XIV

De verandering in opvatting en uitdrukking van ons huiselijk

leven, zoo snel en krachtig rondom ons plaats grijpend, sluit

vele ver-reikende gevolgen in, die alle bevorderlijk zijn aan den

menschelijken vooruitgang. Niet de minste van deze is de verbetering

in de samenstelling van het maatschappelijk verkeer.

Deze behoefte der beschaving was in vroeger tijd onbekend, toen

familie-omgang voldoende was voor allen en toen elke verdere

aanraking tusschen individuen oorlog beteekende. Handel en het

daaruit voortvloeiend reizen voor zaken, de specialisatie van arbeid

en de verspreiding van zijn producten, en alle verdere ontwikkeling,

hebben een ruimer en vrijer en herhaaldelijker omgang ten gevolge

gehad van de tallooze individuen, wier onderlinge handelingen de

maatschappij vormen. Slechts kort geleden en nog maar gedeeltelijk,

hebben de vrouwen als individuen aan dit onderling maatschappelijk

verkeer deelgenomen, en toch maakt dit de wezenlijke voorwaarde uit

voor ware beschaving. Het maatschappelijk verkeer bestaat niet voor

ons genoegen, maar als een noodzakelijkheid voor den mensch.

Voor vrouwen als individuen is het een steeds grooter wordende eisch

om mannen en andere vrouwen als individuen te ontmoeten, zonder

juist in familiebetrekking tot hen te staan. Als een sociale behoefte

moet er noodzakelijk eenige vorm aan gegeven worden; maar de juiste

ontwikkeling er van wordt thans nog sterk belemmerd door de haar

aanklevende vormen van huiselijke en maatschappelijke gewoonten, die

hun ontstaan danken aan de sexueel-economische verhouding. De eisch

van een vrijer en ruimer maatschappelijken omgang tusschen de beide

seksen berust hoofdzakelijk op een wederzijds gevoelde behoefte;

doch in het hedendaagsche leven is dit een veel reiner gevoelde en

hooger opgevatte aandoening geworden dan zij aanvankelijk was, toen nog

slechts één behoefte en één wijze om daaraan te voldoen bestond. Thans

eischt deze behoefte dringend een betere regeling van onze levenswijze.

In sociale evolutie, evenals in andere evolutiën, ontgroeien wij

slechts langzaam aan den uiterlijken vorm passend voor de vroegere

behoeften; en de overgangsperiode, zoolang de nieuwe functiën tastend

rondzoeken door de oude organen en die eerst langzamerhand tot

een werktuigelijke uiting kunnen dwingen, is steeds onvermijdelijk

pijnlijk. Voor zoover onze ontwikkeling thans gevorderd is,--nog

steunende op een diep gewortelde overtuiging dat de wereld alleen uit

gezinnen is samengesteld en de regeling der zaken noodzakelijk het

belang dezer gezinnen moet bevorderen,--hebben wij er nauwgezet naar

gestreefd het familie-belang te bevorderen en het familie-leven te

veraangenamen en zijn daarbij onbewust of onwillekeurig gedwongen

geworden, voor individuen slechts voorbijgaande maatregelen te

nemen. Wat niet strekte tot bevordering van het familieleven, maar

wel om te gemoet te komen aan de behoeften van individuen, op dat

tijdstip in geen familie-verhouding levende, werd steeds in beginsel

krachtig bestreden, ofschoon men gedwongen werd in de praktijk er

aan toe te geven.

Nog heden worden er ernstige en humoristische artikelen geschreven, met

het doel te protesteeren tegen de toenemend weelderige en gemakkelijke

inrichting der gehuurde vertrekken voor ongehuwde mannen, even als men

te velde trekt tegen de financieele onafhankelijkheid der vrouwen,

op grond dat deze omstandigheden het huwelijk en het familieleven

tegengaan. De meeste mannen doorleven tegenwoordig een tijdruimte

van misschien tien jaren, dat zij op zich zelf staande menschen zijn;

zaken roepen hen uit het ouderlijk huis en veroorloven hun voorloopig

niet een nieuw gezin voor zich zelf op te bouwen. Ook vrouwen treden

elk jaar meer en meer een gelijke individueele levensperiode in. En

er is een zeker vast percentage van individuen, "oneven nummers"

en "gebroken stellen", die in het familieleven overschieten of

achtergebleven zijn; en ook dezen moeten leven.

Het familiehotel, het pension, de club, de gehuurde kamer en het

restaurant zijn tegenwoordig de toevlucht voor deze groote en steeds

grooter wordende klasse. Het zijn menschen, die voor zekeren tijd

ergens willen wonen, soms voor jaren, doch die niet gehuwd zijn of

op andere wijze een gezin bezitten. Omdat huiselijk leven in onzen

geest onafscheidelijk verbonden is met huwelijksleven, een woning

verondersteld wordt een gezin te bevatten en een gezin een hoofd

te hebben, zijn zulke alleenstaande personen niet bij machte eenig

huiselijk leven te leiden en worden daarom verplicht het ongerief, de

schade, de duurte, de dikwijls onhygienische en somtijds onzedelijke

invloeden van onze plaatsvervangende hulpmiddelen te verdragen.

