De verandering in opvatting en uitdrukking van ons huiselijk
leven, zoo snel en krachtig rondom ons plaats grijpend, sluit
vele ver-reikende gevolgen in, die alle bevorderlijk zijn aan den
menschelijken vooruitgang. Niet de minste van deze is de verbetering
in de samenstelling van het maatschappelijk verkeer.
Deze behoefte der beschaving was in vroeger tijd onbekend, toen
familie-omgang voldoende was voor allen en toen elke verdere
aanraking tusschen individuen oorlog beteekende. Handel en het
daaruit voortvloeiend reizen voor zaken, de specialisatie van arbeid
en de verspreiding van zijn producten, en alle verdere ontwikkeling,
hebben een ruimer en vrijer en herhaaldelijker omgang ten gevolge
gehad van de tallooze individuen, wier onderlinge handelingen de
maatschappij vormen. Slechts kort geleden en nog maar gedeeltelijk,
hebben de vrouwen als individuen aan dit onderling maatschappelijk
verkeer deelgenomen, en toch maakt dit de wezenlijke voorwaarde uit
voor ware beschaving. Het maatschappelijk verkeer bestaat niet voor
ons genoegen, maar als een noodzakelijkheid voor den mensch.
Voor vrouwen als individuen is het een steeds grooter wordende eisch
om mannen en andere vrouwen als individuen te ontmoeten, zonder
juist in familiebetrekking tot hen te staan. Als een sociale behoefte
moet er noodzakelijk eenige vorm aan gegeven worden; maar de juiste
ontwikkeling er van wordt thans nog sterk belemmerd door de haar
aanklevende vormen van huiselijke en maatschappelijke gewoonten, die
hun ontstaan danken aan de sexueel-economische verhouding. De eisch
van een vrijer en ruimer maatschappelijken omgang tusschen de beide
seksen berust hoofdzakelijk op een wederzijds gevoelde behoefte;
doch in het hedendaagsche leven is dit een veel reiner gevoelde en
hooger opgevatte aandoening geworden dan zij aanvankelijk was, toen nog
slechts één behoefte en één wijze om daaraan te voldoen bestond. Thans
eischt deze behoefte dringend een betere regeling van onze levenswijze.
In sociale evolutie, evenals in andere evolutiën, ontgroeien wij
slechts langzaam aan den uiterlijken vorm passend voor de vroegere
behoeften; en de overgangsperiode, zoolang de nieuwe functiën tastend
rondzoeken door de oude organen en die eerst langzamerhand tot
een werktuigelijke uiting kunnen dwingen, is steeds onvermijdelijk
pijnlijk. Voor zoover onze ontwikkeling thans gevorderd is,--nog
steunende op een diep gewortelde overtuiging dat de wereld alleen uit
gezinnen is samengesteld en de regeling der zaken noodzakelijk het
belang dezer gezinnen moet bevorderen,--hebben wij er nauwgezet naar
gestreefd het familie-belang te bevorderen en het familie-leven te
veraangenamen en zijn daarbij onbewust of onwillekeurig gedwongen
geworden, voor individuen slechts voorbijgaande maatregelen te
nemen. Wat niet strekte tot bevordering van het familieleven, maar
wel om te gemoet te komen aan de behoeften van individuen, op dat
tijdstip in geen familie-verhouding levende, werd steeds in beginsel
krachtig bestreden, ofschoon men gedwongen werd in de praktijk er
aan toe te geven.
Nog heden worden er ernstige en humoristische artikelen geschreven, met
het doel te protesteeren tegen de toenemend weelderige en gemakkelijke
inrichting der gehuurde vertrekken voor ongehuwde mannen, even als men
te velde trekt tegen de financieele onafhankelijkheid der vrouwen,
op grond dat deze omstandigheden het huwelijk en het familieleven
tegengaan. De meeste mannen doorleven tegenwoordig een tijdruimte
van misschien tien jaren, dat zij op zich zelf staande menschen zijn;
zaken roepen hen uit het ouderlijk huis en veroorloven hun voorloopig
niet een nieuw gezin voor zich zelf op te bouwen. Ook vrouwen treden
elk jaar meer en meer een gelijke individueele levensperiode in. En
er is een zeker vast percentage van individuen, "oneven nummers"
en "gebroken stellen", die in het familieleven overschieten of
achtergebleven zijn; en ook dezen moeten leven.
Het familiehotel, het pension, de club, de gehuurde kamer en het
restaurant zijn tegenwoordig de toevlucht voor deze groote en steeds
grooter wordende klasse. Het zijn menschen, die voor zekeren tijd
ergens willen wonen, soms voor jaren, doch die niet gehuwd zijn of
op andere wijze een gezin bezitten. Omdat huiselijk leven in onzen
geest onafscheidelijk verbonden is met huwelijksleven, een woning
verondersteld wordt een gezin te bevatten en een gezin een hoofd
te hebben, zijn zulke alleenstaande personen niet bij machte eenig
huiselijk leven te leiden en worden daarom verplicht het ongerief, de
schade, de duurte, de dikwijls onhygienische en somtijds onzedelijke
invloeden van onze plaatsvervangende hulpmiddelen te verdragen.
