En nu nog het laatste lid van de verzameling op deze plaat, dat ons
echter, hoe onaanzienlijk ook op het oog, in bijzondere mate
interesseert, wegens zijn zonderlinge levensgewoonten. Het is de, tot de
klasse der =platwormen= (bladz. 8) behoorende, ~trilworm~ (_Planaria
gonocephala_), fig. 7, waarvan in ons land de ~bruine trilworm~ (_Pl.
torva_) voorkomt, die slechts 1 centim. lang is.
De trilwormen worden zoo genoemd, omdat zij met de trilharen, waarmede
het geheele lichaam bezet is, een draaiende beweging in het water doen
ontstaan. De lichaamsbeweging heeft echter meer door golvingen van het
platte, ongelede lichaam plaats en bestaat slechts in een bedaard,
regelmatig voortkruipen tusschen steenen enz., zooals wij bij de
grootere soort van fig. 7 zien. Deze is 3 tot 4 centim. lang en
olijfgroen of roodachtig geel van kleur. Het darmkanaal is vertakt en
eigenaardig is, dat de mondopening nog iets achter het midden van het
lichaam gelegen is. Deze dieren voeden zich met zeer kleine
waterdiertjes, doch zijn zulke ontaarde schepselen, dat zij zich niet
ontzien om, in geval van nood, zich, als ware kannibalen, zelfs aan hun
naaste familieleden te vergrijpen. Men vindt ze in vijvers en poelen,
onder steenen op den bodem of tusschen eendenkroos.
Overigens munten deze dieren uit door een buitengewone en hoogst
merkwaardige levenstaaiheid. Dat stukken, die men van een trilworm
afsnijdt, blijven voortleven en weer tot nieuwe volledige dieren
uitgroeien, op dergelijke wijze als bij de zoetwaterpoliep (zie bladz.
22), is op zich zelf eigenlijk niets bijzonders, want dit is bij de
wormen, om zoo te zeggen, een familiekwaal, het is daar schering en
inslag. Maar bij de lagere wormen gaat dit herstellingsvermogen nog veel
verder en de _Planaria_ overtreft op dit gebied alles, wat er ooit in de
geheele familie vertoond werd. In fig. H is daarvan één der
avontuurlijkste gevallen afgebeeld, die het natuuronderzoek ooit heeft
doen kennen. Wij zien daar een ~trilworm met 4 koppen~, maar wij moeten
er dadelijk aan toevoegen, dat dit geen speling der natuur is, doch een
kunstproduct. Als men bij zulk een trilworm, op verschillende plaatsen
van het lichaam: ter zijde, van achteren, van onderen enz. met een mes
insnijdingen maakt, dan vormt zich op de plaats van elke wond een nieuwe
kop en een nieuwe staart!
[Afbeelding: III.]