Het menschelijk ras eischt thans dat er voorzien wordt in de behoeften

van individuen, afgescheiden van hun geslachts-verhouding. Wij dwalen

wanneer wij meenen dat alleen gehuwde menschen en hunne onmiddellijke

verwanten eenig recht hebben om in comfort en in een gezonde omgeving

te leven. Ieder mensch heeft behoefte aan een woning,--ongehuwde,

echtgenoot, weduwnaar, meisje, vrouw, weduwe, jong en oud. Zij hebben

er behoefte aan van de wieg tot het graf, zonder dat dit iets met

hunne geslachts-verbintenissen te maken heeft. Wij moesten de woning

en het comfort der menschheid zoodanig inrichten en opbouwen dat het

huwelijk er niet door benadeeld wordt, doch dat zij ook niet van het

huwelijk afhankelijk waren. Door de werkzaamheden van het huiselijk

leven beroepsmatig te doen uitoefenen, met kamers en suites van kamers

en huizen voor een of meer personen verkrijgbaar, zouden wij ongehuwd

kunnen leven, zonder iets van het aangename van een eigen woning of

van de gewone gezelligheid op te offeren; wij zouden onze familie

kunnen verliezen, zonder daarom beroofd te worden van de genoegens

van het huiselijk leven; wij zouden kunnen huwen in vrijheid en geluk,

zonder eenige verandering te brengen in de economische basis van een

der betreffende partijen.

Gehuwde lieden zullen wel altijd aan een gezamenlijke woning de

voorkeur geven en die kunnen zij hebben; maar groepen van vrouwen

of groepen van mannen zouden ook een gezamenlijke woning of

aangrenzende kamers kunnen hebben, indien zij dat wenschten. Doch

zelfs alleenstaande personen zouden een woning voor zich zelf kunnen

hebben, zonder dat zij daarom ook de drukte van een huishouding op

hun schouders behoeven te laden.

Indien men de keukens uit de woningen neemt, houdt men kamers over

voor elken regelingsvorm geschikt; men kan die kamers bewonen zonder

dat dit beteekent "huishouding" doen. Het persoonlijk karakter en de

smaak zouden met zoo'n levenswijze tot bloei kunnen komen als nooit te

voren; de woning van elk individu zou ten slotte de persoonlijkheid

van den bewoner uitdrukken, en de vereeniging van twee personen

tot een huwelijk zou niet noodzakelijk het dooreen gooien van de

geheele uiterlijke inrichting van hun leven ten gevolge hebben,--een

zaak waarbij steeds veel van de teederheid en frischheid der liefde

verloren gaat. Het gevoel van levenslange vrijheid en van vrede in

en duurzaamheid van iemands eigen woning zal er veel toe bijdragen

de persoonlijke levensverhoudingen te louteren en te verheffen,

maar nog meer de maatschappelijke verhoudingen te versterken en uit

te breiden. Het individu zal leeren zich zelf een samenstellend deel

van het maatschappelijk gebouw te voelen, in nauw, rechtstreeksch en

bestendig verband staande met de behoeften en eischen der maatschappij.

Dit is voor vrouwen bijzonder noodig, omdat men haar meestal alleen

beschouwt, en zij zelf doen het ook, als deelen van gezinnen, niet in

staat om op zich zelf gelukkig te leven. De overtuiging, dat zij voor

haar geheele leven rust en vrede kunnen vinden, zelfs zonder dat zij

trouwen,--en dat zij die ook kunnen vinden indien zij trouwen,--zal een

kalmte en kracht in haar ontwikkelen, die haar zelf en de wereld zeer

ten goede zal komen. Het is een schitterend bewijs hoezeer de bestaande

huwelijksvorm het karakter prikkelt en den mensch onvoldaan laat,

dat de vrouwen door de behoefte aan voedsel en kleederen en de mannen

door de behoefte aan keukenmeiden en huishoudsters er toe gedwongen

moeten worden. Wij zijn bespottelijk bang, dat mannen en vrouwen,

indien zij hun levensbehoeften op andere wijze dan door het huwelijk

kunnen verkrijgen, voor de huwelijks-verhouding hartelijk zullen

bedanken. En dan bezingen wij nog bewonderend de macht der liefde!

