En vader, o, met wat een moed, met wat een hart werkte nu vader! Niet
enkel volbracht hij zijn taak met een gloed zonder weerga, maar ook nog
wel gedeeltelijk die van zijn zoon, wien hij moest op de hoogte stellen.
Op proef was Miel genomen, had de meesterknecht gezegd; en 't was voor
vader een dubbele zaak van eer en van belang, dat mijnheer Stevens zoo
tevreden werd over den arbeid van zijn zoon als hij het was over den
zijne. En, waarlijk, men begreep niet waar vandaan vader de krachten
haalde, die hij nu zoo ruim te pand stelde. Hij hoestte steeds een
weinig, en, sinds den aanvang van het werkseizoen, was hij aanzienlijk
verbleekt en vermagerd--gelijk trouwens alle arbeiders in 't begin van
dat lastig werk--maar hij bleef opgeruimd van geest en wakker van
bewegingen; het was of hem iets immateriëels bezielde, dat hem een
kracht van weerstand gaf, boven zijn lichamelijk vermogen.
Ja, vader deed meer dan hij kon. Die gedachte, dat vaststaande
denkbeeld, dat het gedroomde ideaal toch eindelijk bereikt zou worden;
dat de welstand, bijna de rijkdom nu toch werkelijk zou komen in zijn
hutje van eerlijken zwoeger die zijn leven lang geworsteld heeft met de
ellende; o, die gedachte gaf hem uiterste, haast bovenmenschelijke
krachten, waarover hij zichzelf verbaasde.
Gedurende de drie eerste weken had hij, om zoo te zeggen, geen
vermoeienis gevoeld. En toch at hij zeer weinig, en sliep haast niet. Er
woekerde in hem iets onbekends, iets wonderbaars, een zenuwachtige
opgewektheid, die hem onvermoeibaar maakte, gevoelloos voor alle zwoegen
en ontberingen, onoverwinnelijk, onkwetsbaar. Zelfs hij, die, voor zijn
hoest, zooveel voorzorgen had moeten nemen, was juist degene die het
minst leed door de plotse veranderingen van temperatuur, waaraan zij
allen, door hun soort arbeid waren blootgesteld. Hij alleen bleef
ongedeerd, terwijl meest al de andere arbeiders reeds zware verkoudheden
gekregen hadden.
Zou de goede God hem dan toch waarlijk het zoo vurig verlangde geluk, de
verwezenlijking, de handtastelijke materialisatie van zijn zoeten
levensdroom willen schenken?