Het menschelijk ras eischt thans dat er voorzien wordt in de behoeften
van individuen, afgescheiden van hun geslachts-verhouding. Wij dwalen
wanneer wij meenen dat alleen gehuwde menschen en hunne onmiddellijke
verwanten eenig recht hebben om in comfort en in een gezonde omgeving
te leven. Ieder mensch heeft behoefte aan een woning,--ongehuwde,
echtgenoot, weduwnaar, meisje, vrouw, weduwe, jong en oud. Zij hebben
er behoefte aan van de wieg tot het graf, zonder dat dit iets met
hunne geslachts-verbintenissen te maken heeft. Wij moesten de woning
en het comfort der menschheid zoodanig inrichten en opbouwen dat het
huwelijk er niet door benadeeld wordt, doch dat zij ook niet van het
huwelijk afhankelijk waren. Door de werkzaamheden van het huiselijk
leven beroepsmatig te doen uitoefenen, met kamers en suites van kamers
en huizen voor een of meer personen verkrijgbaar, zouden wij ongehuwd
kunnen leven, zonder iets van het aangename van een eigen woning of
van de gewone gezelligheid op te offeren; wij zouden onze familie
kunnen verliezen, zonder daarom beroofd te worden van de genoegens
van het huiselijk leven; wij zouden kunnen huwen in vrijheid en geluk,
zonder eenige verandering te brengen in de economische basis van een
der betreffende partijen.
Gehuwde lieden zullen wel altijd aan een gezamenlijke woning de
voorkeur geven en die kunnen zij hebben; maar groepen van vrouwen
of groepen van mannen zouden ook een gezamenlijke woning of
aangrenzende kamers kunnen hebben, indien zij dat wenschten. Doch
zelfs alleenstaande personen zouden een woning voor zich zelf kunnen
hebben, zonder dat zij daarom ook de drukte van een huishouding op
hun schouders behoeven te laden.
Indien men de keukens uit de woningen neemt, houdt men kamers over
voor elken regelingsvorm geschikt; men kan die kamers bewonen zonder
dat dit beteekent "huishouding" doen. Het persoonlijk karakter en de
smaak zouden met zoo'n levenswijze tot bloei kunnen komen als nooit te
voren; de woning van elk individu zou ten slotte de persoonlijkheid
van den bewoner uitdrukken, en de vereeniging van twee personen
tot een huwelijk zou niet noodzakelijk het dooreen gooien van de
geheele uiterlijke inrichting van hun leven ten gevolge hebben,--een
zaak waarbij steeds veel van de teederheid en frischheid der liefde
verloren gaat. Het gevoel van levenslange vrijheid en van vrede in
en duurzaamheid van iemands eigen woning zal er veel toe bijdragen
de persoonlijke levensverhoudingen te louteren en te verheffen,
maar nog meer de maatschappelijke verhoudingen te versterken en uit
te breiden. Het individu zal leeren zich zelf een samenstellend deel
van het maatschappelijk gebouw te voelen, in nauw, rechtstreeksch en
bestendig verband staande met de behoeften en eischen der maatschappij.
Dit is voor vrouwen bijzonder noodig, omdat men haar meestal alleen
beschouwt, en zij zelf doen het ook, als deelen van gezinnen, niet in
staat om op zich zelf gelukkig te leven. De overtuiging, dat zij voor
haar geheele leven rust en vrede kunnen vinden, zelfs zonder dat zij
trouwen,--en dat zij die ook kunnen vinden indien zij trouwen,--zal een
kalmte en kracht in haar ontwikkelen, die haar zelf en de wereld zeer
ten goede zal komen. Het is een schitterend bewijs hoezeer de bestaande
huwelijksvorm het karakter prikkelt en den mensch onvoldaan laat,
dat de vrouwen door de behoefte aan voedsel en kleederen en de mannen
door de behoefte aan keukenmeiden en huishoudsters er toe gedwongen
moeten worden. Wij zijn bespottelijk bang, dat mannen en vrouwen,
indien zij hun levensbehoeften op andere wijze dan door het huwelijk
kunnen verkrijgen, voor de huwelijks-verhouding hartelijk zullen
bedanken. En dan bezingen wij nog bewonderend de macht der liefde!
