Als een natuurlijk gevolg van onze arbeidsverdeeling naar het geslacht,
de vrouw het huis en den man de wereld als arbeidsveld gevende, is
het dwaze begrip gekweekt dat de huiselijke plichten als essentieel
vrouwelijk en ieder ander soort van arbeid als essentieel mannelijk
werk moet aangemerkt worden. Wij hebben stilzwijgend aangenomen
dat de bereiding en toediening van voedsel en het verwijderen
van stof en vuil,--de voedende en uitscheidende processen van het
gezin,--vrouwelijke functiën zijn; doch tevens namen wij aan dat deze
processen in de woning moeten geschieden, dat daarin eigenlijk de
uiterlijke expressie van het gezin gelegen is. Het menschelijk wezen
moet tehuis gevoed, gereinigd, verwarmd, en in 't algemeen verzorgd
worden, wanneer het niet elders werkzaam is.
De voeding van den mensch is een ingewikkelde zaak. De weg van hand
tot tand is lang, zegt een oud spreekwoord. Het voedsel wordt door het
menschenras collectief voortgebracht, niet door individuen voor hun
eigen gebruik, maar door onderling met elkaar in betrekking staande
groepen van individuen, over de geheele wereld, voor het verbruik van
allen. Dit gemeenschappelijk geproduceerd voedsel circuleert door de
wereld, door middel van nauwkeurig werkende inrichtingen van transport,
aflevering en bereiding, vóór dat het de monden der verbruikers
bereikt, en alleen de eindprocessen, keuze en bereiding zijn in
handen der vrouwen. De vrouw is de laatste kooper; in haar handen
rust ook de laatste handeling der menschelijke voeding, het koken;
dit is een soort van buiten het lichaam plaats vindende digestie,
die voor de menschen bleek voordeelig te zijn. Deze laatste afdeeling
der menschelijke voeding heeft men tot een geslachts-functie gemaakt
en wordt verondersteld bij de vrouwen-natuur te passen.
Indien het voor het menschelijk ras voordeelig is dat het voedsel door
een bepaalde sekse wordt gereed gemaakt, dan moet dit voordeel uit
eene betere gezondheid en reinere gewoonten der menschen blijken. Dit
voordeel bestaat evenwel niet. Ondanks onze macht en ervaring bij de
voortbrenging en bereiding van voedsel, blijven wij, wat het eten
betreft, "het ziekste beest der wereld." Ons machteloos geschreeuw
tegen de vervalsching der voedingsmiddelen bewijst dat een deel
van dit euvel in de ten verkoop aangeboden voedingsproducten ligt;
de aandoenlijk groote oplagen der talrijke kookboeken bewijzen dat
een ander deel van dit kwaad in de bereiding dezer producten ligt;
en de nuttelooze vermaningen van doctoren en wijze moeders bewijzen
dat ook een deel aan onzen ziekelijken smaak en eetlust moet worden
toegeschreven. Oogenschijnlijk zou men meenen dat de menschen, na de
eeuwenlange ondervinding, nog niet geleerd hebben hoe goed voedsel
bereid, hoe het gekookt en hoe het gegeten moet worden,--wat helaas
maar al te waar is!
De groote functie der menschelijke voeding werd met de
geslachtsverhouding verward en als een geslachts-functie beschouwd; zij
werd in de hulpelooze handen dier lieve doch onvolmaakte bemiddelaars,
de economisch afhankelijke vrouwen gesteld; en het valt niet moeilijk
aan te toonen dat zulke bemiddelaars werkelijk voor die taak onbekwaam
zijn. In haar positie van huishoudster in eigen gezin is de vrouw de
laatste kooper van het voedsel; en hier vinden wij de oorzaak wan de
ongelooflijk groote vervalsching der voedingsmiddelen.
Elk soort van bedrog en misleiding in den dienst der menschheid
moet toegeschreven worden aan de zucht om te ontvangen zonder te
geven, welke zucht, zooals in vorige hoofdstukken werd aangetoond,
grootendeels een gevolg is van de opleiding der vrouwen tot
onproductieve verbruikers. Maar de bijzondere vorm van bedrog en
misleiding door den een of anderen verkooper in praktijk gebracht,
wordt door het verstand en de macht van den kooper beheerscht. Het is
zeer gemakkelijk, voordeel te trekken uit verdunning en vervalsching
der voedingsmiddelen, omdat de laatste kooper over bijna geen macht
en zeer weinig verstand beschikt. De huisvrouw koopt bij korte
tusschenpoozen en bij kleine hoeveelheden. Men weet zeer goed dat
dit financieel nadeelig is, maar dat ook de kwaliteit der koopwaren
daaronder lijdt, is niet zoo algemeen bekend. Alleen wanneer de
vrouw aan het hoofd van een rijke huishouding staat en in groote
hoeveelheden moet inkoopen voor gezin, bedienden, gasten, krijgt
haar handel genoegzame waarde om op de kwaliteit van de waar invloed
uit te oefenen. Een winkelier met honderd arme vrouwen tot klant,
levert een veel mindere kwaliteit dan hij, die eenzelfde hoeveelheid
aan één persoon verkoopt. Van daar dat het gezin bij den inkoop van
voedsel wezenlijk in een voortdurend ongunstige positie verkeert;
en daarenboven de voornaamste oorzaak is van het lage gehalte der
voedingsmiddelen, waartegen wij met lastige wettelijke bepalingen
moeten strijden.
