DRIJVENDE WONDEREN DER ZEE.

Wonderbaar heerlijk en schoon is dikwijls de aanblik, dien de

wereldoceaan aanbiedt, als men hem, aan boord van een schip, vooral bij

avond, waarneemt. Men ziet dan op de open zee de prachtigste =medusen=

of =kwallen=--die wij aan ons strand zoo menigmaal, als gladde,

glinsterende schijven gelei jammerlijk hebben zien liggen te

verdrogen--in haar volle levenspracht, zich dikwijls in gansche scharen

achter het schip voortbewegen, als een bontgekleurde wonderwereld van

glasachtige klokken en die bovendien in het donker een onvergelijkelijk

schoon en fantastisch licht verspreiden. Zoo drijven die wonderdieren

daarheen, in de heerlijkste kleuren en met sierlijke bewegingen, als

levende klokken, uit het fijnste kristal vervaardigd.

Deze drijvende wonderen der zee, die in de bontste kleuren prijken en

dikwijls in zulk een poëtisch licht stralen, behooren tot die groote

afdeeling van het dierenrijk, waarvan wij reeds vroeger de

~zoetwaterpoliep~ hebben leeren kennen (zie bladz. 20), namelijk: de

=holzakdieren= of =darmholtedieren=. De destijds daarvan gegeven

beschrijving is dus ook op de dieren van onze plaat toepasselijk. Daar

de meesten van hen ook de, toen vermelde, ~netelorganen~ bezitten,

waardoor de aanraking dezer kwallen zelfs bij den mensch een sterke

prikkeling teweegbrengt, vat men al deze dieren ook wel samen onder den

netteren naam: =neteldieren=. Evenals de stekelhuidigen van de beide

vorige platen, hebben wij hier ook weer te doen met ~straaldieren~, daar

de organen straalsgewijs om een as gelegen zijn, doch in plaats van het

typisch getal 5, treden bij de darmholtedieren de grondgetallen 4 en 6

op den voorgrond.

Ten einde den algemeenen lichaamsbouw dezer dieren nog eens in

herinnering te brengen, geven wij daarvan, met behulp van de

schetsteekening M, in korte trekken, een schets voor een =schermkwal=,

zooals die van fig. 4 op de plaat en waarvan figuur M een overlangsche

doorsnede voorstelt.

[Afbeelding: Fig. M.

Uit de dierenwereld van het water Schetsen in woord en beeld van het lever der lagere diersoorten · 第 80 / 92 题