Aan Z. Excellentie den heer DAVIGNON, Minister van Buitenlandsche Zaken,
Mijnheer de Minister,
De dag van gisteren en eergisteren zijn voorbij gegaan, in
afwachting van de gebeurtenissen, die op de oorlogsverklaring van
Oostenrijk-Hongarije aan Servië moesten volgen. De meest tegenstrijdige
berichten worden verspreid, zonder dat het mogelijk zou zijn geweest, in
verband met de bedoelingen van de Keizerlijke Russische regeering, het
ware precies van het onware te onderscheiden. _Het staat slechts vast,
dat Duitschland zich hier, evenals in Weenen, moeite gegeven heeft een
middel te vinden, teneinde een algemeen conflict te vermijden._ Dat het
echter aan den eenen kant gestooten is, op de vastbeslotenheid van het
Weensche kabinet, geen stap terug te wijken, en aan den anderen kant op
het wantrouwen van het Petersburgsche kabinet, tegenover de verzekering
van Oostenrijk-Hongarije, dat het slechts aan eene bestraffing en niet
aan eene annexatie van Servië dacht.
De heer SASANOW heeft verklaard, dat het voor Rusland onmogelijk was,
zich niet gereed te houden en niet te mobiliseeren, dat echter deze
voorbereidingen niet tegen Duitschland waren gericht. Hedenmorgen
kondigt een officiëel communiqué aan de couranten aan, dat „de
reservisten in een _bepaald_ aantal gouvernementen onder de wapens
zijn geroepen”. _Wie de terughoudendheid van de Russische officiëele
communiqué's kent, kan gerust aannemen, dat overal gemobiliseerd wordt._
_De Duitsche gezant_ heeft heden morgen verklaard, dat hij aan het
einde is gekomen van zijne, sedert Zaterdag onafgebroken voortgezette,
bemoeiingen om tot een vergelijk te komen en dat hij bijna geen hoop
meer heeft. Zooals mij zooeven wordt medegedeeld, heeft zich ook de
_Engelsche gezant_ in gelijken geest uitgesproken. Engeland hoeft
onlangs een scheidsrechterlijke uitspraak voorgeslagen. De heer SASANOW
antwoordde: „Wij hebben dit Oostenrijk-Hongarije zelf voorgeslagen,
maar het heeft dit voorstel afgewezen”. Op het voorstel van eene
conferentie, heeft Duitschland met het voorstel van een vergelijk
tusschen de kabinetten geantwoord: Men zou zich werkelijk afvragen
of niet de geheele wereld den oorlog wenscht, en slechts probeert de
oorlogsverklaring nog wat uit te stellen, teneinde tijd te winnen.
_Engeland gaf aanvankelijk te verstaan dat het niet in een conflict
betrokken wilde worden. Sir George Buchanan sprak dit openlijk uit._
Heden is men er in St. Petersburg vast van overtuigd, ja men heeft
zelfs _de toezegging, dat Engeland Frankrijk helpen zal. Deze hulp
legt bijzonder veel gewicht in de schaal en heeft er niet weinig toe
bijgedragen om de oorlogspartij de overhand te verschaffen._
De Russische regeering heeft in de laatste dagen aan alle uitingen van
vriendschap voor Servië en vijandschap voor Oostenrijk den _vrijen
loop_ gelaten, en heeft op geenerlei wijze gepoogd die te verstikken.
In den Ministerraad die gisterenmorgen vroeg plaats vond, bleek nog
verschil van meening te bestaan. Het bekendmaken van de mobilisatie
werd verschoven, _maar sedert heeft er eene ommekeer plaats gehad. De
oorlogspartij heeft de overhand gekregen en van morgen vroeg om 4 uur
werd de mobilisatie bekend gemaakt._
Het leger, dat zich sterk voelt, is vol geestdrift en koestert groote
verwachtingen van de buitengewone vorderingen, die sedert den
Japanschen oorlog gemaakt zijn. _De marine_ is van de verwezenlijking
van haar vernieuwings- en reorganisatieplan nog zoover verwijderd, _dat
met haar bijna niet behoeft te worden rekening gehouden_. Dat is juist
de grond, waarom de toezegging van de Engelsche hulp eene zoo groote
beteekenis kreeg.
