Hier zien wij, behalve enkele blaaskwallen, voor het eerst de echte
=bloempoliepen=, de ~vierde~ klasse der darmholtedieren, die door haar
uiterlijk niet slechts de heerlijkste sieraden, doch door haar
ontwikkeling ook de grootste wonderen, vormen van de zee. Verschillende
fraaie soorten daarvan kan men ook in de zee-aquaria, bijv. te
Amsterdam, zien en bewonderen.
Het zijn betrekkelijk hooger georganiseerde dieren dan de kwallen en
kwalpoliepen. Bovendien behooren deze prachtig gekleurde bloemdieren,
wier talrijke vangarmen inderdaad veel aan meeldraden van een bloem doen
denken en die niet ten onrechte den naam dragen van ~zeerozen~,
~zee-anemonen~ enz., alsmede de fraaie en sierlijk vertakte
~koraaldieren~, tot het schoonste en interessantste, wat de dierenwereld
van het water oplevert. Deze dierlijke bloemen veranderen de naakte
rotsen der zee, in den waren zin des woords, in heerlijke
~bloementuinen~. En het zijn teere, fijne bloempjes van fabelachtige
pracht, die, als wonderen in een sprookje, den bodem van den oceaan
bevolken.
Maar: hoe schoon en teer deze bloemen ook mogen zijn, zoo is toch niet
alles aan haar even poëtisch en liefelijk. Ook hier is een keerzijde der
medaille, die vrij wat prozaïscher klinkt: de bloempoliepen behooren tot
de roofgierigste en vraatzuchtigste schepselen der zee, die met haar
vangarmen verraderlijk allerlei onschuldige kleine kreeftjes en vischjes
grijpen en meedoogenloos in haar onverzadelijk keelgat doen verdwijnen.
Zelfs vleesch versmaden zij niet en met visch, vleesch, schelpdieren
enz. worden dan ook deze roofdieren in het aquarium grootendeels gevoed.
Men verzuime vooral niet, bij een bezoek aan het aquarium te Amsterdam,
de voeding eens bij te wonen (’s middags te 4 uur).
Teneinde nu eerst eens de organisatie dezer bloempoliepen met die van de
overige darmholtedieren te vergelijken, geven wij in fig. N weer een
schets van de overlangsche doorsnede eener zee-anemone.
[Afbeelding: Fig. N.