28 Juli 1914, 10.45 n.m.

Met de grootste verontrusting hoor ik van den indruk, dien het

optreden van Oostenrijk tegen Servië in je rijk maakt. De gewetenlooze

agitatie, die sedert jaren in Servië gevoerd is, heeft geleid tot

de weerzinwekkende misdaad, waarvan aartshertog FRANZ FERDINAND het

slachtoffer geworden is. De geest, die den Serviërs hun eigen Koning

en zijne gemalin liet vermoorden, heerscht ook thans nog in dat land.

Ongetwijfeld zul je het wel met mij eens zijn, dat wij beiden, gij

en ik, zoowel als alle souvereinen, een gemeenschappelijk belang

erbij hebben en er op staan moeten, dat al degenen, die voor den

afschuwelijken moord moreel verantwoordelijk zijn, hun verdiende straf

krijgen.

Aan den anderen kant zie ik echter ook geenszins over het hoofd, hoe

moeilijk het is voor jou en voor je regeering, tegen de stroomingen van

de openbare meening in te gaan. De hartelijke vriendschap gedachtig,

die ons beiden sedert langen tijd met vasten band verbindt, gebruik

ik al mijn invloed om Oostenrijk-Hongarije er toe te krijgen, naar

een openlijke en bevredigende overeenkomst met Rusland te streven.

Ik heb het vaste vertrouwen, dat gij mij bij mijn bemoeiingen, om

alle moeilijkheden die nog kunnen ontstaan uit den weg te ruimen,

ondersteunen zult.

Het Duitsche Witboek: Documenten aangaande het uitbreken van den oorlog · 第 2 / 6 题