Zooals ik de eer had U heden te telegrapheeren (T. 10), schijnt iedere
hoop op eene vredelievende oplossing vervlogen te zijn, dat is de
opvatting in diplomatieke kringen.
Voor mijn telegram heb ik den weg over Stockholm, over den kabel van
de Nordiska gebruikt, daar deze zekerder is dan de andere. Dit bericht
vertrouw ik aan een particulieren koerier toe, die het in Duitschland op
de post zal doen.
Wil Mijnheer de Minister, de verzekering ontvangen van mijne grootste
hoogachting,
w. g. B. DE L'ESCAILLE.
Bijlage 29.
#Prins Heinrich aan den Koning van Engeland.#
Telegram van Z.K.H. Prins HEINRICH aan den Koning van Engeland, d.d. 30
Juli 1914.
Ben sedert gisteren hier, heb datgene, wat gij mij zoo vriendelijk l.l.
Zondag in Buckingham Palace gezegd hebt, WILHELM medegedeeld, die je
boodschap dankbaar ontvangen heeft.
WILHELM, _die zeer bezorgd is, doet zijn uiterste best, om aan het
verzoek, van_ NICOLAAS _te voldoen en te werken voor het behoud van den
vrede._ Hij staat voortdurend in telegrafisch verkeer met NICOLAAS, die
heden het bericht bevestigt, dat hij _last gegeven heeft tot militaire
maatregelen, die met eene mobilisatie gelijk staan_, en dat deze
maatregelen, reeds vijf dagen geleden getroffen zijn.
Bovendien ontvangen wij berichten dat _Frankrijk militaire
toebereidselen treft, terwijl wij nog geenerlei maatregelen genomen
hebben_, waartoe wij intusschen ieder oogenblik gedwongen kunnen worden,
als onze buren daarmede doorgaan. Dat zou dan een Europeesche oorlog
beteekenen.
_Als gij werkelijk en oprecht wenscht, dit vreeselijk ongeluk te
voorkomen, mag ik je dan voorstellen, je invloed op Frankrijk en
Rusland aan te wenden, opdat zij neutraal blijven._ Dat zou m. i. van
groot nut zijn. Ik houd dit voor eene onfeilbare, en misschien ook de
eenige mogelijkheid, om den vrede in Europa te redden. Ik wil hieraan
toevoegen, dat thans meer dan ooit Duitschland en Engeland elkaar
behoorden te helpen, om een vreeselijk onheil te voorkomen, dat anders
onafwendbaar schijnt.
Geloof mij, dat WILHELM zoo oprecht mogelijk is in zijne pogingen om
den vrede te bewaren. De militaire toebereidselen van zijn beide buren
zouden hem ten slotte echter kunnen dwingen, voor de veiligheid van zijn
eigen land, dat anders weerloos zou blijven, hun voorbeeld te volgen. Ik
heb WILHELM ingelicht over mijn telegram aan jou en hoop, dat gij mijne
mededeelingen ontvangen zult met de zelfde vriendschappelijke gevoelens,
die ze mij in de pen gegeven hebben.
w. g. HEINRICH.
Bijlage 30.
#De Koning van Engeland aan Prins Heinrich.#
Telegram van den Koning van Engeland aan Prins HEINRICH van Pruisen,
d.d. 30 Juli 1914.
Dank voor je telegram. Zeer verheugd te hooren van WILHELM'S pogingen,
om met NICOLAAS voor het behoud van den vrede samen te werken. Ik
koester den ernstigen wensch, _dat zulk een ongeluk, als een Europeesche
oorlog zijn zou, dat volstrekt niet meer zou zijn goed te maken,
voorkomen moge worden. Mijne regeering doet wat in haar macht is,
om Rusland en Frankrijk te overreden, verdere militaire maatregelen
op te schorten_, voor het geval dat Oostenrijk zich tevreden stelt
met de bezetting van Belgrado en het aangrenzende Servische gebied,
als onderpand voor eene bevredigende regeling van zijn eischen,
terwijl de andere landen dan tegelijkertijd hun oorlogstoebereidselen
staken. Ik vertrouw, dat WILHELM zijn grooten invloed zal gebruiken
om Oostenrijk te bewegen dit voorstel aan te nemen. Daardoor zou hij
bewijzen, dat Duitschland en Engeland samenwerken om te voorkomen wat
eene internationale catastrophe zou zijn. Wees zoo goed WILHELM te
verzekeren, dat ik alles zal doen wat in mijn macht ligt om den vrede in
Europa te bewaren.
w. g. GEORGE.