De meeste huishoudsters zijn onnoozel genoeg hunne onbekendheid met
deze zaken te bewijzen, door te ontkennen dat de voedingsmiddelen van
zoo'n laag gehalte zijn. Laten zulke vrouwen eens de verordeningen
en instellingen van de stad hunner inwoning--en van elke beschaafde
stad--onderzoeken en nagaan hoe het brood, de melk, het vleesch, het
fruit enz. onder aanhoudend wettelijk toezicht staan, met het doel,
den onwetenden, hulpeloozen kooper voor bedrog te beschermen. Indien
de huishoudster van het gezin zooveel technisch verstand bezat dat
zij de gekochte voedingsmiddelen kon keuren, indien zij zich geoefend
had de melk te onderzoeken, de vreemde bestanddeelen in koffie en
specerijen te ontdekken, de hoedanigheid van vleesch te bepalen, de
soort en rijpheid der vruchten en groenten vast te stellen, dan zou
zij ten minste in staat zijn tegen haar leverancier te protesteeren
en voor zoover tijd, afstand en beurs het toelaten, een beteren op
te zoeken. Dit technisch verstand verkrijgt men echter alleen door
bepaalde studie en ondervinding; doch voor dengeen die alleen voor
zich zelf koopt, zou deze kennis slechts moeilijkheid en ellende
medebrengen, omdat hij de macht mist de eischen te stellen, die het
verstand alsdan aangeeft.
Zooals de toestand nu is bezit de vrouw bij het koopen der
voedingsmiddelen alleen haar onwetenschappelijke ondervinding,
opgedaan door oefening op haar hulpeloos gezin en nog wel gedurende
den tijd dat het opgroeiend kroost zoozeer behoefte heeft aan eene
verstandige verzorging, die de moeder slechts in staat is in later
jaren te verschaffen. Deze ondervinding met hare treurige begrenzing en
praktische belemmering door den persoonlijken smaak en de financieele
omstandigheden van het gezin, gaat telkens verloren waar zij gevonden
werd. Ieder moeder verkrijgt langzamerhand een beetje kennis van
haar bezigheden door ze uit te oefenen, ten koste dikwijls van het
leven en de gezondheid van het gezin en door op te merken welke
gevolgen ze op de overlevenden hebben. En elke dochter begint op
nieuw even onwetend als haar moeder was. Men schijnt deze kunst niet
aan anderen te kunnen mededeelen. Het is geen geregelde opleiding,
zooals elk belangrijk werk vereischt, maar een langzaam opzuigen
van ondervinding, waarmede op het beschermen van de gezondheid der
maatschappij geen invloed kan worden uitgeoefend. Als de laatst
handelende tusschenpersoon bij de voeding der menschheid voldoet de
huisvrouw niet; dit is geen gevolg van gebrek aan goeden wil, maar
van haar positie als individueele kooper. Alleen door organisatie
kunnen zulke gebreken, als de in het groot voorkomende vervalsching
der voedingsmiddelen, verholpen worden en de vrouw, als dienstbode,
behoort tot den laagsten graad van ongeorganiseerden arbeid.
Wanneer wij thans den inkoop van voedingsmiddelen laten rusten en de
bereiding van het voedsel nagaan, dan mogen wij natuurlijk verwachten
dat de bestemming van een geheele sekse, voor het vervullen van deze
functie, zeer merkwaardige resultaten oplevert. Die resultaten zijn
merkwaardig, doch niet gunstig zoo als verwacht mocht worden. De
kunst en wetenschap van het koken vereischt een grondige kennis van
de voedingswaarde der voedingsmiddelen en van de physiologische en
hygiënische wetten. Als een wetenschap grenst het aan de preventieve
geneeskunde. Als een kunst is het in staat tot nobele expressie,
binnen zijn natuurlijke perken. Het standpunt dat het tot heden bij
ons inneemt is zoo ver van wetenschap verwijderd en houdt zoo weinig
verband met preventieve geneeskunde, dat het op de laagste sport
van amateurs-handenarbeid staat en een vruchtbare bron voor ziekte
is. Als een kunst heeft het zich, onder den eigenaardigen prikkel
van zijn toestand als geslachts-functie, tot een wellustige overdaad
ontwikkeld, die even valsch als slecht is. Ons onschuldig gezegde:
"de weg tot het hart van den man gaat door zijn maag," verklaart
treurig duidelijk hoe wij aan tafel onze lichamen bederven en onzen
geest verlagen.