Wij mogen waarlijk hopen, dat het meest te waardeeren gevolg van de

verandering in den grondslag van het leven, liefde en huwelijk zal

reinigen van dit lage bijvoegsel van financieel belang en persoonlijk

gemak; en dat mannen en vrouwen, eeuwig tot elkaar aangetrokken door de

sterkste kracht in de natuur, ten laatste in staat zullen zijn elkander

op het gebied van zuivere en volmaakte liefde te ontmoeten. Wij maken

onze eigen idealen, ons diepste instinkt, onze hoogste overtuiging

te schande door deze grove verdenking, dat het edelste ras op aarde

niet zou willen paren, of ten minste niet monogaam zou willen paren,

tenzij het gekocht en gelokt wordt door de gewone dierlijke behoefte

aan voedsel en dekking, en geketend wordt door gewoonte en wet.

De innigheid, de reinheid, de bestendigheid der huwelijksverhouding

berusten op de noodzakelijkheid dat beide ouders voor de kinderen

langdurig zorg moeten dragen,--een gevolg van de ontwikkeling van het

ras, waaraan wij nooit kunnen ontsnappen. Wanneer ouders zich minder

zullen uitsloven om voedsel te verkrijgen en het te koken, om meubelen

te verkrijgen en ze schoon te houden, dan zullen zij misschien meer

tijd vinden om nieuwe gedachten en nieuwe inspanning aan de verzorging

hunner kinderen te wijden. Het kind heeft hooger behoeften dan aan

een boterham en een bed; dit zijn alleen ras-behoeften die het met

zijn geheele soort gemeen heeft. Het heeft veel meer behoefte--en aan

deze wordt minder voldaan--aan het gezelschap van, en de vereeniging,

de persoonlijke aanraking met zijn vader en zijne moeder. Wanneer vele

van de tegenwoordige werkzaamheden uit het huis verwijderd zijn, dan

zullen wij den tijd vinden en misschien ook den lust om werkelijk met

onze kinderen kennis te maken. Het zal ons dan toeschijnen dat zij niet

zoo zeer schepselen zijn die bewaakt, als wel menschjes die begrepen

willen worden. Even als door de burgerlijke en militaire bescherming

der maatschappij reeds sedert lang de tand-en-klauw-verdediging van

wreede ouders werd afgeschaft, zonder dat daardoor de familieband in

gevaar gebracht werd, zoo zullen ook de economische veranderingen in

de maatschappij, die aan het tehuis brengen van voedsel door de ouders

een einde zullen maken, geen slechte gevolgen voor de liefde en achting

in het gezin medebrengen. Deze primitieve behoeften en de primitieve

wijze om er aan te gemoet te komen, hielden de familie-verhouding

ongetwijfeld op een zeer laag standpunt; maar zij liggen reeds

gedeeltelijk achter ons en de band tusschen ouders en kinderen werd

door de verandering niet verzwakt, maar integendeel versterkt.

Hoe meer wij aan deze lage toestanden ontgroeien, des te volkomener

zullen wij de dieper en hooger verhoudingsvormen kunnen verwezenlijken,

welke de kracht en den lust van het menschelijk leven uitmaken. Goed

en voortdurend voor de veraangenaming van het individueele leven te

zorgen, zal niet de kracht vernietigen waardoor mannen en vrouwen zich

tot elkander voelen aangetrokken, of die de kinderen aan de ouders

bindt; doch het zal deze verhoudingen reiner en sterker maken en tot

een hoogte opvoeren, welke wij eenigszins kunnen afleiden uit het

resultaat, door zulke veranderingen in sommige gezinnen reeds tot

stand gebracht. Door de individuen, oud en jong, van den dwang te

bevrijden om deel van een gezin uit te maken en hun te veroorloven

vrij in de maatschappij te leven, werken wij bovendien krachtig mede

aan de ontwikkeling van het ware maatschappelijk verkeer.

De tegenwoordige economische grondslag van het familieleven

houdt onzen vriendschappelijken en gemeenzamen omgang binnen enge

grenzen. Het is thans alleen mogelijk met families om te gaan en

families te bezoeken in plaats van om te gaan met individuen; en het

toenemend persoonlijk verschil der individuen maakt het hoe langer hoe

onmogelijker dat alle leden van een zeker gezin den bezoeker behagen

of behagen vinden in hem. Zoolang wij op den tegenwoordigen grondslag

blijven voortleven belemmeren wij den vrijen omgang en brengen de

familieverhouding dikwijls in pijnlijke spanning. De verandering der

economische verhouding in de gezinnen, van de geslachts-basis tot de

maatschappelijke basis, zal een ruimer individueelen omgang mogelijk

maken, zonder dat hiermede een breuk der familiebanden vergezeld

behoeft te gaan.