Bijlage 31.
#Keizer Wilhelm aan Koning George.#
Telegram van Z. M. den Keizer aan den Koning van Engeland, d.d. 31 Juli
1914.
Zeer bedankt voor je vriendelijke mededeeling. Je voorstellen komen
overeen met mijn denkbeelden en met de mededeelingen, die ik hedennacht
uit Weenen ontvangen en naar London doorgezonden heb. Ik heb juist
van den kanselier bericht gekregen, dat hij _zooeven mededeeling
ontvangen heeft, dat NICOLAAS heden de mobilisatie van zijn geheele
leger en vloot heeft bevolen. Hij heeft niet eens den uitslag van de
bemiddeling, waaraan ik werk, afgewacht en mij geheel zonder bericht
gelaten. Ik ga naar Berlijn, teneinde zorg te dragen voor de veiligheid
aan mijn oostelijke grens_, waar reeds sterke Russische afdeelingen zijn
opgesteld.
w. g. WILHELM.
Bijlage 32.
#Keizer Wilhelm aan Koning George.#
Telegram van Z. M. den Keizer aan den Koning van Engeland, d.d. 1
Augustus 1914.
Ik heb zooeven de mededeeling van je regeering gekregen, waarbij zij
de _neutraliteit van Frankrijk onder waarborg van Groot-Brittanië_
aanbiedt. Bij dit aanbod was de vraag gevoegd, of _Duitschland onder
deze omstandigheden ervan zou willen afzien, Frankrijk aan te vallen_.
Om technische redenen moet de mobilisatie naar twee fronten naar het
oosten en naar het westen, waartoe ik hedenmiddag last gegeven heb,
haar beloop hebben, zooals zij voorbereid is. _Tegenbevel kan niet meer
gegeven worden_, omdat je telegram helaas te laat kwam. _Als echter
Frankrijk mij zijne neutraliteit aanbiedt, die door het leger en de
vloot van Engeland gewaarborgd moeten worden, zal ik natuurlijk afzien
van een aanval op Frankrijk_, en mijn troepen elders gebruiken. Ik hoop
dat Frankrijk niet zenuwachtig wordt. _De troepen aan mijn grens krijgen
juist telegraphisch en telefonisch bevel, het Fransche gebied niet te
overschrijden._
w. g. WILHELM.
Bijlage 33.
#Telegram van den Keizerlijken ambassadeur in Londen aan den
Rijkskanselier, d.d. 1 Augustus 1914.#
Zooeven heeft mij Sir EDWARD GREY aan de telefoon geroepen en mij
gevraagd, of ik meende te kunnen verklaren, dat in geval Frankrijk
neutraal bleef in een Duitsch-Russischen oorlog, wij de Franschen niet
zouden aanvallen. Ik verklaarde hem, dat ik meende, de verantwoording
daarvoor op mij te kunnen nemen.
w. g. LICHNOWSKY.
Bijlage 34.
#Rijkskanselier Von Bethmann Hollweg aan den Ambassadeur Prins
Lichnowsky.#
Telegram van den rijkskanselier aan den keizerlijken ambassadeur te
Londen, d.d. 1 Augustus 1914.
_Duitschland is bereid, in het Engelsche voorstel te treden, als
Engeland met zijn strijdmacht voor de onvoorwaardelijke neutraliteit
van Frankrijk in het Duitsch-Russisch conflict borg staat._ De Duitsche
mobilisatie heeft heden, op grond van Rusland's uitdagende houding
plaats gevonden, vóór de Engelsche voorstellen hier aangekomen waren.
Dientengevolge is ook aan onzen opmarsch aan de Fransche grens niets
meer te veranderen. _Wij staan er echter voor in, dat de Fransche grens
tot Maandag 3 Augustus, des avonds om 7 uur, door onze troepen niet zal
overschreden worden, als tegen dat tijdstip Engeland zijne toezegging
gedaan heeft._
w. g. BETHMANN HOLLWEG.
Bijlage 35.
#Koning George aan Keizer Wilhelm.#
Telegram van den Koning van Engeland aan Z. M. den Keizer d.d. 1
Augustus 1914.