Zoolang de eene helft van het menschdom als amateurkok voor de andere
helft werkt, zal het onmogelijk zijn, dat de kennis van dit vak
een hoogen graad van wetenschappelijke nauwkeurigheid of technische
bekwaamheid bereikt. De ontwikkeling van een of ander menschelijk
werk vereischt specialisatie en specialisatie is onmogelijk bij ons
stelsel, waarbij verondersteld wordt dat elke vrouw van nature kok
is. Voor zoo ver de kookkunst is vooruit gegaan, hebben wij dit te
danken aan de studie en ondervinding van de mannelijke beroeps-koks
en scheikundigen en niet door den Sisyphus-arbeid van onze eindelooze
generaties van op zich zelf staande vrouwen, waarvan ieder weder begon,
waar ook haar moeder begonnen was.
Natuurlijk zullen hier weer smartelijke verzuchtingen gehoord
worden over "moeders lekkere schoteltjes", en in antwoord daarop
kunnen wij alleen verwijzen naar onze tweede premisse in het laatste
hoofdstuk. Het feit dat wij van iets houden bewijst nog niet dat dit
juist en goed is. Een kind uit Missouri kan de gekruide beschuiten
van zijn moeder erg lekker vinden, maar dat neemt niet weg dat zij
op zijn geest en lichaam een slechte uitwerking hebben. Kookkunst
berust op wetten, zij is geen onschuldig verbeeldingsspel. Bouwkunst
zou misschien vermakelijker en afwisselender zijn, indien ieder zijn
eigen huis bouwde, maar dan was zij nooit de kunst en wetenschap
geworden, waartoe wij haar nu hebben opgevoerd. Zoolang iedere vrouw
het voedsel bereidt voor haar eigen gezin, zal het koken zich nooit
boven het niveau van amateurs-werk kunnen verheffen.
Maar hoe laag ook de kookkunst als wetenschap moge staan, als kunst
staat zij nog lager. Sedert het voor de echtgenoote-keukenmeid van
het grootste belang is genot te verschaffen,--omdat daarin haar
voornaamste middel schuilt om te verkrijgen wat zij verlangt of om
haar dankbaarheid uit te drukken,--leert zij spoedig het gehemelte
streelen, in plaats van de behoeften der maag nauwkeurig te bestudeeren
en daaraan tegemoet te komen. Door ontelbare geslachten heen, zijn
de volwassen man en het opgroeiend kind het voorwerp geweest van de
aanhoudende inspanningen van haar die kookte met liefde in plaats van
met kennis, die kookte om genot te geven. Dit is een van de breedste
wegen welke naar het verderf voeren. In iedere levensphase is het
verkeerd de gebeurtenis aan het doel te doen voorafgaan, de middelen
te stellen vóór het eind; en hier heeft het dit algemeen bekende
gevolg gehad, dat wij leven om te eten, in plaats van eten om te leven.
Deze houding van de vrouw heeft de overal voorkomende overdaad
ontwikkeld, die wij de "fijne keuken" noemen; een ding zoo ver
verwijderd van ware artistieke ontwikkeling in de kookkunst als een
groote ijskan van een Grieksche vaas. Hierdoor is de ontzettend groote
dwaasheid van het voorname leven ontstaan, waarbij menschelijke arbeid
en tijd en bekwaamheid worden verspild met voort te brengen wat noch
als zuiver voedsel, noch als zuiver genot kan worden aangemerkt, maar
een kunstmatige bereiding is, die alleen door kenners gewaardeerd kan
worden. Men kan zich nauwelijks een lager levenswijze voorstellen,
dan die, welke het gevolg is van den onnatuurlijken wedloop tusschen
kunstmatige opwekking en eetlust, waardoor lichaam en ziel beide
bedorven worden.
De man, het voorwerp van al deze eetkamer-verheerlijking, heeft
hierdoor een aangekweekte belangstelling in eigen smaak en de
bevrediging er van ontwikkeld en onderhouden,--de vraag naar dingen
waarvan hij houdt, meer dan naar die welke goed voor hem zijn,--waarin
een van de meest gevreesde karaktertrekken, aan de psychologen
bekend, gelegen is. De gevolgen van deze aanhoudende streeling van
het gehemelte op den natuurlijken eetlust kunnen ver nagespoord worden
en zij loopen ten slotte uit op een onbeteugeld toegeven aan de trek
naar gekruide spijzen en allerlei soort van onmatigheid. Het humeur,
dat niet bij machte is deze verzoekingen alle te verdragen, wordt
dan tehuis voortdurend bot gevierd.
Even als het concentreeren van de physische krachten der vrouw op haar
geslachts-functiën, daartoe door economische afhankelijkheid gedwongen,
geleid heeft tot het opwekken en onderhouden van een buitensporigen
geslachts-lust bij den man, tot nadeel van het ras; zoo heeft ook de
concentratie van de nijvere krachten der vrouw in den beperkten en
aanhoudenden dienst van persoonlijken smaak en eetlust er toe geleid
een buitensporigen lust in lekker eten en drinken op te wekken en te
onderhouden, wat eveneens nadeelig is voor het ras. Hiermede wordt
niet beweerd dat dit de eenige oorzaak van deze verkeerde gewoonte is,
maar het is een van de belangrijkste en van voortdurenden invloed.
