29 Juli 1914, 6.30 n.m.

Ik heb je telegram ontvangen en deel je wensch tot behoud van den

vrede. Ik kan echter—zooals ik je in mijn eerste telegram zeide—het

optreden van Oostenrijk-Hongarije niet als een „schandelijke oorlog”

beschouwen. Oostenrijk-Hongarije weet bij ervaring, dat beloften van

Servië, als zij slechts op papier staan, volslagen onbetrouwbaar zijn.

Naar mijn meening moet men het optreden van Oostenrijk-Hongarije als

eene poging beschouwen, volle garantie te verkrijgen dat de beloften van

Servië ook werkelijk in daden zullen worden omgezet. In deze meening

word ik versterkt door de verklaring van het Oostenrijksche kabinet,

dat Oostenrijk-Hongarije geen territoriale veroveringen ten koste van

Servië op het oog heeft. Ik meen daarom, dat het voor Rusland zeer

goed mogelijk is, bij den oorlog tusschen Oostenrijk en Servië de rol

van toeschouwer te blijven spelen, zonder Europa in den vreeselijksten

oorlog te betrekken, dien het ooit heeft beleefd. Ik geloof, dat eene

directe overeenkomst tusschen jouw regeering en Weenen mogelijk en

wenschelijk is, eene schikking, die—zooals ik je reeds zeide—mijn

regeering uit alle macht tracht te bevorderen. Militaire maatregelen

van Rusland, die Oostenrijk-Hongarije als een dreigement kon opvatten,

zouden natuurlijk een ongeluk bespoedigen, dat wij beiden wenschen te

vermijden, en zouden ook mijn positie als bemiddelaar, die ik, naar

aanleiding van je beroep op mijn vriendschap en hulp, bereidwillig op

mij genomen heb, ondermijnen.

w. g. WILHELM.

Bijlage 23.

#4. Z. M. aan den Tsaar.#

Het Duitsche Witboek: Documenten aangaande het uitbreken van den oorlog · 第 4 / 6 题