Men heeft den drang der familieleden, hun toenemenden wensch naar

een algemeener en persoonlijker maatschappelijken omgang enkel

toegeschreven aan dorst naar genoegens, en daarom meenden de moralisten

er krachtig tegen te velde te moeten trekken. Zij beweerden dat de

hoogste vorm van omgang, omgang met eigen familieleden was en dat de

wensch om ruimer en gemakkelijker met anderen te kunnen verkeeren uit

onwaardige gevoelens voortsproot. "Hij is goed voor zijn gezin;" zeggen

wij vol bewondering van den man die s'avonds niets meer verlangt dan

zijn courant en zijn pantoffels; en voor de vrouw, die durft bekennen

dat zij nog ander gezelschap wenscht dan haar man, hebben wij slechts

één naam. Ook voor de kinderen geldt dit. Onophoudelijk spannen wij

ons in "de jongens tehuis te houden", "het tehuis aantrekkelijk te

maken", opdat ons oud ideaal, het patriarchaal ideaal, een wereld

van gezinnen en niets anders, gehandhaafd blijft.

Maar wij leven in een wereld van personen zoowel als van gezinnen. Wij

zijn personen zoodra wij geboren zijn, ofschoon geboren in

gezinnen. Wij zijn personen zoodra wij de gezinnen verlaten hebben en

nog personen, zelfs wanneer wij een nieuw, ons eigen gezin, gevormd

hebben. Als personen hebben wij in elke generatie meer, behoefte

ons met andere personen te vereenigen. Het is zeer interessant

op te merken hoe deze behoefte zich steeds deed gevoelen en zich

zelf, door reine en onreine middelen, in de voorafgaande duistere

eeuwen heeft trachten te helpen. Door onze onzinnige overdrijving

van de geslachtsverhouding hebben wij ruwweg voorondersteld, dat

de wensch naar vrijer menschelijken omgang beteekende een vrijer

geslachts-verhouding en daarom moest tegengegaan worden; evenals men

het in Spanje voor zeer onverstandig hield vrouwen te leeren schrijven,

omdat zij dan gemakkelijker met hun minnaars konden omgaan en zoodoende

de grondslagen der maatschappij aan het wankelen zouden kunnen brengen.

Zoodra echter onze geslachts-verhouding door de economische

onafhankelijkheid der vrouwen gezuiverd en geregeld is, zoodra

geslachts-aantrekking niet langer een verterende koorts is, die onze

maatschappij voortdurend in beroering brengt, zullen wij niet meer

tevreden neerzitten bij een half dozijn bloedverwanten, als onzen

eenigen maatschappelijken cirkel. Wij zullen elkander dan meer, niet

minder, noodig hebben en wij zullen de behoefte aan maatschappelijk

verkeer erkennen en beschouwen als het hoogste recht van hen, die

het hoogste ras op aarde zijn.

De kracht, waardoor vrienden zich tot elkander voelen aangetrokken is

een hoogere dan die welke de seksen tot elkander brengt,--hooger in

dien zin, dat zij bij een latere ras-ontwikkeling past. "De liefde

van vrouwen overtreffend", is geen onbeteekenende phrase. Kinderen

hebben elkanders omgang noodig, zoo ook jonge menschen. Menschen van

middelbaren leeftijd hebben elkanders omgang noodig, oude menschen

eveneens. Wij hebben elkander allen noodig, veel en dikwijls. Even

als ieder mensch behoefte heeft aan een plaats waar hij alleen kan

zijn, zoo hebben alle menschen eveneens behoefte aan een plaats

van samenzijn; van de twee die elkaar ongestoord hun innigste

gewaarwordingen willen toevertrouwen, tot het grootst aantal dat zich

in harmonie kan verzamelen en bewegen.

Menschheid beteekent samenzijn, terwijl onze levenswijze, waaraan

wij ontegenzeggelijk ontgroeid zijn, ons apart houdt. Hoe vele

menschen, indien zij het feit onder de oogen durven zien, hebben

niet dikwijls hopeloos verlangd om hunne vrienden op betere wijze te

kunnen ontmoeten, hun eigen ware vrienden, verwanten door den geest,

indien niet door het lichaam.

Doch wij, levende in de verhitte atmospheer van onzen overseksten

geest, hebben de menschen steeds als een ras van beesten

uitgeschilderd, wier eenige wensch tot samenzijn gebaseerd is op

den grooten, overwerkten hartstocht, en die alleen van gemengde

nachtelijke zwelgpartijen teruggehouden worden door dat zij aan huis

gebonden zijn. Dit is onwaar! Het is zelfs nu in onzen over-seksten

toestand niet waar. En het zal nog minder waar zijn, wanneer wij

van den kunstmatigen druk der sexueel-economische verhouding verlost

zullen zijn en ons weder natuurlijk kunnen ontwikkelen.

Mannen, vrouwen en kinderen hebben behoefte aan vrijheid om op een

menschelijken grondslag samen te komen, dat wil zeggen, dat zij in

hun dagelijksch leven en door hunne bezigheden bijeenkomen, zonder

bepaald doel, en niet opzettelijk elkander behoeven op te zoeken. Wij

weten allen hoe prettig de kennismaking en de innige vriendschap is die

ontstaat, wanneer menschen op natuurlijke wijze samen worden gebracht,

op de school, aan de universiteit, op een werkplaats, aan boord van

een schip, in den trein, op een gezamenlijk uitstapje, in zaken. De

maatschappelijke behoefte van beide partijen aan een algemeene,

functioneele ontwikkeling van het maatschappelijk verkeer is een

uitgemaakte zaak en gemeenschappelijke functioneele werkzaamheden

bieden daarvoor op natuurlijke wijze de gelegenheid.