Misschien kan men de uitwerking beter zien door een niet diepgaande
vergelijking dan door een bloote vermelding. Men stelle zich twee
groote, gezonde, vlugge apen voor. Veronderstel dat het mannetje-aap
het vrouwtje-aap niet toestaat rond te springen en haar eigen
kokosnoten te plukken, maar dat hij haar brengt wat zij noodig
heeft. Veronderstel dat hij dan eischt dat zij den dop breekt, de noot
er uitpelt en voor hem gereed maakt wat hij er van wenscht te eten; en
verder dat haar deel van het eten, om niets te zeggen van haar kans om
na afloop een klein, prettig uitstapje in de boomtoppen te mogen maken,
afhangt van zijn tevredenheid met het voedsel dat zij voor hem gereed
maakte. Als zij een verstandige aap is, zal zij met alle listen die
haar ten dienste staan, prikkel en afwisseling zoeken te voegen bij de
maaltijden die zij voor hem bereidt; de stukjes die hij bijzonder graag
lust voor hem uitkiezen om zijn smaak te streelen en zijn eetlust op
te wekken; en hij, onder dezen aangenamen druk zich ontwikkelende, zal
langzamerhand een fijn onderscheidingsvermogen in voedsel verkrijgen
en met toenemend genot naar zijn feestmaaltijden verlangen. Er zou een
nieuwe dwang zijn om hem te doen eten,--niet alleen zijn behoefte aan
voedsel, met de natuurlijke en gezonde eischen, maar haar behoefte aan
alles, wat alleen door zijn behoefte aan voedsel verkregen kan worden.
In een apenfamilie klinkt dit een beetje gek, doch het geeft toch
juist weer wat gebeurde in de menschenfamilie. De wijze waarop de
vrouw haar doel bereikte, was haar man aangenaam te zijn, en de
noodzakelijkheid heeft haar geleerd hoe zij dat doen moest; en daar
zij over het algemeen een onontwikkelde en onbekwame werkster was,
kon zij hem alleen zoeken te behagen door de gaven die zij bezat,
in hoofdzaak die van huiselijke diensten. Haar was tot taak gesteld
het voedsel voor beiden gereed te maken en daarmede haar voordeel te
doen. Zij heeft haar taak goed volbracht, maar of het tot voordeel
strekte van een hunner is twijfelachtig.
Uit een oogpunt van sociale ontwikkeling zijn wij van het grove
schrokken van den wilde, van elk voedsel wat hij kon bemachtigen,
gekomen tot een nauwkeurig uitkiezen van geschikt voedsel en een
beschaafder en beter vorm om het te gebruiken. Deze maatschappelijke
vooruitgang wordt door onze sexueel-economische verhouding belemmerd;
doordat de bereiding van voedsel tot een geslachts-functie is gemaakt,
worden al de producten er van vermengd met den gloed van persoonlijke
liefde en den drukkenden last van eigenbelang. Op die wijze wordt niet
alleen de echtgenoot, maar worden tot op zekere hoogte ook de kinderen
gevoed, want waar moederlijke liefde en moederlijke energie gedwongen
worden zich hoofdzakelijk te uiten in de bereiding van voedsel,
daar wordt de wensch om het kind doelmatig te voeden, vermengd met
een onverstandige begeerte om het kind genot te verschaffen, en de
moeder verlaagt haar hoog standpunt, door steeds den onontwikkelden
smaak te streelen in plaats van dien te veredelen.
Wij meenen in den regel dat wij ons eten en drinken verhoogd en
veredeld hebben door het met liefde te verbinden. Integendeel, wij
hebben onze liefde verlaagd en doen ontaarden door haar met eten en
drinken te verbinden, en wat meer zegt, wij hebben daardoor ook deze
behoeften verlaagd. Maatschappelijk is er eenige vooruitgang gekomen,
maar deze ongelukkige vermenging van geslachts-belang en eigen-belang
met normalen eetlust, deze Cupido-in-de-keuken regeling, heeft den
vooruitgang sterk tegengehouden.