Wij mogen waarlijk hopen, dat het meest te waardeeren gevolg van de
verandering in den grondslag van het leven, liefde en huwelijk zal
reinigen van dit lage bijvoegsel van financieel belang en persoonlijk
gemak; en dat mannen en vrouwen, eeuwig tot elkaar aangetrokken door de
sterkste kracht in de natuur, ten laatste in staat zullen zijn elkander
op het gebied van zuivere en volmaakte liefde te ontmoeten. Wij maken
onze eigen idealen, ons diepste instinkt, onze hoogste overtuiging
te schande door deze grove verdenking, dat het edelste ras op aarde
niet zou willen paren, of ten minste niet monogaam zou willen paren,
tenzij het gekocht en gelokt wordt door de gewone dierlijke behoefte
aan voedsel en dekking, en geketend wordt door gewoonte en wet.
De innigheid, de reinheid, de bestendigheid der huwelijksverhouding
berusten op de noodzakelijkheid dat beide ouders voor de kinderen
langdurig zorg moeten dragen,--een gevolg van de ontwikkeling van het
ras, waaraan wij nooit kunnen ontsnappen. Wanneer ouders zich minder
zullen uitsloven om voedsel te verkrijgen en het te koken, om meubelen
te verkrijgen en ze schoon te houden, dan zullen zij misschien meer
tijd vinden om nieuwe gedachten en nieuwe inspanning aan de verzorging
hunner kinderen te wijden. Het kind heeft hooger behoeften dan aan
een boterham en een bed; dit zijn alleen ras-behoeften die het met
zijn geheele soort gemeen heeft. Het heeft veel meer behoefte--en aan
deze wordt minder voldaan--aan het gezelschap van, en de vereeniging,
de persoonlijke aanraking met zijn vader en zijne moeder. Wanneer vele
van de tegenwoordige werkzaamheden uit het huis verwijderd zijn, dan
zullen wij den tijd vinden en misschien ook den lust om werkelijk met
onze kinderen kennis te maken. Het zal ons dan toeschijnen dat zij niet
zoo zeer schepselen zijn die bewaakt, als wel menschjes die begrepen
willen worden. Even als door de burgerlijke en militaire bescherming
der maatschappij reeds sedert lang de tand-en-klauw-verdediging van
wreede ouders werd afgeschaft, zonder dat daardoor de familieband in
gevaar gebracht werd, zoo zullen ook de economische veranderingen in
de maatschappij, die aan het tehuis brengen van voedsel door de ouders
een einde zullen maken, geen slechte gevolgen voor de liefde en achting
in het gezin medebrengen. Deze primitieve behoeften en de primitieve
wijze om er aan te gemoet te komen, hielden de familie-verhouding
ongetwijfeld op een zeer laag standpunt; maar zij liggen reeds
gedeeltelijk achter ons en de band tusschen ouders en kinderen werd
door de verandering niet verzwakt, maar integendeel versterkt.
Hoe meer wij aan deze lage toestanden ontgroeien, des te volkomener
zullen wij de dieper en hooger verhoudingsvormen kunnen verwezenlijken,
welke de kracht en den lust van het menschelijk leven uitmaken. Goed
en voortdurend voor de veraangenaming van het individueele leven te
zorgen, zal niet de kracht vernietigen waardoor mannen en vrouwen zich
tot elkander voelen aangetrokken, of die de kinderen aan de ouders
bindt; doch het zal deze verhoudingen reiner en sterker maken en tot
een hoogte opvoeren, welke wij eenigszins kunnen afleiden uit het
resultaat, door zulke veranderingen in sommige gezinnen reeds tot
stand gebracht. Door de individuen, oud en jong, van den dwang te
bevrijden om deel van een gezin uit te maken en hun te veroorloven
vrij in de maatschappij te leven, werken wij bovendien krachtig mede
aan de ontwikkeling van het ware maatschappelijk verkeer.
De tegenwoordige economische grondslag van het familieleven
houdt onzen vriendschappelijken en gemeenzamen omgang binnen enge
grenzen. Het is thans alleen mogelijk met families om te gaan en
families te bezoeken in plaats van om te gaan met individuen; en het
toenemend persoonlijk verschil der individuen maakt het hoe langer hoe
onmogelijker dat alle leden van een zeker gezin den bezoeker behagen
of behagen vinden in hem. Zoolang wij op den tegenwoordigen grondslag
blijven voortleven belemmeren wij den vrijen omgang en brengen de
familieverhouding dikwijls in pijnlijke spanning. De verandering der
economische verhouding in de gezinnen, van de geslachts-basis tot de
maatschappelijke basis, zal een ruimer individueelen omgang mogelijk
maken, zonder dat hiermede een breuk der familiebanden vergezeld
behoeft te gaan.