De reden waarom vriendschap voor mannen meer beteekent dan voor vrouwen

en waarom de mannen zich veel gemakkelijker en vrijer vereenigen,

ligt in de omstandigheid dat zij zooveel verder in de ras-functiën

ontwikkeld zijn en dat zij samen werken. Het natuurlijk verbond van

gemeenschappelijke inspanning en gemeenschappelijke ontspanning is de

beste bron voor vriendschap. Alleen door een aantal menschen in een

zelfde vertrek bijeen te brengen, om de kubieke ruimte, als het ware,

met hunne lichamen te vullen, daardoor brengt men hunne zielen niet

tot elkander. Onze tegenwoordige vereenigingswijze, in het bijzonder

die der vrouwen, is zeer onvoldoende. Zij kleeden zich en brengen

elkaar een kort bezoek. Dit kort bezoek wordt evenzoo beantwoord. Of

zij zetten veel voedsel gereed en verzoeken veel menschen om het te

komen opeten; of een danspartij, muziek of voordracht is het lokmiddel

voor hun bijeenkomst. Maar zulke menschen ontmoeten elkander niet

werkelijk. Zij doorleven op deze wijze heele leeftijden, zonder ooit

kennis met elkaar gemaakt te hebben. Wij dorsten thans naar een voller

en eerlijker maatschappelijken omgang, maar onze samenleving verschaft

ons thans de middelen nog niet om dien dorst te lesschen.

Mannen hebben onderling in deze behoefte ruimschoots voorzien; maar

tusschen vrouwen onderling of tusschen mannen en vrouwen bestaat nog

geen vrije omgang. Mannen ontmoeten elkaar vrij bij hun werk, terwijl

vrouwen alleen werken. Maar het verschil komt nog sterker uit bij

hun spelen. "Meisjes hebben nooit eenige pret", zeggen de jongens

verwijtend, en zij hebben gelijk. De pret die de meisjes hebben,

moet, evenals haar boterham, langs de geslachts-lijn komen. Mannen

moeten haar het vermaak verschaffen, evenals zij haar al het overige

verschaffen, De mannen hebben de wereld gevuld met spelen en sport,

van de edele worstelperken der Olympische spelen tot de geest en

lichaam versterkende sport van heden; goede, slechte en onbeteekenende

sport. Door alle eeuwen heen hebben de mannen gespeeld en de vrouwen

toegezien, als zij daartoe ten minste uitgenoodigd waren. Zelfs

de prettige bezigheid om mannen te zien spelen was haar ontzegd,

tenzij zij door de deelnemers daarvoor gevraagd werden. De "koningin

van het bal" blijft een muurbloempje, totdat zij door den koning ten

dans gevraagd wordt.

Zelfs thans, nu vele gymnastische spelen voor vrouwen open staan,

nu zij zich kunnen oefenen in tennis en golfspel en al de overige

vermaken, zijn de kansen om te spelen voor beide seksen toch nog niet

gelijk. Een goeden speelmakker te wenschen, is niet hetzelfde als het

gezelschap van de andere sekse te begeeren, en toch hangt de vervulling

van den wensch van een meisje om een goede tegenpartij bij haar spel

te hebben, sterk af van haar macht tot geslachts-aantrekking; dit is

een andere van de vele betreurenswaardige uitingen dier macht. De

wensch om elkander te ontmoeten, wordt door ons uitgelegd als:

"hij" wenscht "haar" te zien, of "zij" wenscht "hem" te zien. De

ontspanning en het pleizier van de menschen is zoo verward met

de geslachts-afhankelijkheid der vrouwen van mannen, dat vrouwen

gedwongen worden naar "hofmakerij" te streven, als zij in waarheid

niets anders wenschen dan zich te amuseeren; en zoolang wij de

vereeniging der geslachten in die richting dringen, houden wij een

heilzamer samenkomen tegen.