Wij hebben veel geleerd door beroeps-koks. Handel en fabrieken hebben
onze benoodigdheden sterk vermeerderd. Wetenschap heeft ons geleerd
wat wij noodig hebben en hoe en wanneer wij het gebruiken moeten. Maar
in het met liefde vermengde werk van vrouw en moeder worden deze
verbeteringen slechts weinig gevoeld. Indien het meisje naar de
kookschool gaat, dan geschiedt dat meer om te leeren hoe lekkernijen
bereid moeten worden welke genot verschaffen, dan om de voedingswaarde
van het voedsel te bestudeeren en daardoor de gezondheid van het
huisgezin te bevorderen. Uit de steeds grooter wordende magazijnen,
door de bedrijvigheid der mannen voor haar geopend, kiest zij in
ruime mate, om een afwisselend menu te maken dat den eetlust opwekt,
zonder eenigszins op de hoogte te zijn welke combinatiën gemaakt moeten
worden om onze lichamelijke behoeften het best te dienen. Wetenschap,
scheikunde, gezondheidsleer zijn voor haar slechts namen. "Jan houdt
daar zoo veel van"; "Willem lust het niet anders"; "vader kon nooit
kool verdragen." Zij moet bedenken wat haar man het liefst lust, niet
zoozeer omdat zij het prettig vindt hem een genoegen te verschaffen
of omdat zij er voordeel bij heeft als zij hem een genoegen doet,
maar omdat hij betaalt voor het eten en zij zijn dienstbode is.
Wordt het niet tijd dat de weg naar het hart van den man door zijn
maag wordt verlaten voor een idealer toegang? Laat de maag voor haar
natuurlijk werk bestemd blijven, niet tot doortocht voor ongewone
hartstochten en doeleinden gemaakt worden; en laat ons tot het hart
doordringen langs idealer wegen. Wij hebben behoefte aan een nieuwe
afbeelding van onzen overwerkten blinden god,--dik, vet, volgepropt
met lekkernijen door de arme aanbidsters, zoolang gedwongen haar
toewijding te betalen met zulke lage middelen.
Neen, het menschelijk ras wordt slecht gevoed door het voedingsproces
tot een geslachts-functie te maken. De keuze en bereiding van voedsel
moest in de handen van geoefende deskundigen rusten. De vrouw moest
naast den man staan als de verwante van zijn geest, niet als de
dienares van zijn lichaam.
Dit zal groote veranderingen in onze levenswijze vereischen. De wereld
door het werk van deskundigen te voeden; aan deze groote functie de
bekwaamheid en ondervinding van geoefende specialiteiten, de macht
der wetenschap en de schoonheid der kunst ten goede te doen komen,
is met de sexueel-economische verhouding onmogelijk. Zoolang wij het
koken als een aan alle vrouwen eigen geslachts-functie beschouwen,
en het eten als een zaak die alleen in het gezin goed kan geschieden,
kunnen wij niet verder komen. Wij besteden tegenwoordig veel ernstige
studie en inspannenden arbeid om de vrouwen in de kunst van koken te
onderwijzen en te oefenen, zoowel de echtgenoote als de meid; want met
onze gewone opvatting, dat het willekeurig gedrag van het individu
de oorzaak der omstandigheden is, zoeken wij de omstandigheden te
wijzigen door het gedrag van het individu te veranderen.
Wij moeten evenwel inzien dat het gedrag niet kan veranderen,
zoolang de omstandigheden dezelfde blijven. Ieder ambt of beroep,
waarvan de ontwikkeling afhankelijk zou zijn van het werk van op
zich zelf staande personen, alleen geholpen door gehuurde bedienden,
onwetender nog dan zij zelf, zou op een gelijk laag niveau blijven.
Voor zoover gezondheid kan bevorderd worden door openbare middelen,
wordt zij door gezondheids-reglementen en medisch toezicht,
door hygiënische literatuur en door beroeps-personen bereide
"gezondheidsmiddelen", door bepaalde wetten voor besmettelijke
ziekten en gevaarlijke beroepen, voortdurend verbeterd; maar door deze
middelen wordt de bevordering der gezondheid, voor zoover die in de
handen der huisvrouw ligt, niet bereikt. Negen-tiende van de vrouwen
die haar eigen huiswerk doen, kunnen niet tot bedreven koopers en
ervaren keukenmeiden worden opgeleid, evenmin als negen-tiende van de
mannen tot bedreven kleermakers kunnen worden gemaakt, zonder beter
oefening of gelegenheid om zich te vormen, dan met het kleeden van
eigen familieleden verkregen wordt. Het overige tiende gedeelte der
vrouwen kan dan het werk doen volgens de primitieve arbeids-methoden.
Het voedsel te laten bereiden door gehuurde bedienden is nog slechter
dan door de echtgenoote en moeder; de kunst om te koken wordt dan met
nog minder oefening en geringer ondervinding uitgevoerd. De dienstboden
zijn meerendeels jonge meisjes, die dezen vorm van dienstbaarheid
verlaten zoodra zij kunnen trouwen; en zoodoende vertrouwen wij de
lichamelijke gezondheid der menschen, voor zoover het koken daarop
influënceert, aan de handen van ongeoefende, onvolwassen vrouwen van
de laagste maatschappelijke klasse, die door geen hooger prikkel
gedreven worden dan van financieele noodzakelijkheid. De liefde
der vrouw en moeder is ten minste een prikkel om haar gezin goed te
willen voeden. Voor de dienstbode bestaat die prikkel niet. Alleen
in die enkele gevallen waarin de vrouw en moeder "een geboren kok"
is en haar gezin begunstigt met de producten van haar buitengewone
gaven, of in de rijke gezinnen, waar de hulp van beroepslieden kan
betaald worden, kan het koken tehuis goede resultaten opleveren.