Men heeft den drang der familieleden, hun toenemenden wensch naar
een algemeener en persoonlijker maatschappelijken omgang enkel
toegeschreven aan dorst naar genoegens, en daarom meenden de moralisten
er krachtig tegen te velde te moeten trekken. Zij beweerden dat de
hoogste vorm van omgang, omgang met eigen familieleden was en dat de
wensch om ruimer en gemakkelijker met anderen te kunnen verkeeren uit
onwaardige gevoelens voortsproot. "Hij is goed voor zijn gezin;" zeggen
wij vol bewondering van den man die s'avonds niets meer verlangt dan
zijn courant en zijn pantoffels; en voor de vrouw, die durft bekennen
dat zij nog ander gezelschap wenscht dan haar man, hebben wij slechts
één naam. Ook voor de kinderen geldt dit. Onophoudelijk spannen wij
ons in "de jongens tehuis te houden", "het tehuis aantrekkelijk te
maken", opdat ons oud ideaal, het patriarchaal ideaal, een wereld
van gezinnen en niets anders, gehandhaafd blijft.
Maar wij leven in een wereld van personen zoowel als van gezinnen. Wij
zijn personen zoodra wij geboren zijn, ofschoon geboren in
gezinnen. Wij zijn personen zoodra wij de gezinnen verlaten hebben en
nog personen, zelfs wanneer wij een nieuw, ons eigen gezin, gevormd
hebben. Als personen hebben wij in elke generatie meer, behoefte
ons met andere personen te vereenigen. Het is zeer interessant
op te merken hoe deze behoefte zich steeds deed gevoelen en zich
zelf, door reine en onreine middelen, in de voorafgaande duistere
eeuwen heeft trachten te helpen. Door onze onzinnige overdrijving
van de geslachtsverhouding hebben wij ruwweg voorondersteld, dat
de wensch naar vrijer menschelijken omgang beteekende een vrijer
geslachts-verhouding en daarom moest tegengegaan worden; evenals men
het in Spanje voor zeer onverstandig hield vrouwen te leeren schrijven,
omdat zij dan gemakkelijker met hun minnaars konden omgaan en zoodoende
de grondslagen der maatschappij aan het wankelen zouden kunnen brengen.
Zoodra echter onze geslachts-verhouding door de economische
onafhankelijkheid der vrouwen gezuiverd en geregeld is, zoodra
geslachts-aantrekking niet langer een verterende koorts is, die onze
maatschappij voortdurend in beroering brengt, zullen wij niet meer
tevreden neerzitten bij een half dozijn bloedverwanten, als onzen
eenigen maatschappelijken cirkel. Wij zullen elkander dan meer, niet
minder, noodig hebben en wij zullen de behoefte aan maatschappelijk
verkeer erkennen en beschouwen als het hoogste recht van hen, die
het hoogste ras op aarde zijn.
De kracht, waardoor vrienden zich tot elkander voelen aangetrokken is
een hoogere dan die welke de seksen tot elkander brengt,--hooger in
dien zin, dat zij bij een latere ras-ontwikkeling past. "De liefde
van vrouwen overtreffend", is geen onbeteekenende phrase. Kinderen
hebben elkanders omgang noodig, zoo ook jonge menschen. Menschen van
middelbaren leeftijd hebben elkanders omgang noodig, oude menschen
eveneens. Wij hebben elkander allen noodig, veel en dikwijls. Even
als ieder mensch behoefte heeft aan een plaats waar hij alleen kan
zijn, zoo hebben alle menschen eveneens behoefte aan een plaats
van samenzijn; van de twee die elkaar ongestoord hun innigste
gewaarwordingen willen toevertrouwen, tot het grootst aantal dat zich
in harmonie kan verzamelen en bewegen.
Menschheid beteekent samenzijn, terwijl onze levenswijze, waaraan
wij ontegenzeggelijk ontgroeid zijn, ons apart houdt. Hoe vele
menschen, indien zij het feit onder de oogen durven zien, hebben
niet dikwijls hopeloos verlangd om hunne vrienden op betere wijze te
kunnen ontmoeten, hun eigen ware vrienden, verwanten door den geest,
indien niet door het lichaam.
Doch wij, levende in de verhitte atmospheer van onzen overseksten
geest, hebben de menschen steeds als een ras van beesten
uitgeschilderd, wier eenige wensch tot samenzijn gebaseerd is op
den grooten, overwerkten hartstocht, en die alleen van gemengde
nachtelijke zwelgpartijen teruggehouden worden door dat zij aan huis
gebonden zijn. Dit is onwaar! Het is zelfs nu in onzen over-seksten
toestand niet waar. En het zal nog minder waar zijn, wanneer wij
van den kunstmatigen druk der sexueel-economische verhouding verlost
zullen zijn en ons weder natuurlijk kunnen ontwikkelen.