Zelfs onze kleine kinderen worden bij hun spel zorgvuldig geoefend

het geslacht te doen uitkomen; en op verschil in gedrag van jongens

en meisjes wordt sterk en aanhoudend aangedrongen, nog voor dat een

van hen aan het bestaan van zulk een verschil denkt. Wanneer meisjes

en jongens samen spelen, worden zij zoo door anderen geplaagd en

moeten zij zooveel aanmerkingen hooren, dat dit alleen reeds elken

gezonden vriendschapsband tegenhoudt en aanleiding geeft tot een

vroegtijdig geslachts-bewustzijn. Jonge mannen en jonge vrouwen

wordt toegestaan meer of minder vrij samen te komen, maar altijd

op een strenge geslachts-basis, want vriendschap tusschen mannen en

vrouwen wordt als iets belachelijks aangemerkt. Iedere gezonde jongen

en ieder meisje neemt dit kwalijk en tracht een vrije, natuurlijke

verhouding te vormen; maar de maatschappelijke druk hiervan is

moeilijk te dragen. Zij mag zooveel "beaux" hebben, als zij omarmen

kan; hij mag aan zooveel meisjes als hij wil "attenties bewijzen",

maar op die wijze alleen mogen zij elkaar ontmoeten.

Het staken van alle vriendschapsbezoeken zoodra een van beide

partijen verloofd is, bewijst den aard van dien band. Wanneer hij

eenmaal een keuze voor een huwelijk gedaan heeft, waarom zou hij dan

nog andere meisjes bezoeken? Wanneer zij eenmaal den man gevonden

heeft die haar wil trouwen, waarom zou zij dan nog met andere mannen

omgaan? Die "bezoeken" en die "omgang" waren alleen maar onderzoekende

voorbereidingen voor een mogelijk huwelijk. En na het huwelijk wordt

verondersteld dat de vrouw geen anderen man dan haar echtgenoot

wenscht te zien en de echtgenoot geen andere vrouw dan de zijne. In

sommige landen keert men deze regeling om, door meer maatschappelijke

vrijheid aan gehuwde lieden toe te staan, maar die gewoonte gaat

vergezeld van een totaal gemis aan vrijheid vóór het huwelijk,

waaruit zoowel in het huwelijksleven als in het maatschappelijk

leven zeer twijfelachtige resultaten verkregen worden. In de hooger

maatschappelijke kringen heeft altijd na het huwelijk meer vrijheid

van socialen omgang tusschen de beide geslachten bestaan; maar in het

algemeen van Amerika gesproken, na de periode van de bezoeken vóór het

huwelijk vinden er zeer weinig natuurlijke en ernstige kennismakingen

tusschen mannen en vrouwen plaats.

Zelfs de vriendschap welke tusschen man en vrouw kan bestaan hebben

vóór het huwelijk, wordt dikwijls in het huwelijk met zijne economische

verwikkelingen spoedig verwoest. Zij hebben dan geen tijd meer om

over vraagstukken te spreken zooals vóór hun huwelijk; zij zijn

te veel bij elkander en stellen te diep belang in de technische en

financieele zaken, hun nieuwe huishouding betreffende. Dit werkt de

ontwikkeling van hooger en reiner verhoudingen tusschen mannen en

vrouwen bestendig tegen en leidt er toe, hen op denzelfden primitieven

voet van geslachts-vereeniging te houden.

Een jong man gaat naar een stad om te leven en te werken. Hij

heeft even goed behoefte aan het gezelschap van vrouwen als

van mannen. Voorheen had hij zijn moeder, zijne zusters en hare

vriendinnen, zijne schoolkameraden. Nu moet hij onze onvrije sociale

toestanden onder de oogen zien. Hij mag twee soorten van vrouwen

bezoeken, degenen die wij "goed" noemen en degenen die wij "slecht"

noemen. (Deze indeeling berust slechts op één zedelijke eigenschap

en dat is een geslachts-eigenschap). Natuurlijk verkiest hij de

goeden. De goeden zijn weder verdeeld in twee soorten, gehuwden en

ongehuwden. Indien hij een gehuwde vrouw dikwijls bezoekt, wordt

er aanmerking op gemaakt; dit vindt hij onpleizierig en laat het

daarom na. Bezoekt hij een ongehuwde vrouw dikwijls, dan wordt er

ook aanmerking op gemaakt; hij wordt dan beschouwd "bedoelingen"

te hebben. De beste middenweg is een aantal ongehuwde vrouwen te

bezoeken en de attenties zoo omzichtig te verdeelen, dat niemand ze

zich persoonlijk kan aantrekken.

Nu treedt hij in de eerste phase van onze sexueel-economische

verhouding: hij kan zelfs geen meisje vrijelijk bezoeken of het

kost hem geld. Het meisje enkel in den familiekring te ontmoeten

kan toch moeilijk verondersteld worden als door een der beide

partijen gewenscht. Men ontmoet niet een half dozijn menschen van

verschillenden leeftijd en van beide seksen zooals men een vriend

alleen ontmoet. Te trachten haar alleen te zien, wordt als een

"bedoeling" beschouwd. "Haar mede uit te nemen", kost geld en hij

betaalt het graag. Maar hij kan dit niet te dikwijls doen, of hij wordt

beschouwd "ernstige bedoelingen" te hebben, en elke stap van de verdere

kennismaking wordt uit een sexueel oogpunt beschouwd en gekritiseerd.