Er was een tijd dat vorsten en voorname lieden er eigen dichters
op nahielden om hen te prijzen en bezig te houden, maar zoo'n
dichter was nooit werkelijk groot, tenzij hij tevens dichtte voor de
menschheid. Zoo kan ook de kunst van koken nooit haar hooge plaats
als een maatschappelijke functie, die in een menschelijke behoefte
voorziet, innemen, zoolang zij alleen voor eigen behoefte wordt
aangewend. Ons leven en onze woningen zoodanig in te richten dat het
koken een beroep kan worden, is de eenige manier om deze groote kunst
uit hare tegenwoordige begrenzing te bevrijden. Het moet een eervolle,
goed betaalde betrekking worden, waartoe zulke mannen of zulke
vrouwen opgeleid worden, die zich tot dit werk voelen aangetrokken,
even als men meubelmaker of apotheker wordt. Tusschen de koks die
hun werk alleen als handwerk opvatten en de artisten in hun vak zal
er een natuurlijke verscheidenheid komen; en wij zullen een breeden,
nieuwen weg voor winstgevenden arbeid en eervolle werkzaamheid en
een nieuwen grondslag voor menschelijke gezondheid en geluk openen.
Dit sluit geen coöperatie in. Onder coöperatie verstaan wij gewoonlijk
de vereeniging van gezinnen met het doel hunne veronderstelde
functiën beter te kunnen vervullen. Deze zaak faalt in den regel
omdat het beginsel niet deugt. Koken en reinigen zijn geen functiën
van het gezin. Wij bezitten geen familie-mond, geen familie-maag en
geen familie-gezicht dat gewasschen moet worden. Individuen moeten
gevoed en gewasschen worden van hun geboorte tot hun dood, geheel
afgezien van hun familie-verhoudingen. De wees, de ongehuwde man, de
kinderlooze weduwnaar, hebben even veel behoefte aan deze voedende en
reinigende zaken als eenig patriarchale vader. Eten is een individueele
functie. Koken is een maatschappelijke functie. Geen van beide is
in het minst een functie van het gezin. Dat wij het in de vroegere
beschavingsperioden geschikter vonden tehuis te koken, bewijst niets
meer dan hetzelfde feit dat wij het vroeger ook geschikter vonden
tehuis te spinnen en te weven, onze zeep en kaarsen te bereiden,
onze boter te maken, ons vee te slachten, ons brood te bakken en ons
goed te wasschen.
Met de ontwikkeling der maatschappij gaat een specialiseering,
van hare functiën gepaard; en de reden dat deze groote ras-functie,
het koken, in zijn natuurlijken groei zoo lang werd tegengehouden,
ligt hoofdzakelijk aan de economische afhankelijkheid der vrouwen,
die daardoor aan den menschelijken vooruitgang niet deelnamen. Zoodra
de vrouwen economisch vrij zijn, zullen zij de achterlijk gebleven
functiën opheffen en verruimen, zoowel om hunne plichten als vrouwen
en moeders beter te kunnen volbrengen, als om de gezondheid en het
geluk van het menschenras te bevorderen.
Hiervoor wordt geen coöperatie vereischt, maar wel de hulp van
geoefende beroepslieden en zulk een regeling onzer levenswijze,
waardoor wij in staat worden gesteld er van te profiteeren. Wanneer
een groot aantal lieden denzelfden kleermaker of bakker of kruidenier
begunstigen, dan coöpereeren zij nog niet. Evenmin zouden zij
coöpereeren indien zij denzelfden kok begunstigen. De verandering
moet van de zijde van den kok komen en niet van het gezin. Zij moet
door natuurlijke functioneele ontwikkeling in de maatschappij gebracht
worden en zij is reeds in aantocht. De vrouw, inziende dat haar plicht
als voedster en reinigster een maatschappelijke en geen sexueele plicht
is, moet de eischen van den toestand onder de oogen zien en zich zelf
voorbereiden er aan tegemoet te komen. Honderd jaar geleden kon dit
niet gedaan worden. Nu wordt het gedaan, omdat de tijd er rijp voor is.