Mannen, vrouwen en kinderen hebben behoefte aan vrijheid om op een
menschelijken grondslag samen te komen, dat wil zeggen, dat zij in
hun dagelijksch leven en door hunne bezigheden bijeenkomen, zonder
bepaald doel, en niet opzettelijk elkander behoeven op te zoeken. Wij
weten allen hoe prettig de kennismaking en de innige vriendschap is die
ontstaat, wanneer menschen op natuurlijke wijze samen worden gebracht,
op de school, aan de universiteit, op een werkplaats, aan boord van
een schip, in den trein, op een gezamenlijk uitstapje, in zaken. De
maatschappelijke behoefte van beide partijen aan een algemeene,
functioneele ontwikkeling van het maatschappelijk verkeer is een
uitgemaakte zaak en gemeenschappelijke functioneele werkzaamheden
bieden daarvoor op natuurlijke wijze de gelegenheid.
De reden waarom vriendschap voor mannen meer beteekent dan voor vrouwen
en waarom de mannen zich veel gemakkelijker en vrijer vereenigen,
ligt in de omstandigheid dat zij zooveel verder in de ras-functiën
ontwikkeld zijn en dat zij samen werken. Het natuurlijk verbond van
gemeenschappelijke inspanning en gemeenschappelijke ontspanning is de
beste bron voor vriendschap. Alleen door een aantal menschen in een
zelfde vertrek bijeen te brengen, om de kubieke ruimte, als het ware,
met hunne lichamen te vullen, daardoor brengt men hunne zielen niet
tot elkander. Onze tegenwoordige vereenigingswijze, in het bijzonder
die der vrouwen, is zeer onvoldoende. Zij kleeden zich en brengen
elkaar een kort bezoek. Dit kort bezoek wordt evenzoo beantwoord. Of
zij zetten veel voedsel gereed en verzoeken veel menschen om het te
komen opeten; of een danspartij, muziek of voordracht is het lokmiddel
voor hun bijeenkomst. Maar zulke menschen ontmoeten elkander niet
werkelijk. Zij doorleven op deze wijze heele leeftijden, zonder ooit
kennis met elkaar gemaakt te hebben. Wij dorsten thans naar een voller
en eerlijker maatschappelijken omgang, maar onze samenleving verschaft
ons thans de middelen nog niet om dien dorst te lesschen.
Mannen hebben onderling in deze behoefte ruimschoots voorzien; maar
tusschen vrouwen onderling of tusschen mannen en vrouwen bestaat nog
geen vrije omgang. Mannen ontmoeten elkaar vrij bij hun werk, terwijl
vrouwen alleen werken. Maar het verschil komt nog sterker uit bij
hun spelen. "Meisjes hebben nooit eenige pret", zeggen de jongens
verwijtend, en zij hebben gelijk. De pret die de meisjes hebben,
moet, evenals haar boterham, langs de geslachts-lijn komen. Mannen
moeten haar het vermaak verschaffen, evenals zij haar al het overige
verschaffen, De mannen hebben de wereld gevuld met spelen en sport,
van de edele worstelperken der Olympische spelen tot de geest en
lichaam versterkende sport van heden; goede, slechte en onbeteekenende
sport. Door alle eeuwen heen hebben de mannen gespeeld en de vrouwen
toegezien, als zij daartoe ten minste uitgenoodigd waren. Zelfs
de prettige bezigheid om mannen te zien spelen was haar ontzegd,
tenzij zij door de deelnemers daarvoor gevraagd werden. De "koningin
van het bal" blijft een muurbloempje, totdat zij door den koning ten
dans gevraagd wordt.
Zelfs thans, nu vele gymnastische spelen voor vrouwen open staan,
nu zij zich kunnen oefenen in tennis en golfspel en al de overige
vermaken, zijn de kansen om te spelen voor beide seksen toch nog niet
gelijk. Een goeden speelmakker te wenschen, is niet hetzelfde als het
gezelschap van de andere sekse te begeeren, en toch hangt de vervulling
van den wensch van een meisje om een goede tegenpartij bij haar spel
te hebben, sterk af van haar macht tot geslachts-aantrekking; dit is
een andere van de vele betreurenswaardige uitingen dier macht. De
wensch om elkander te ontmoeten, wordt door ons uitgelegd als:
"hij" wenscht "haar" te zien, of "zij" wenscht "hem" te zien. De
ontspanning en het pleizier van de menschen is zoo verward met
de geslachts-afhankelijkheid der vrouwen van mannen, dat vrouwen
gedwongen worden naar "hofmakerij" te streven, als zij in waarheid
niets anders wenschen dan zich te amuseeren; en zoolang wij de
vereeniging der geslachten in die richting dringen, houden wij een
heilzamer samenkomen tegen.