In antwoord op je telegram, dat ik zooeven ontvangen heb, meen ik,
dat _een misverstand_ moet bestaan betreffende eene opmerking, welke
gevallen is tijdens een vriendschappelijk onderhoud tusschen prins
LICHNOWSKY en Sir EDWARD GREY, toen zij de vraag behandelden, hoe men
een werkelijken strijd tusschen het Duitsche en Fransche leger zou
kunnen vermijden, zoolang nog de mogelijkheid bestaat, dat Oostenrijk
en Rusland tot eene overeenkomst komen. Sir EDWARD GREY zal prins
LICHNOWSKY morgenochtend opzoeken, om uit te maken, of er van zijn kant
een misverstand bestaat.
w. g. GEORGE.
Bijlage 36.
#Prins Lichnowsky aan Rijkskanselier Von Bethmann Hollweg.#
Telegram van den keizerlijken ambassadeur te Londen aan den
rijkskanselier, d.d. 2 Augustus 1914.
_Het door Sir EDWARD GREY opgeworpen denkbeeld_, dat op den wensch
berustte, om de mogelijkheid te scheppen van eene duurzame neutraliteit
van Engeland, _is zonder ruggespraak met Frankrijk, en zonder kennis van
de mobilisatie geuit, en intusschen als volkomen hopeloos opgegeven_.
w. g. LICHNOWSKY.
Bijlage 37.
#Woordelijke inhoud van de telegraphische bevelen aan den Duitschen
gezant te Brussel van den 2en Augustus 1914.#
De Keizerlijke regeering is in het bezit van betrouwbare berichten
over den _voorgenomen opmarsch van de Fransche strijdkrachten aan de
Maas_ in de richting Givet–Namur. Zij laten _geen twijfel_ bestaan
omtrent de _bedoeling van Frankrijk om door Belgisch gebied Duitschland
aan te grijpen_. De keizerlijke regeering kan zich niet aan de vrees
onttrekken, dat _België met den besten wil niet in staat zal zijn een
Franschen aanslag met zooveel hoop op goeden uitslag af te weren_, dat
daarin voldoende zekerheid kan worden gevonden tegen de bedreiging van
Duitschland. Het is _een gebod van zelfbehoud voor Duitschland den
vijandelijken aanval te voorkomen_.
Het zou daarom der Duitsche regeering zeer veel leed doen, wanneer
België er een daad van vijandschap tegen zichzelf in zou zien, wanneer
de maatregelen van Duitschland's tegenstanders het dwingen uit tegenweer
ook zijnerzijds het Belgische grondgebied te betreden. Teneinde alle
misverstand uit te sluiten verklaart de Keizerlijke regeering het
volgende:
1. _Duitschland beoogt geenerlei vijandelijkheden tegen België._ Wanneer
België bereid is in den aanstaanden oorlog tegenover Duitschland
eene welwillende neutraliteit in acht te nemen, _dan verplicht zich
de Duitsche regeering bij het sluiten van den vrede het bezit en
de onafhankelijkheid van het Koninkrijk in zijn vollen omvang te
waarborgen_.
2. Duitschland verplicht zich onder bovengenoemd voorbehoud _het gebied
van het Koninkrijk weder te ontruimen zoodra de vrede gesloten is_.
3. Bij eene vriendschappelijke houding van België is Duitschland
bereid, in overeenstemming met de Koninklijk Belgische autoriteiten
_alle behoeften zijner troepen contant te betalen en iedere schade te
vergoeden_, die wellicht door de Duitsche troepen zou kunnen worden
veroorzaakt.
_Mocht België vijandig tegen de Duitsche troepen optreden_, in het
bijzonder door weerstand van de Maas-versterkingen, of door vernieling
van spoorwegen, wegen, tunnels enz., last veroorzaken, _dan zal
Duitschland tot zijn leedwezen gedwongen zijn, het Koninkrijk als vijand
te beschouwen. In dit geval zou Duitschland tegenover het Koninkrijk
geenerlei verplichting op zich kunnen nemen_, maar zou de verdere
regeling van de verhouding der beide staten tot elkander aan _de
beslissing der wapenen_ moeten worden overgelaten.
Bijlage 38.