Indien er tegenwoordig in een of ander groote stad een geriefelijk en
goed ingerichte woning met afzonderlijke vertrekken geopend werd voor
vrouwen die een gezin hebben en een beroep uitoefenen, zou zij op eens
gevuld worden. De kamers moesten zonder keukens zijn; maar er moest een
keuken bij het huis behooren van waar de maaltijden naar verkiezing aan
de gezinnen in hun eigen kamers of in een gemeenschappelijke eetkamer
werden opgedischt. Het zoude een huis moeten zijn dat schoon gehouden
werd door flinke bedienden, die niet door de gezinnen afzonderlijk
gehuurd, maar door den leider der inrichting aangesteld werden, en
een overdekte tuin, kinderkamer en Kindergarten onder goed geoefende
kinderjuffrouwen en onderwijzers zou een doelmatige verzorging der
kinderen moeten verzekeren. Met den dag neemt de behoefte aan zulke
instellingen toe en weldra moet hieraan tegemoet gekomen worden, niet
door een kosthuis, of een inrichting waar alleen huisvesting verleend
wordt, of een hotel, een restaurant of het een of ander maaksel
van eenige van deze instellingen te zamen; maar door eene instelling
waarin voortdurend voorzien wordt in de behoeften van individuen en van
afzonderlijke gezinnen, die de voordeelen van het gemeenschappelijk
samenleven willen genieten. Dit moet op een bedrijfs-basis rusten,
om een deugdelijk bedrijfs-succes te hebben en het zal dit hebben
omdat het in een toenemende sociale behoefte voorziet.
Alleen in New-York City zijn honderd duizenden vrouwen die loontrekkend
zijn en die tevens een gezin hebben, en het getal wordt steeds
grooter. Dit is niet alleen waar voor de armen en ongeletterden,
maar nog veel meer voor de vrouwen die een ambt of beroep uitoefenen,
voor de wetenschappelijke, artistieke en literaire vrouwen. Onze
onderwijzeressen, die een talrijke klasse vormen, zijn niet allen
zonder bloedverwanten. De behoeften van een menschenziel worden niet
voldaan in een kosthuis. Deze vrouwen hebben behoefte aan een tehuis,
maar zij begeeren daarom niet den vervelenden aanhang van rudimentaire
werkzaamheden die verondersteld worden bij een tehuis te behooren. De
moeilijkheden waarmede zulke vrouwen te kampen hebben zijn niet
langer noodzakelijk. Het private leven van een eigen huis kan even
goed in een gebouw, als hierboven beschreven, gehandhaafd worden,
als in een of ander deel van een blok woningen, een of andere kamer,
verdieping of gedeelte er van, onder de tegenwoordige levenswijze. Het
voedsel zou beter zijn en minder kosten; en dit zal ook met andere
werkzaamheden en benoodigdheden het geval zijn.
In de voorsteden zou dit doel veel beter uitgevoerd kunnen worden
door een groep van aangrenzende woningen, elk huisje afzonderlijk met
een eigen erf, maar allen zonder keuken en door een overdekten weg
verbonden met het eet-huis. Geen gedétailleerd plan van den juisten
vorm, hoe ten slotte de inrichting het beste en pleizierigste zal zijn,
kan thans gegeven worden; doch de maatschappij verlangt met steeds
grooter aandrang dat de werkzaamheden die in huis verricht worden,
aan bekwamer handen worden toevertrouwd.
Elk huis zal veel gemakkelijker schoon gehouden kunnen worden, wanneer
de twee voornaamste oorzaken van het vuil worden, vettigheid en asch,
er uit verwijderd zijn.
Natuurlijk kunnen de maaltijden, zoolang men dat wenscht, te huis
worden opgedischt; doch zoodra de menschen gewend raken aan zuivere,
reine woningen, waar geen stoom-werkzaamheden worden uitgevoerd, zullen
zij het langzamerhand verkieselijker vinden naar hun voedsel te gaan,
dan het voedsel bij hen te doen brengen. Het is volmaakt natuurlijk
dat iemand naar zijn voedsel gaat. Achterna beschouwd, is het slechts
een gradueel verschil; huist men in één kamer, waar ook gekookt wordt,
dan heeft men het eten vlak bij; in de groote huizen gaat men om te
eten naar de eetkamer; nog een beetje verder en men gaat niet naar de
eetkamer in zijn eigen, maar in een aangrenzend huis. Gezinnen zouden
gezamenlijk kunnen gaan eten, even als zij te zamen kunnen gaan baden
of te zamen kunnen luisteren naar muziek; doch mocht het gebeuren dat
verschillende individuën op verschillende uren wenschten te eten, dan
zou hieraan te gemoet gekomen kunnen worden, zonder dat het comfort van
anderen of hun eigen, daarbij behoefde opgeofferd te worden. Iedere
huisvrouw weet hoe moeilijk het is de leden van het gezin altijd te
zamen aan de maaltijden te krijgen. Waarom moet dat ook? Hier komt het
gevoel voor den dag en men beweert dat familie-liefde, familie-éénheid,
het ware huiselijk leven, afhankelijk is van het te zamen zijn bij de
maaltijden. Een familie-éénheid te zamen gehouden door een tafellaken,
is van bedenkelijke waarde.