Zelfs onze kleine kinderen worden bij hun spel zorgvuldig geoefend
het geslacht te doen uitkomen; en op verschil in gedrag van jongens
en meisjes wordt sterk en aanhoudend aangedrongen, nog voor dat een
van hen aan het bestaan van zulk een verschil denkt. Wanneer meisjes
en jongens samen spelen, worden zij zoo door anderen geplaagd en
moeten zij zooveel aanmerkingen hooren, dat dit alleen reeds elken
gezonden vriendschapsband tegenhoudt en aanleiding geeft tot een
vroegtijdig geslachts-bewustzijn. Jonge mannen en jonge vrouwen
wordt toegestaan meer of minder vrij samen te komen, maar altijd
op een strenge geslachts-basis, want vriendschap tusschen mannen en
vrouwen wordt als iets belachelijks aangemerkt. Iedere gezonde jongen
en ieder meisje neemt dit kwalijk en tracht een vrije, natuurlijke
verhouding te vormen; maar de maatschappelijke druk hiervan is
moeilijk te dragen. Zij mag zooveel "beaux" hebben, als zij omarmen
kan; hij mag aan zooveel meisjes als hij wil "attenties bewijzen",
maar op die wijze alleen mogen zij elkaar ontmoeten.
Het staken van alle vriendschapsbezoeken zoodra een van beide
partijen verloofd is, bewijst den aard van dien band. Wanneer hij
eenmaal een keuze voor een huwelijk gedaan heeft, waarom zou hij dan
nog andere meisjes bezoeken? Wanneer zij eenmaal den man gevonden
heeft die haar wil trouwen, waarom zou zij dan nog met andere mannen
omgaan? Die "bezoeken" en die "omgang" waren alleen maar onderzoekende
voorbereidingen voor een mogelijk huwelijk. En na het huwelijk wordt
verondersteld dat de vrouw geen anderen man dan haar echtgenoot
wenscht te zien en de echtgenoot geen andere vrouw dan de zijne. In
sommige landen keert men deze regeling om, door meer maatschappelijke
vrijheid aan gehuwde lieden toe te staan, maar die gewoonte gaat
vergezeld van een totaal gemis aan vrijheid vóór het huwelijk,
waaruit zoowel in het huwelijksleven als in het maatschappelijk
leven zeer twijfelachtige resultaten verkregen worden. In de hooger
maatschappelijke kringen heeft altijd na het huwelijk meer vrijheid
van socialen omgang tusschen de beide geslachten bestaan; maar in het
algemeen van Amerika gesproken, na de periode van de bezoeken vóór het
huwelijk vinden er zeer weinig natuurlijke en ernstige kennismakingen
tusschen mannen en vrouwen plaats.
Zelfs de vriendschap welke tusschen man en vrouw kan bestaan hebben
vóór het huwelijk, wordt dikwijls in het huwelijk met zijne economische
verwikkelingen spoedig verwoest. Zij hebben dan geen tijd meer om
over vraagstukken te spreken zooals vóór hun huwelijk; zij zijn
te veel bij elkander en stellen te diep belang in de technische en
financieele zaken, hun nieuwe huishouding betreffende. Dit werkt de
ontwikkeling van hooger en reiner verhoudingen tusschen mannen en
vrouwen bestendig tegen en leidt er toe, hen op denzelfden primitieven
voet van geslachts-vereeniging te houden.
Een jong man gaat naar een stad om te leven en te werken. Hij
heeft even goed behoefte aan het gezelschap van vrouwen als
van mannen. Voorheen had hij zijn moeder, zijne zusters en hare
vriendinnen, zijne schoolkameraden. Nu moet hij onze onvrije sociale
toestanden onder de oogen zien. Hij mag twee soorten van vrouwen
bezoeken, degenen die wij "goed" noemen en degenen die wij "slecht"
noemen. (Deze indeeling berust slechts op één zedelijke eigenschap
en dat is een geslachts-eigenschap). Natuurlijk verkiest hij de
goeden. De goeden zijn weder verdeeld in twee soorten, gehuwden en
ongehuwden. Indien hij een gehuwde vrouw dikwijls bezoekt, wordt
er aanmerking op gemaakt; dit vindt hij onpleizierig en laat het
daarom na. Bezoekt hij een ongehuwde vrouw dikwijls, dan wordt er
ook aanmerking op gemaakt; hij wordt dan beschouwd "bedoelingen"
te hebben. De beste middenweg is een aantal ongehuwde vrouwen te
bezoeken en de attenties zoo omzichtig te verdeelen, dat niemand ze
zich persoonlijk kan aantrekken.
Nu treedt hij in de eerste phase van onze sexueel-economische
verhouding: hij kan zelfs geen meisje vrijelijk bezoeken of het
kost hem geld. Het meisje enkel in den familiekring te ontmoeten
kan toch moeilijk verondersteld worden als door een der beide
partijen gewenscht. Men ontmoet niet een half dozijn menschen van
verschillenden leeftijd en van beide seksen zooals men een vriend
alleen ontmoet. Te trachten haar alleen te zien, wordt als een
"bedoeling" beschouwd. "Haar mede uit te nemen", kost geld en hij
betaalt het graag. Maar hij kan dit niet te dikwijls doen, of hij wordt
beschouwd "ernstige bedoelingen" te hebben, en elke stap van de verdere
kennismaking wordt uit een sexueel oogpunt beschouwd en gekritiseerd.
