Kort na middernacht schijnt de jonge Caddles aan de lommerrijke rust
van het Regent's Park gekomen te zijn; hij moet over het hek gestapt
zijn en zich neergelegd hebben over een met gras begroeide helling
dicht bij de plaats waar men 's winters schaatst en daar sliep hij
een uur lang. Tegen zes uur in den morgen zag men hem praten tegen
een beslijkte vrouw, die hij slapende gevonden had in een greppel bij
Hampstead Heath, en hij vroeg haar zeer ernstig waar zij voor dacht
op de wereld te zijn......