Onze domme wijze van huishouden omvat verscheiden beroepen. Een goede
keukenmeid behoeft niet noodzakelijk een goede huishoudster te zijn,
of een goede huishoudster iemand die nauwkeurig en voorzichtig reinigt,
of iemand die goed reinigt, een die verstandig inkoopt. Onder de vrije
ontwikkeling van deze verschillende vakken zou een vrouw haar positie
kunnen kiezen, zich er voor bekwamen en een zeer gewaardeerde beambte
worden in het door haar zelf gekozen vak. En toch kon zij daarbij in
eigen huis blijven wonen, dat wil zeggen, dat zij in haar huis leeft
zooals een man in het zijne, met zekere uren van den dag aan het werk,
de andere tehuis te besteden.
Verdeeling van het huishoudelijk werk zou den dienst vereischen van
een geringer aantal vrouwen gedurende minder uren daags dan thans het
geval is. Waar nu twintig vrouwen in twintig gezinnen den geheelen dag
werken en hun verschillende plichten zeer onvoldoende vervullen, zou
hetzelfde werk door handen van specialiteiten in minder tijd en door
een geringer aantal personen kunnen geschieden; en daardoor zouden de
anderen vrij worden om werk te doen waarvoor zij beter geschikt zijn en
waarmede zij de voortbrengende kracht in de wereld vergrooten. Met de
pogingen voor dit doel te coöpereeren, werd wel getracht het bestaande
werk van vrouwen te verminderen, maar de behoefte aan andere bezigheden
werd daarbij niet erkend en daarin ligt juist een der oorzaken van
het herhaaldelijk schipbreuk lijden dezer proefnemingen.
Het schijnt bijna onnoodig te zeggen dat vrouwen als economische
voortbrengsters, natuurlijk de beroepen zullen kiezen, die met
het moederschap vereenigbaar zijn en verscheiden beroepen zijn
met het moederschap veel meer in harmonie dan de huishoudelijke
werkzaamheden. Moederschap is geen toevallige gebeurtenis in het
verschiet, maar een algemeene plicht van gezonde vrouwen. Indien
vrouwen beroepen kozen onvereenigbaar met het moederschap, dan zou de
natuur, door haar onveranderlijk proces, hen heel kalm uitroeien. De
moeders die hardnekkig volhielden acrobaten, paardrijdsters of matrozen
te worden, zouden waarschijnlijk geen krachtig en talrijk kroost
voortbrengen. Deden zij dat wel, dan zou dat eenvoudig bewijzen dat
zulk werk haar niet hinderde. Er behoeft geen vrees te bestaan dat
wij uitgeroeid zullen worden, doordat de vrouwen verkeerde beroepen
zouden kiezen, wanneer zij vrij zijn in haar keuze. Vele vrouwen
zouden voortgaan hetzelfde werk te kiezen wat zij nu doen, maar
het op de nieuwe en betere wijze uitvoeren. Zelfs schoonmaken, goed
begrepen en uitgevoerd, is een nuttig en achtenswaardig beroep. Het
is vermakelijk dat eertijds dit minst geliefde werk zoo onschuldig
voor een natuurlijke plicht der vrouw gehouden werd. De vrouw, de
liefelijke en schoone, de beminde echtgenoote en vereerde moeder
werd onder algemeene goedkeuring gehouden voor de aangewezen persoon
om kamers en vaatwerk te reinigen. Haar had men toch in de laatste
plaats moeten aanwijzen voor werk dat als min en verachtelijk staat
aangeschreven. Zij mocht haar dagen slijten te midden van vettigheid,
asch, stof, vuil linnen en roetvuil ijzerwerk. Wanneer wij de
huishoudelijke functiën socialiseeren, dan zullen deze werkzaamheden
wel uit de handen van de vrouw naar die van den man verhuizen. De
stad schoon te maken is het werk der mannen. En zelfs in onze huizen
wordt de schoonmaker van beroep hoe langer hoe meer een man.
De organisatie der huishoudelijke werkzaamheden zal
de reinigingsprocessen vereenvoudigen en centraliseeren, door
toepassing van vele mechanische uitvindingen en door de aanwending van
wetenschappelijke kennis. Onze huizen zullen reiner zijn dan ooit te
voren. Er zal minder werk te doen zijn en beter middelen om het uit
te voeren. De dagelijksche bezigheden van een goed ingericht huis
konden gemakkelijk gedaan worden door elk individu in eigen kamer,
of door iemand die zulk werk wenscht te doen; en het werk dat niet
zoo dikwijls voorkomt kon door een deskundige geschieden, die het eene
huis na het andere schoonmaakt met de vlugge bekwaamheid van oefening
en ondervinding. Onze woning zou dan niet langer een werkplaats en
een museum zijn, maar zou meer de persoonlijke eigenaardigheden
van den bewoner uitdrukken,--de plaats van rust en vrede, van
liefde en afzondering,--dan het in zijn tegenwoordigen toestand van
achtergebleven industrieele ontwikkeling kan zijn. En de vrouw zal
dan haar werkzaamheden met veel beter resultaten kunnen vervullen,
dan zij nu met haar voortdurende moeilijkheden, haar stipte toewijding,
haar aandoenlijke onwetendheid en machteloosheid doet.