Doch zelfs zulk een afgezonderd plaatsje als Cheasing Eyebright kon,
bij de steeds toenemende drukte die er over het Voedsel gemaakt werd,
niet lang volharden in de theorie van Overvoeding--besmettelijk
of niet. Weldra kwam het tot pijnlijke ophelderingen voor juffrouw
Skinner--ophelderingen die haar slechts sprakeloos deden mummelen
op haar eenigen tand--verklaringen, die uit haar haalden wat
er uit te halen was, die haar als 't ware doorzòchten, en haar
ontmaskerden--totdat zij zich ten laatste genoodzaakt zag haar
toevlucht te nemen tot de waardigheid van een ontroostbaar weduwschap,
om de zich steeds ophoopende blaam te ontgaan. Zij sloeg haar oog--dat
ze steeds in een waterigen toestand hield--op de burchtvrouwe, en
veegde het zeepsop van haar handen.
"U vergeet, barones, waar ik onder gebukt ga."
En zij liet op deze waarschuwing, met lichtelijk uitdagende stem
volgen:
"Aan 'em denk ik, nacht en dag."
Zij perste de lippen samen en haar stem werd zachter en haperde:
"En nog wel opgegeten en wel."
En zich aldus op dit standpunt geplaatst hebbend, herhaalde zij de
verklaring die de barones eerst niet had willen aannemen. "Ik 'ad niet
méér idee wat ik an 't kind gaf, dan ieder ander mensch zou 'ebben."
De barones richtte hare gedachten op hoopvoller dingen, doch vergat
niet Caddles natuurlijk flink de les te lezen. Afgezanten, vol van
diplomatieke bedreigingen, kwamen plotseling in de bewogen levens
van Bensington en Redwood. Zij verschenen in den vorm van leden van
den parochialen raad van bestuur, dom vasthoudend als een speeldoos
aan hun vooraf in elkaar gezette bewerinkjes.
"Wij beschouwen u als aansprakelijk, mijnheer Bensington, voor al het
nadeel dat onze parochie ondervonden heeft. U draagt hiervan alleen
de schuld."
Een advocaten-firma, met een arglistigen stijl--zij noemden zich
Banghurst, Brown, Flapp, Codlin Tedder en Snoxton, en verschenen
onveranderd in den vorm van een rood, er-listig-uitziend heertje
met een spitsen neus--zei vage dingen over schadevergoeding, en dan
was er nog een erg gepolijst personage--de agent der barones, die
Redwood plotseling op zekeren dag overviel en vroeg: "Nu, mijnheer,
wat denkt u te doen?" Waarop Redwood antwoordde dat hij van plan was
het verstrekken van het "Voedsel" aan het kind te staken, als hij of
Bensington nog verder over iets lastig gevallen werden. "Ik geef het
toch al gratis," zei hij, "en als u ophoudt het 't voedsel te geven,
zal het uw dorp omvèr schreeuwen vóór het sterft. Jullie hebt dit kind
nu eenmaal, en jullie moet het houden. Lady Wondershoot kon niet altijd
Lady de Milde en Aardsch Voorzienigheidje spelen in haar parochie
zonder zoo nu en dan eens een verantwoordelijkheid tegen te komen."
"Het kwaad is geschied," besliste Lady Wondershoot toen men haar
mededeelde--met de noodige afkortingen en zuiveringen--wat Redwood
gezegd had.
Hoewel inderdaad het kwaad pas bezig was een aanvang te nemen.