja, vader deed meer dan hij kon. Die gedachte, dat vaststaande

denkbeeld, dat het gedroomde ideaal toch eindelijk bereikt zou worden;

dat de welstand, bijna de rijkdom nu toch werkelijk zou komen in zijn

hutje van eerlijken zwoeger die zijn leven lang geworsteld heeft met de

ellende; o, die gedachte gaf hem uiterste, haast bovenmenschelijke

krachten, waarover hij zichzelf verbaasde.

Gedurende de drie eerste weken had hij, om zoo te zeggen, geen

vermoeienis gevoeld. En toch at hij zeer weinig, en sliep haast niet. Er

woekerde in hem iets onbekends, iets wonderbaars, een zenuwachtige

opgewektheid, die hem onvermoeibaar maakte, gevoelloos voor alle zwoegen

en ontberingen, onoverwinnelijk, onkwetsbaar. Zelfs hij, die, voor zijn

hoest, zooveel voorzorgen had moeten nemen, was juist degene die het

minst leed door de plotse veranderingen van temperatuur, waaraan zij

allen, door hun soort arbeid waren blootgesteld. Hij alleen bleef

ongedeerd, terwijl meest al de andere arbeiders reeds zware verkoudheden

gekregen hadden.

Zou de goede God hem dan toch waarlijk het zoo vurig verlangde geluk, de

verwezenlijking, de handtastelijke materialisatie van zijn zoeten

levensdroom willen schenken?

Uit Vlaanderen · 第 10 / 40 题