#De schending der Belgische neutraliteit door Engeland en België.#
Door de verklaringen van Sir EDWARD GREY zelf is de bewering der
Engelsche regeering, dat de schending der Belgische neutraliteit door
Duitschland het ingrijpen van Engeland in den tegenwoordigen oorlog
heeft veroorzaakt, reeds bewezen, onhoudbaar te zijn. Op het pathos
van zedelijke verontwaardiging waarmede het Duitsche binnenrukken in
België van Engelsche zijde is gebruikt, tot het stemming maken tegen
Duitschland bij de neutralen, valt een nieuw en eigenaardig licht door
zekere documenten die het Duitsche legerbestuur in de archieven van den
Belgischen Generalen Staf te Brussel ontdekt heeft.
Uit den inhoud van het dossier, hetwelk het opschrift draagt
„Intervention anglaise en Belgique” blijkt dat reeds in het jaar _1906_
aan het zenden van een Engelsch expeditiecorps naar België, voor het
geval van een Fransch-Duitschen oorlog, is gedacht geworden. Volgens
een aangetroffen schrijven van den Belgischen Minister van Oorlog van
10 April 1906 heeft de chef van den Belgischen Generalen Staf met den
toenmaligen Engelschen militairen attaché te Brussel, luitenant-kolonel
BARNARDISTON op diens voorstel in herhaalde besprekingen een uitgebreid
plan voor gemeenschappelijke operaties van een Engelsch expeditiecorps
van 100.000 man met het Belgische leger tegen Duitschland uitgewerkt.
Het plan vond de goedkeuring van den chef van den Engelschen
Generalen Staf, generaal-majoor GRIERSON. Alle opgaven van sterkte en
samenstelling van de Engelsche troependeelen, over de samenstelling van
het expeditiecorps, de landingsplaatsen, eene nauwkeurige tijdberekening
voor het transport vanaf de landingsplaatsen, enz., werden den
Belgischen Generalen Staf geleverd. Op grond van deze berichten heeft
de Belgische Generale Staf het transport van Engelsche troepen naar het
Belgische operatiegebied en hunne onderdakbrenging en voeding aldaar,
nauwkeurig voorbereid. Tot in alle details is de samenwerking zorgvuldig
uitgewerkt. Zoo zouden het Engelsche leger een groot aantal tolken en
Belgische gendarmes ter beschikking gesteld worden en de noodige kaarten
worden geleverd. Zelfs aan de verpleging van de Engelsche gewonden was
reeds gedacht geworden.
Duinkerken, Calais en Boulogne waren als landingsplaatsen voor
de Engelsche troepen bestemd. Van hieruit zouden zij met Belgisch
spoorwegmaterieel naar het operatiegebied worden gebracht. De
voorgenomen landing in Fransche havens en het vervoer door Fransch
grondgebied, bewijst, dat aan de Engelsch-Belgische besprekingen
gelijksoortige met den Franschen Generalen Staf zijn voorafgegaan.
De drie mogendheden hebben de plannen voor een samenwerken van de
„verbonden legers” zooals zij in het stuk genoemd worden, nauwkeurig
vastgesteld. Daarvoor getuigt ook, dat tusschen de geheime stukken een
kaart van den Franschen opmarsen werd ontdekt.
Het genoemde schrijven bevat eenige opmerkingen van bijzonder belang.
Zoo wordt er op een bepaalde plaats gezegd, dat de luitenant-kolonel
BARNARDISTON gemerkt heeft, dat men op dat oogenblik op de ondersteuning
van Holland niet zou kunnen rekenen. Hij heeft verder vertrouwelijk
medegedeeld, dat de Engelsche regeering de bedoeling heeft, de basis
van den toevoer der Engelsche intendance naar Antwerpen te verplaatsen,
zoodra de Noordzee van alle Duitsche oorlogsschepen zou zijn gezuiverd.
Verder bracht de Engelsche militaire attaché, de inrichting van een
Belgischen spionnagedienst in de Rijnprovincie ter sprake.