Er bestaat geen natuurlijk, eenvoudig middelpunt van maatschappelijk

verkeer tusschen mannen en vrouwen. De jonge man zal weldra ontdekken

dat zijne bekendheid met vrouwen zeer hoog in zijn zakboekje genoteerd

staat. Het geld dat hij voor het huwelijk zou kunnen bewaren, wordt

nu voor deze verschillende voorbereidingen gebruikt. Wanneer hij

ziet waarvan de vrouwen houden en hoeveel het kost ze te bevredigen,

dan wijkt zijn hoop op een huwelijk al verder en verder naar den

achtergrond. De periode waarin hij als individu moet leven duurt

langer en hij gewent zich aan oppervlakkige kennismaking met veel

vrouwen, hij leert haar van de meest onbeteekenende zijde kennen,

zonder gelegenheid te hebben tot het vormen van een oprecht verbond

en ware vriendschap. Is het dan te verwonderen dat de andere soort

vrouwen, die ook geld kosten, dat is waar, maar die geen voortdurende

verplichting medebrengen, zulk een bestendige factor in ons sociaal

leven zijn geworden? De sexueel-economische verhouding bevordert de

ondeugd op meer dan één wijze.

De economische onafhankelijkheid der vrouw zal al deze omstandigheden

veranderen even natuurlijk en onvermijdelijk als haar afhankelijkheid

ze ingevoerd heeft. Door zich te wijden aan een of anderen tak

van nijverheid zal zij meer persoonlijkheid en minder sexualiteit

ontwikkelen, en hierdoor zal de druk op de geslachts-verhouding

verminderen, zoowel in mannen als in vrouwen. De nieuwe levenswijze

en het nieuwe karakter dat er aan gegeven wordt, zal in ons

maatschappelijk verkeer de vereeniging van menschen ten volle tot

ontwikkeling brengen. Wanneer de eigen woning inderdaad een privaat

leven mogelijk maakt en niet langer de maatschappelijke en industrieele

horizon der vrouw is; wanneer de werkplaatsen overal--het gebied der

vrouw zoowel als van den man,--huiselijk en gezellig worden door haar

invloed; en wanneer mannen en vrouwen zich gezamenlijk vrij bewegen

bij de uitoefening der gemeenschappelijke rasfunctiën,--dan zal de

stroom van het menschelijk leven door nieuwe kanalen gaan.

Dan zullen de vrouwen zich niet meer hoofdzakelijk bewegen van de

geïsoleerde woning naar den geïsoleerden winkel en terug, in een

wereld die uit elkander gerukt en in tweespalt gebracht wordt door de

zelfzuchtige voortbrenging van het eene geslacht en het zelfzuchtig

verbruik van het andere; dan zullen wij leven in een wereld van mannen

en vrouwen, die even goed menschelijk als geslachtelijk vereenigd

zijn, en die tezamen voor het algemeen welzijn werken, wat hun ware

bestemming is. De woning zal dan niet langer een economische éénheid

zijn, waar de vervelende huishoudelijke werkzaamheden heel gemeen gauw

aan toegevoegd zijn, maar zij zal een vredige uitdrukking zijn van

persoonlijk leven, wanneer dat zich uit de maatschappelijke omgeving

terugtrekt; en voor aanraking met de maatschappij zal gezorgd worden

door de vele plaatsen van samenkomst, die door de organisatie der

huiselijke werkzaamheden noodig geworden zijn.

De vereenigings-kamer is inderdaad een even groote behoefte voor

het menschelijk leven als de afzonderingskamer,--geen balzaal of

theater, waar men voor een bepaald doel moet uitgenoodigd worden,

maar groote gemeenschappelijke leesmusea en conversatie-kamers,

bad-inrichtingen en gymnastiek-zalen, werk- en speelkamers, waarin

beide geslachten op dezelfde wijze en voor hetzelfde doel toegang

hebben, en waar zij vrij kunnen bijeen komen om uiting te geven

aan algemeen menschelijke gevoelens. De soort gebouwen, door de

organisatie der huiselijke werkzaamheden ontstaan, zullen ook voor

deze plaatsen moeten zorgen. Zij zullen afzonderlijke kamers voor

individuen en afzonderlijke woningen voor gezinnen moeten bevatten,

doch de gemeenschappelijke zaal, de kamer voor allen, mag er evenmin

ontbreken. Zij behooren een plaats voor de kinderen te hebben,

ontworpen en bedoeld als prettige speelplaats van veel kinderen

voor veel jaren, een woning zooals kinderen tot nu toe nooit gehad

hebben. Eveneens moeten er gezelschapskamers voor jonge en oude

menschen zijn, waarin men even natuurlijk bijeenkomt alsof men in

zijn eigen kamer gaat, zonder moeite, navraag of aanmerking.