Er bestaat geen natuurlijk, eenvoudig middelpunt van maatschappelijk
verkeer tusschen mannen en vrouwen. De jonge man zal weldra ontdekken
dat zijne bekendheid met vrouwen zeer hoog in zijn zakboekje genoteerd
staat. Het geld dat hij voor het huwelijk zou kunnen bewaren, wordt
nu voor deze verschillende voorbereidingen gebruikt. Wanneer hij
ziet waarvan de vrouwen houden en hoeveel het kost ze te bevredigen,
dan wijkt zijn hoop op een huwelijk al verder en verder naar den
achtergrond. De periode waarin hij als individu moet leven duurt
langer en hij gewent zich aan oppervlakkige kennismaking met veel
vrouwen, hij leert haar van de meest onbeteekenende zijde kennen,
zonder gelegenheid te hebben tot het vormen van een oprecht verbond
en ware vriendschap. Is het dan te verwonderen dat de andere soort
vrouwen, die ook geld kosten, dat is waar, maar die geen voortdurende
verplichting medebrengen, zulk een bestendige factor in ons sociaal
leven zijn geworden? De sexueel-economische verhouding bevordert de
ondeugd op meer dan één wijze.
De economische onafhankelijkheid der vrouw zal al deze omstandigheden
veranderen even natuurlijk en onvermijdelijk als haar afhankelijkheid
ze ingevoerd heeft. Door zich te wijden aan een of anderen tak
van nijverheid zal zij meer persoonlijkheid en minder sexualiteit
ontwikkelen, en hierdoor zal de druk op de geslachts-verhouding
verminderen, zoowel in mannen als in vrouwen. De nieuwe levenswijze
en het nieuwe karakter dat er aan gegeven wordt, zal in ons
maatschappelijk verkeer de vereeniging van menschen ten volle tot
ontwikkeling brengen. Wanneer de eigen woning inderdaad een privaat
leven mogelijk maakt en niet langer de maatschappelijke en industrieele
horizon der vrouw is; wanneer de werkplaatsen overal--het gebied der
vrouw zoowel als van den man,--huiselijk en gezellig worden door haar
invloed; en wanneer mannen en vrouwen zich gezamenlijk vrij bewegen
bij de uitoefening der gemeenschappelijke rasfunctiën,--dan zal de
stroom van het menschelijk leven door nieuwe kanalen gaan.
Dan zullen de vrouwen zich niet meer hoofdzakelijk bewegen van de
geïsoleerde woning naar den geïsoleerden winkel en terug, in een
wereld die uit elkander gerukt en in tweespalt gebracht wordt door de
zelfzuchtige voortbrenging van het eene geslacht en het zelfzuchtig
verbruik van het andere; dan zullen wij leven in een wereld van mannen
en vrouwen, die even goed menschelijk als geslachtelijk vereenigd
zijn, en die tezamen voor het algemeen welzijn werken, wat hun ware
bestemming is. De woning zal dan niet langer een economische éénheid
zijn, waar de vervelende huishoudelijke werkzaamheden heel gemeen gauw
aan toegevoegd zijn, maar zij zal een vredige uitdrukking zijn van
persoonlijk leven, wanneer dat zich uit de maatschappelijke omgeving
terugtrekt; en voor aanraking met de maatschappij zal gezorgd worden
door de vele plaatsen van samenkomst, die door de organisatie der
huiselijke werkzaamheden noodig geworden zijn.
De vereenigings-kamer is inderdaad een even groote behoefte voor
het menschelijk leven als de afzonderingskamer,--geen balzaal of
theater, waar men voor een bepaald doel moet uitgenoodigd worden,
maar groote gemeenschappelijke leesmusea en conversatie-kamers,
bad-inrichtingen en gymnastiek-zalen, werk- en speelkamers, waarin
beide geslachten op dezelfde wijze en voor hetzelfde doel toegang
hebben, en waar zij vrij kunnen bijeen komen om uiting te geven
aan algemeen menschelijke gevoelens. De soort gebouwen, door de
organisatie der huiselijke werkzaamheden ontstaan, zullen ook voor
deze plaatsen moeten zorgen. Zij zullen afzonderlijke kamers voor
individuen en afzonderlijke woningen voor gezinnen moeten bevatten,
doch de gemeenschappelijke zaal, de kamer voor allen, mag er evenmin
ontbreken. Zij behooren een plaats voor de kinderen te hebben,
ontworpen en bedoeld als prettige speelplaats van veel kinderen
voor veel jaren, een woning zooals kinderen tot nu toe nooit gehad
hebben. Eveneens moeten er gezelschapskamers voor jonge en oude
menschen zijn, waarin men even natuurlijk bijeenkomt alsof men in
zijn eigen kamer gaat, zonder moeite, navraag of aanmerking.