Het aangetroffen militaire materiaal ontvangt eene waardevolle
aanvulling door een rapport van Baron GREINDL, die lange jaren Belgisch
gezant te Berlijn was, aan den Belgischen Minister van Buitenlandsche
Zaken, dat zich eveneens onder de geheime papieren bevond, waarin met
groote scherpzinnigheid de aan het Engelsche aanbod ten grondslag
liggende bijbedoelingen worden onthuld, en waarin de gezant wijst op
het bedenkelijke van de situatie, waarin zich België door een eenzijdig
partijkiezen ten gunste van de entente-mogendheden had begeven. In het
zeer uitvoerige rapport dat van den 23en September 1911 dateert, en
waarvan wij ons de volledige publicatie voorbehouden, zet Baron GREINDL
uiteen, dat het hem medegedeelde plan van den Belgischen Generalen Staf
voor de verdediging van de Belgische neutraliteit in het geval van een
Fransch-Duitschen oorlog zich alleen bezig houdt met de vraag, welke
militaire maatregelen men moet nemen voor het geval dat Duitschland de
Belgische neutraliteit schendt. Voor de hypothese van een Franschen
aanval op Duitschland door België was echter evenveel te zeggen. De
gezant zet dan verder het volgende uiteen:
Bijlage 39.
#Rapport van den Belgischen Gezant te Berlijn van den 23en September
1911.#
Van Fransche zijde dreigt ons het gevaar niet alleen in het zuiden
van Luxemburg. Het bedreigt ons langs onze geheele gemeenschappelijke
grens. Voor deze veronderstelling zijn wij niet alleen op vermoedens
aangewezen, wij hebben daarvoor positieve aanknoopingspunten.
De gedachte aan eene omvattende beweging vanuit het noorden, behoort
ongetwijfeld tot de combinaties van den entente cordiale. Wanneer dit
niet het geval was, dan zou het plan om Vlissingen te versterken niet
zulk een geschreeuw in Parijs en Londen hebben doen opgaan. Men heeft
daar de reden in het geheel niet geheim gehouden, waarom men wenschte
dat de Schelde geheel onverdedigd bleef. Men beoogde daarmee een
Engelsch garnizoen ongehinderd naar Antwerpen te kunnen overbrengen.
Men had alzoo de bedoeling, zich bij ons een operatie-basis voor een
offensief in de richting van den Neder-Rijn en Westphalen te verschaffen
en ons dan mee te slepen, wat niet moeilijk zou geweest zijn, want na
prijsgave van ons nationaal reduit, zouden wij door onze eigen schuld
van iedere mogelijkheid hebben afstand gedaan, weerstand te bieden
aan de eischen van onze twijfelachtige beschermers, nadat wij zoo
onverstandig geweest waren ze daar toe te laten. De evenzoo perfide
als naieve mededeelingen van den kolonel BARNARDISTON ten tijde van het
afsluiten van de entente cordiale hebben ons duidelijk getoond waar het
om ging. Toen het bleek dat wij ons door het z.g. dreigende gevaar van
de sluiting van de Schelde niet lieten bang maken werd het plan wel niet
opgegeven, maar zoo gewijzigd, dat het Engelsche hulpleger niet aan de
kust, maar in de naastbijliggende Fransche haven zou worden geland.
Hiervoor spreken ook de onthullingen van den kapitein FABER, die evenmin
zijn gedementeerd als de berichten uit de couranten, waardoor zij zijn
bevestigd of in enkele punten aangevuld. Deze in Calais of Duinkerken
gelande armee zou niet langs onze grens naar Longwy marcheeren teneinde
Duitschland te bereiken. Zij zou direct bij ons vanuit het noord-westen
binnendringen, dat zou haar het voordeel verschaffen onmiddellijk in
actie te kunnen treden en het Belgische leger in een streek te treffen,
waar wij, indien wij een slag zouden willen wagen ons op geen vesting
zouden kunnen steunen. Het zou het haar mogelijk maken, rijke provinciën
met hulpmiddelen van allerlei soort te bezetten, in ieder geval echter
onze mobiliseering te verhinderen, of die slechts toe te laten, nadat
wij ons formeel zouden hebben verplicht de mobiliseering slechts tot
voordeel van Engeland en zijne bondgenooten door te voeren. Het is
dringend noodzakelijk vooruit een strijdplan voor het Belgische leger
ook voor deze mogelijkheid op te maken. Dat gebiedt zoowel het belang
van onze militaire defensie, alsook de leiding van onze buitenlandsche
politiek voor het geval van een oorlog tusschen Duitschland en
Frankrijk”.
