III.

Het mannetje dat de geheele zaak op touw zette, verdwijnt uit deze

geschiedenis en na eenigen tijd verdween hij heelemaal uit de wereld

der zichtbare en vertelbare dingen. Doch omdat bij de zaak aan den

gang bracht, lijkt het mij niet meer dan billijk, aan zijn uitvaart

een extra bladzijde te wijden. Gij kunt hem u wel voorstellen in later

tijd, zooals Tunbridge Wells hem leerde kennen. Want te Tunbridge

Wells dook hij weder op, na een tijdelijke verdwijning, zoodra hij ten

volle begreep hoe voorbijgaand, hoe exceptioneel en onbeduidend die

oproerige woede der menigte was. Hij verscheen weder onder de hoede

van nicht Jeanne, om zijn geschokt zenuwgestel te restaureeren, en

hiervoor werden alle verdere belangen terzijde gesteld. Hij scheen ook

volkomen onverschillig te zijn geworden voor den strijd die toen juist

woedde om deze nieuwe centra van verspreiding, en voor de Kinderen

van het Voedsel.

Hij nam zijn intrek in het Mount-Glory Hydro-Geneeskundig Hotel,

dat werkelijk bijzonder goed ingericht is op het gebied van

gecarbonneerde Baden, Creosoot-Baden, Galvanische en Faradische

Baden-Behandeling, Massage, Dennen-Baden, Stijfsel- en Kervel-Baden,

Radium-Baden, Licht-Baden, Hitte-Baden, Zemel- en Naalden-Baden, Teer-

en Vogeldons-Baden--alle mogelijke soorten van baden; en hij gaf al

zijn denken aan de ontwikkeling van dat systeem van geneeskundige

behandeling, dat nog niet volmaakt was toen hij stierf. En soms reed

hij in een huurrijtuig, met een met zeehondenleer gevoerde jas naar de

Pantiles, of als zijne voeten het hem permitteerden liep hij er ook

wel heen, en dan slurpte hij daar ijzerhoudend water onder toezicht

van nicht Jeanne.

Zijn gebogen schouders, zijn roode gezicht, zijn schitterende bril,

dit alles werd een van de typische dingen van Tunbridge Wells. Niemand

was ook maar in het minst onvriendelijk tegen hem, en het plaatsje

en het Hotel schenen zelfs erg met zijne tegenwoordigheid vereerd te

zijn. En hoewel hij liever den verderen loop zijner uitvinding niet

volgde in de dagbladen, was het, als hij de Promenade vóór het Hotel

overstak, of de Pantiles afliep, en hij hoorde fluisteren "dat is

'em, dat is 'em!"--toch geen ontevredenheid die een zachter trek om

zijn mond bracht en een oogenblik in zijn oog schitterde.

Deze kleine figuur, deze heel kleine gestalte, zond het Voedsel der

Goden de wereld in! Men weet werkelijk niet wat verbazingwekkender

is, de grootheid of de kleinheid dezer mannen der wetenschap en

filosofie. Ge ziet hem voor u, op de Pantiles, in den met bont

gevoerden overjas. Hij staat onder dat steenen kozijn waar de fontein

opspringt, en houdt het glas met ijzerhoudend water, waaruit hij nu en

dan een teug neemt, in de hand. Eén helder oog is, over den vergulden

rand van zijn bril gevestigd op nicht Jeanne, met onverbiddelijke

strengheid. "Mm," zegt hij en slurpt.

En wij maken ons souvenir voor hem, in deze houding, zóó richten wij

onze camera op hem, en "nemen" dezen ontdekker voor de laatste maal,

en laten hem achter, als een spikkel op onzen voorgrond, en gaan

verder naar het grootere schilderij dat zich om hem gevormd heeft,

naar het verhaal van zijn Voedsel, hoe de verspreide Reuzen-Kinderen

met den dag grooter werden en opgroeiden temidden eener wereld die

zóóveel te klein voor hen was, en hoe het net der Bomvoedsel-wetten,

en Bomvoedsel-conventies die de Bomvoedsel-commissie aan het weven was,

zich ieder jaar al dichter en dichter om hen samentrok. Totdàt--

Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam · 第 43 / 103 题