Zulk een inrichting zou een vrije vereeniging, op gemeenschappelijk

belang gebaseerd, onder ons mogelijk maken, en door de natuurlijke

en gemakkelijke samenvloeiing zouden wij veel hooger eigenschappen

ontwikkelen, dan nu met de inspanning om in onze tegenwoordige kringen

elkander zonder bepaald doel te bezoeken, mogelijk is. Het zou voor

de vrouwen veel gemakkelijker worden den rechten man te kiezen. Zij

zouden de mannen in hun dagelijksche werkzaamheden en ontspanning

kunnen gadeslaan en leeren kennen, waartoe zij nu ten eenenmale

de gelegenheid missen. De koopkracht van den man, welke hem nu den

gemakkelijksten weg verschaft om aan zijn geslachts-lust te voldoen,

zou dan hierop zonder invloed zijn. De vrouw, ontwikkeld door een vrij

en nuttig leven, helder van hoofd en open van oog,--een vrouw nog,

maar een zelfstandig wezen tevens,--die als meisje opgevoed werd tot

economische onafhankelijkheid en vrij mocht omgaan met jonge mannen

in gemeenschappelijk spel en werk, zal geleerd hebben edele mannen

naar waarde te schatten.

De jonge man, wetende dat hij zijne tekortkomingen niet langer met een

gekleede jas kan bedekken en dat hij niet meer alles mag doen eenvoudig

op boete van er voor te betalen, die eigenlijk ook niet veel kwaad

meer kan doen, omdat de vroegere gelegenheid en aansporing ontbreken,

zal, voortdurend bijgestaan en bezield door den vriendschappelijken

omgang met eerlijke en ernstige vrouwen, met al de kracht die de

natuur hem biedt zich kunnen verheffen, in plaats van, zooals nu,

steeds met geweld naar omlaag gerukt worden.

Wanneer de druk van ons over-ontwikkeld geslachts-instinkt uit de

wereld verwijderd is, kan en zal de man, rein en sterk geboren

uit edelhartige, edeldenkende en edelgebouwde moeders, groot

gebracht met de uitgebreide kennis van de nieuwe opvatting van het

moederschap, en dagelijks in vrijen omgang levende met de beste

vrouwen, een geheel nieuw karakter aannemen. Wat dit het ras aan

macht en vrede en geluk zal aanbrengen kan niemand voorspellen. Maar

dit zien wij nu reeds:--dat wij bezig zijn aan onze eens zoo nuttige

sexueel-economische verhouding te ontgroeien; dat deze verhouding thans

vele slechte gevolgen heeft en dat hare verwisseling met economische

vrijheid der vrouw nieuwe krachten in de wereld zal brengen, die

door hare natuurlijke werking de deugden, waarnaar wij reeds zoo lang

gestreefd en verlangd hebben, in ons ontwikkelen zullen.

Deze verandering wordt niet voorspeld en wij kunnen er ook niet voor

pleiten. Zij is reeds in wording en met bewonderenswaardige snelheid

wint zij elk jaar meer en meer veld. Vrouwen noch mannen wenschen de

verandering. Vrouwen noch mannen hebben haar gezocht. Maar dezelfde

groote kracht van sociale evolutie, welke ons in de oude verhouding

bracht,--tot groot verdriet en ellende,--is bezig ons er uit te

brengen, eveneens met droefheid en smart. De tijd is daar, waarin het

voor de wereld beter is dat vrouwen economisch onafhankelijk zijn en

daarom beginnen zij het te worden.

Onderwijl loont het de moeite, den toestand ten volle en eerlijk

onder de oogen te zien, opdat wij weten wat met ons gebeurt en opdat

wij de gelukkigste verandering in menschelijke omstandigheden, die

ooit door de wereld aanschouwd werd, met vreugde kunnen begroeten. De

helft der menschheid uit een gekunstelde positie te bevrijden; sterke

natuurkrachten uit haar gespannen en pijnlijken toestand te verlossen

en ze vrij te maken om ongehinderd te kunnen werken, wat ook haar

bestemming was; toestanden in het leven te roepen, die de menschheid

innerlijk zal veranderen door een beter moederschap en vaderschap,

een beter jeugd en zuigelingsperiode, beter voedsel, beter woningen,

beter maatschappelijken omgang,--beteekent: verbetering der menschheid

langs natuurlijke banen. Zij zal daarom grooten vooruitgang van het ras

en wel met groote snelheid ten gevolge hebben, omdat deze verandering

niet behoeft te wachten tot er nieuwe krachten geschapen worden,

maar omdat zij eenvoudig krachten vrijmaakt, die reeds machtig en

sterk zijn, en de menschheid dus kan opvliegen als een losgelaten

springveer. En het gebeurt reeds. Alles wat wij nog te doen hebben

is te begrijpen en te helpen.

De economische toestand der vrouw Een studie over de economische verhouding tusschen mannen en vrouwen als een factor in de sociale evolutie · 第 14 / 16 题