Zulk een inrichting zou een vrije vereeniging, op gemeenschappelijk
belang gebaseerd, onder ons mogelijk maken, en door de natuurlijke
en gemakkelijke samenvloeiing zouden wij veel hooger eigenschappen
ontwikkelen, dan nu met de inspanning om in onze tegenwoordige kringen
elkander zonder bepaald doel te bezoeken, mogelijk is. Het zou voor
de vrouwen veel gemakkelijker worden den rechten man te kiezen. Zij
zouden de mannen in hun dagelijksche werkzaamheden en ontspanning
kunnen gadeslaan en leeren kennen, waartoe zij nu ten eenenmale
de gelegenheid missen. De koopkracht van den man, welke hem nu den
gemakkelijksten weg verschaft om aan zijn geslachts-lust te voldoen,
zou dan hierop zonder invloed zijn. De vrouw, ontwikkeld door een vrij
en nuttig leven, helder van hoofd en open van oog,--een vrouw nog,
maar een zelfstandig wezen tevens,--die als meisje opgevoed werd tot
economische onafhankelijkheid en vrij mocht omgaan met jonge mannen
in gemeenschappelijk spel en werk, zal geleerd hebben edele mannen
naar waarde te schatten.
De jonge man, wetende dat hij zijne tekortkomingen niet langer met een
gekleede jas kan bedekken en dat hij niet meer alles mag doen eenvoudig
op boete van er voor te betalen, die eigenlijk ook niet veel kwaad
meer kan doen, omdat de vroegere gelegenheid en aansporing ontbreken,
zal, voortdurend bijgestaan en bezield door den vriendschappelijken
omgang met eerlijke en ernstige vrouwen, met al de kracht die de
natuur hem biedt zich kunnen verheffen, in plaats van, zooals nu,
steeds met geweld naar omlaag gerukt worden.
Wanneer de druk van ons over-ontwikkeld geslachts-instinkt uit de
wereld verwijderd is, kan en zal de man, rein en sterk geboren
uit edelhartige, edeldenkende en edelgebouwde moeders, groot
gebracht met de uitgebreide kennis van de nieuwe opvatting van het
moederschap, en dagelijks in vrijen omgang levende met de beste
vrouwen, een geheel nieuw karakter aannemen. Wat dit het ras aan
macht en vrede en geluk zal aanbrengen kan niemand voorspellen. Maar
dit zien wij nu reeds:--dat wij bezig zijn aan onze eens zoo nuttige
sexueel-economische verhouding te ontgroeien; dat deze verhouding thans
vele slechte gevolgen heeft en dat hare verwisseling met economische
vrijheid der vrouw nieuwe krachten in de wereld zal brengen, die
door hare natuurlijke werking de deugden, waarnaar wij reeds zoo lang
gestreefd en verlangd hebben, in ons ontwikkelen zullen.
Deze verandering wordt niet voorspeld en wij kunnen er ook niet voor
pleiten. Zij is reeds in wording en met bewonderenswaardige snelheid
wint zij elk jaar meer en meer veld. Vrouwen noch mannen wenschen de
verandering. Vrouwen noch mannen hebben haar gezocht. Maar dezelfde
groote kracht van sociale evolutie, welke ons in de oude verhouding
bracht,--tot groot verdriet en ellende,--is bezig ons er uit te
brengen, eveneens met droefheid en smart. De tijd is daar, waarin het
voor de wereld beter is dat vrouwen economisch onafhankelijk zijn en
daarom beginnen zij het te worden.
Onderwijl loont het de moeite, den toestand ten volle en eerlijk
onder de oogen te zien, opdat wij weten wat met ons gebeurt en opdat
wij de gelukkigste verandering in menschelijke omstandigheden, die
ooit door de wereld aanschouwd werd, met vreugde kunnen begroeten. De
helft der menschheid uit een gekunstelde positie te bevrijden; sterke
natuurkrachten uit haar gespannen en pijnlijken toestand te verlossen
en ze vrij te maken om ongehinderd te kunnen werken, wat ook haar
bestemming was; toestanden in het leven te roepen, die de menschheid
innerlijk zal veranderen door een beter moederschap en vaderschap,
een beter jeugd en zuigelingsperiode, beter voedsel, beter woningen,
beter maatschappelijken omgang,--beteekent: verbetering der menschheid
langs natuurlijke banen. Zij zal daarom grooten vooruitgang van het ras
en wel met groote snelheid ten gevolge hebben, omdat deze verandering
niet behoeft te wachten tot er nieuwe krachten geschapen worden,
maar omdat zij eenvoudig krachten vrijmaakt, die reeds machtig en
sterk zijn, en de menschheid dus kan opvliegen als een losgelaten
springveer. En het gebeurt reeds. Alles wat wij nog te doen hebben
is te begrijpen en te helpen.