Deze uiteenzettingen van eene zijde, die vrij is van vooroordeel,
stellen op overtuigende wijze het feit vast, dat hetzelfde Engeland,
dat zich nu gedraagt als beschermer van de Belgische neutraliteit,
België verleid heeft tot een eenzijdig partijkiezen ten gunste der
entente-mogendheden en dat het op een bepaalden tijd zelfs aan eene
schending van de Hollandsche neutraliteit gedacht heeft. Verder blijkt
daaruit, dat de Belgische regeering, toen zij aan de Engelsche
influisteringen gehoor schonk, zich heeft schuldig gemaakt aan eene
ernstige schending van de plichten, die op haar als neutrale mogendheid
rustten. De nakoming van deze plichten zou hebben gevorderd, dat de
Belgische regeering in hare verdedigingsplannen ook met de schending
der Belgische neutraliteit door Frankrijk zou hebben rekening gehouden
en dat zij voor dat geval gelijksoortige overeenkomsten met Duitschland
zou hebben gesloten, zooals zij dat nu gedaan heeft met Frankrijk en
Engeland. De ontdekte stukken vormen een documentair bewijs voor het ter
toon aangevende plaatse in Duitschland reeds lang voor het uitbreken
van den oorlog bekende feit, dat België het met de entente-mogendheden
oogluikend was eens geworden. Zij dient als eene rechtvaardiging voor
ons militair optreden en als eene bevestiging van de informaties, die
de Duitsche legeraanvoering ontvangen had over de Fransche bedoelingen.
Zij mogen er het Belgische volk de oogen voor openen, aan wie het de
catastrophe te danken heeft, die thans over het ongelukkige land gekomen
is.
Bijlage 40.
#Telegram van den Minister van Buitenlandsche Zaken aan den Keizerlijken
Gezant te Tokio van 12 Augustus 1914.#
Oost-Aziatisch eskader bevel gegeven vijandelijke daden tegen Engeland
na te laten voor het geval Japan neutraal blijft. Verzoek Japansche
regeering mededeeling doen.
* * * * *
Hierop is van de zijde van Japan nimmer geantwoord.
Bijlage 41.
#Ultimatum overgereikt door den Keizerlijk Japanschen Chargé d'affaires
Baron Funakoshi den 17en Augustus 1914.#
„De Keizerlijk Japansche regeering beschouwt het in de tegenwoordige
omstandigheden als uiterst gewichtig en noodzakelijk maatregelen te
nemen om alle oorzaken voor eene storing van den vrede uit den weg te
ruimen en voor het algemeen belang te werken, dat het bondsverdrag
tusschen Japan en Groot-Brittanië op het oog heeft, teneinde een vasten
en voortdurenden vrede in Oost-Azië te verzekeren, welker vestiging het
doel was van het bovengenoemde verdrag. Ze houdt het daarom oprecht voor
hare plicht de Keizerlijk Duitsche regeering den raad te geven de beide
navolgende voorstellen uit te voeren.
Eerstens. Onmiddellijk uit de Japansche en Chineesche wateren de
Duitsche oorlogsschepen en bewapende vaartuigen van alle soort terug te
roepen en die welke niet kunnen worden teruggeroepen, onmiddellijk te
ontwapenen.
Tweedens. Tot ultimo 15 September 1914, het geheele pachtgebied
Kiautschou zonder voorwaarden en zonder schadeloosstelling aan de
Keizerlijke Japansche autoriteiten over te geven met het doel het
naderhand aan China terug te geven.
De Keizerlijk Japansche regeering kondigt tegelijkertijd aan, dat
zij, wanneer zij niet op ultimo 23 Augustus 1914 des namiddags van de
Keizerlijk Duitsche regeering een antwoord zal hebben ontvangen, hetwelk
de aanneming zonder voorwaarden inhoudt, van de door de Keizerlijk
Japansche regeering gegeven raadgevingen, zij zich genoodzaakt zal zien
te handelen, zooals zij het volgens den stand der zaken noodzakelijk
mocht oordeelen.”
Bijlage 42.
#Antwoord van de Keizerlijke regeering aan den Keizerlijk Japanschen
Chargé d'Affaires den 23en Augustus 1914 mondeling gegeven.#
„Op de Japansche eischen heeft de Duitsche regeering geenerlei antwoord
te geven. Zij ziet zich daarom genoodzaakt den Keizerlijken gezant te
Tokio terug te roepen en den Japanschen chargé d'affaires te Berlijn
zijn passen te geven”.
