Tertullianus, Zijn beteekenis voor de Theol. I, 57v.;
over de natuurl. Godskennis II, 33;
over de lichamel. natuur Gods II, 146v.;
over de Triniteit II, 254v., 276;
over de twee naturen van Christus III, 240v.;
over het werk van Christus III, 316;
over de kerk v. Rome in verhouding tot andere IV, 88;
over den kinderdoop IV, 279.
Theodoretus, Zijn indeeling van de dogmatische stof I, 32.
Thomas, Zijn Summa I, 34v.;
over de virtutes en de religie I, 177v.;
over het geloof v. d. articuli mixti I, 220v.;
over de H. Schrift I, 309v.;
over de kennisse Gods II, 8v.;
over de voorzienigheid Gods II, 347v.; III, 6;
over de voldoening III, 317v.;
over de superabundantie der vold. III, 367;
over de noodzakelijkheid der gratia interna III, 439.
Thuijnen, van, III, 453.
Til, Sal. van, Over de Theol. naturalis I, 43.