+-----------------------------------------------------------+
| |
| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
| |
| De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
| |
| Bron (B:) -- Correctie (C:) |
| |
| B: Russische minister van oorlog SSUCHOMLINOW |
| C: Russische minister van oorlog SUCHOMLINOW |
| B: Moskou, Kasan gemobiliseerd worden. |
| C: Moskou, Kazan gemobiliseerd worden. |
| B: met den heer Sasanow de besprekingen te |
| C: met den heer SASANOW de besprekingen te |
| B: Kantlijn: Bijlage 25 |
| C: Kantlijn: Bijlage 25. |
| B: gerichte progaganda, d. w. z. |
| C: gerichte propaganda, d. w. z. |
| B: onmiddelijk over te gaan tot |
| C: onmiddellijk over te gaan tot |
| B: majoor VOJA TANKKOSIC en van een |
| C: majoor VOJA TANKOSIC en van een |
| B: den majoor VOJA TANKKOSIC opgemaakt. |
| C: den majoor VOJA TANKOSIC opgemaakt. |
| B: TANKKOSIC verschaft en ter |
| C: TANKOSIC verschaft en ter |
| B: GIGANOVIC, PRINCIP, GABRINOVIC |
| C: CIGANOVIC, PRINCIP, GABRINOVIC |
| B: subjective vervolging van persdelicten |
| C: subjectieve vervolging van persdelicten |
| B: gerechterlijk strafbare zaak is, schijnt |
| C: gerechtelijk strafbare zaak is, schijnt |
| B: bij het complot van 15/18 Juni |
| C: bij het complot van 15/28 Juni |
| B: van de K. en K. regeering |
| C: van de K. en K. regeering. |
| B: de generaal JANCOVIC en de vroegere |
| C: de generaal JANKOVIC en de vroegere |
| B: toont de „Narodna Obrana” haar werkelijk |
| C: toont de „Narodna Odbrana” haar werkelijk |
| B: licht op de veelzijdige bui- buitenlandsche |
| C: licht op de veelzijdige buitenlandsche |
| B: onderzoeken of de Soholvereenigingen in |
| C: onderzoeken of de Sokolvereenigingen in |
| B: werden door MILAN PRIMICEVIC vroegere |
| C: werden door MILAN PRIBICEVIC vroegere |
| B: onder bedenkelijke omstandigheden toegebracht |
| C: onder bedenkelijke omstandigheden toe gebracht |
| B: met behulp van PRIMICEVIC en DARSIC de |
| C: met behulp van PRIBICEVIC en DARSIC de |
| B: Uwe Exellentie wordt verzocht der |
| C: Uwe Excellentie wordt verzocht der |
| B: Oostenrijk plechtig verklaart heeft geen |
| C: Oostenrijk plechtig verklaard heeft geen |
| B: voor een eventeele verstoring |
| C: voor een eventueele verstoring |
| B: d.d. 1 Augustus 12,52 n.m. |
| C: d.d. 1 Augustus 12.52 n.m. |
| B: a une solution pacifique. Se rendant á |
| C: à une solution pacifique. Se rendant à |
| B: l'Angleterre était appliqué á |
| C: l'Angleterre était appliqué à |
| B: Cabinets de Vienne et de St. Petersbourg, |
| C: Cabinets de Vienne et de St. Pétersbourg, |
| B: d.d. 1 Augustus 1,05 n.m. |
| C: d.d. 1 Augustus 1.05 n.m. |
| B: aan eene bestraffiing en niet |
| C: aan eene bestraffing en niet |
| B: aanvankelijk te verstaam dat het niet |
| C: aanvankelijk te verstaan dat het niet |
| B: dat Nicolaas heden de mobilisatie |
| C: dat NICOLAAS heden de mobilisatie |
| B: onder waarborg van Groot-Brittanie |
| C: onder waarborg van Groot-Brittanië |
| B: door Sir Edward Grey opgeworpen |
| C: door Sir EDWARD GREY opgeworpen |
| B: Japanschen chargé affaires te Berlijn |
| C: Japanschen chargé d'affaires te Berlijn |
| |
+-----------------------------------------------------------+